Meest recent

    Meus over “Goed Volk 2”: “Eens het vertrouwen gewonnen, wordt de kok interviewer”

    Via de keukendeur op bezoek komen bij afgesloten gemeenschappen: het format van “Goed volk” blijft in seizoen twee ongewijzigd. Jeroen Meus reisde met zijn vaste regisseur Kat Steppe opnieuw de wereld af, op zoek naar bijzondere gemeenschappen binnen de samenleving. Vanaf dinsdag ziet u op Eén waar hen dat gebracht heeft.
    Meus in aflevering 1 van "Goed volk 2", in een Amerikaans bordeel

    Dat hij samen met zijn vaste regisseur Kat Steppe “acht mooie kindjes op de wereld heeft gezet”, zo steekt Meus van wal. Op vraag van de VRT twee afleveringen meer dan de eerste reeks van “Goed volk”, die goed werd onthaald én bekeken.

    “Met 6 afleveringen heb je nét geen reeks, bij 8 verhalen hangt er meer vlees aan de ribben”, zegt hij daar zelf over. “We hebben in de euforie van reeks 1 toegezegd voor een vervolg, maar wel op voorwaarde dat we meerwaarde konden brengen. Kat en ik vonden allebei dat het nóg beter en straffer moest”, zegt Meus. “Alles vertrekt vanuit een oprechte nieuwsgierigheid, zonder een spatje voyeurisme of sensatie. Zo zijn we kunnen doordringen tot nog meer gesloten gemeenschappen.”

    Ideeën genoeg, maar Steppe en Meus waren strenger voor zichzelf dan bij seizoen 1. “We hebben regels opgesteld waaraan een aflevering van “Goed volk” moet voldoen. Daaraan hebben we al onze ideeën afgetoetst. Zo hebben veel boeiende verhalen de reeks toch niet gehaald.”

    Dat Meus het voor “Goed volk 2” –letterlijk- minder ver zoekt dan in seizoen 1 (herinner: sumoworstelaars en cowboys) is dan weer eerder toeval dan een bewuste keuze. “Het hoeft niet exotisch zijn om goed te zijn”, legt hij uit.

    “Ik heb vanuit mijn Canvasprogramma “Plat préféré” geleerd dat verhalen dicht bij huis goed in de markt liggen bij de kijkers. Vlak onder je neus vind je vaak de beste dingen. Zo zijn de forains van de Brusselse Zuidfoor me vanuit “Dagelijkse kost” bijgebleven. De kermis is een leuke arena, die me als kind al aansprak, en veel mensen met mij”, vertelt Meus. “Daar hebben we enorm leuke verhalen gesprokkeld, én heel de week schaamteloos kermisfrieten en smoutebollen gegeten (lacht).”

    Bij de selectie van de onderwerpen is ook toeval gemoeid. “De plannen in een Schots klooster gingen niet door, waardoor we in allerijl op zoek moesten naar iets anders. We wilden iets doen rond Frans-Vlaanderen, maar een boerenfamilie: die stond eigenlijk niet op de planning”, zegt Meus. “Omgekeerd verhaal bij het vreemdelingenlegioen: daar hebben we vier jaar moeten aandringen om te mogen filmen.”

    De factor “eten” blijft - net als vorig jaar - slechts een excuus voor Meus om zich ergens een weg binnen te banen. “Journalisten kloppen aan de voordeur en volgen de officiële weg. Ik gebruik mijn status als kok om langs de achterdeur binnen te komen”, zegt hij daarover. Zijn culinaire inbreng is in sommige afleveringen echter groter dan in andere. Sleutelwoord daarin: vertrouwen.

    Wat opvalt, is dat Meus als interviewer tot op de huid van zijn gesprekspartner kruipt. In aflevering 1, in het Amerikaanse bordeel, zelfs letterlijk: Meus waagt zich bij de dames in bed voor een intieme babbel. “Wie kan zeggen dat hij met verschillende prostituées in bed heeft gelegen zonder ambras thuis?”, grapt hij even. “Kat en ik kiezen bewust voor die stijl”, herneemt hij serieuzer. “We brengen de gesloten arena in beeld zoals ze is. In het geval van het bordeel wonen én werken die meisjes in hun slaapkamer. Meer dan dat is er simpelweg niet.”

    Meus is meer dan ooit programmamaker in “Goed volk”, niet louter tv-gezicht. Hij volgde taallessen, en bereidde zich ook inhoudelijk goed voor. Al liet hij zich af en toe ook verrassen.

    Dat de televisiekok ook goed gekeken heeft naar zijn grote idool Louis Théroux, geeft hij grif toe. “Ik probeer zo veel mogelijk fly on the wall te zijn: goed observeren en als het ware van visje naar visje zwemmen. Ik wil eerlijke verhalen vertellen zoals hij het doet, maar dan mooier gefilmd, op de Kat-manier”.

    Haar naam valt: Kat Steppe, regisseur van “Goed volk”, bedenkster van “Dagelijkse kost”. Meus strooit met superlatieven en noemt haar onder meer “mijn beste vriendin, klankbord, steun en toeverlaat en mentor”.

    “Hoe zij een verhaal kan vertellen in beelden, zo filmisch, klassiek en traag: het tegenovergestelde van hyperkinetische reality-tv. Kat is één en al métier. Ze ademt televisie”, zegt hij. “Omdat we zonder scenario werken, is ze een regisseur die eigenlijk niet regisseert. Ze creëert voor mij een bijzonder fijne vijver om in te zwemmen. Op die manier werk ik het liefst.”

    Wel nog “Dagelijkse kost”, geen “Goed volk 3”

    Meus is sinds 2010 niet meer van Eén weg te slaan. “Dagelijkse kost” loopt bijna 7 jaar, maar aan stoppen denkt Meus niet. “Jullie zijn nog niet van mij verlost”, lacht hij. “Ik doe dat graag, dus ik blijf het doen zolang het mag. De combinatie met andere tv-opdrachten is wel zwaar. Daarom leg ik me in 2017 enkel toe op “Dagelijkse kost”.

    In 2018 ben ik van plan om aan een ander programma te werken. Concreet is dat nog niet, maar ik krijg de ruimte en het vertrouwen van de VRT om eigen ideeën uit te werken.” Een derde reeks van “Goed volk” komt er waarschijnlijk niet. “We werken met een kleine ploeg, en onze vriendschap is mij heilig. Het lijkt me gezond om even andere horizonten op te zoeken. Beter zo dan het seizoen te veel maken."