Meest recent

    Zet Donald Trump onze Euro en economie onder druk? - Ton van Lierop

    Zestig jaar na het ontstaan van de Europese Unie, rijzen veel vragen over de toekomst van de euro en vooral de verdere handelsrelaties met de Verenigde Staten. Wat met het Duitse overwicht en wat met het dreigende economisch protectionisme van Donald Trump?
    analyse
    Analyse

    Ton van Lierop is redacteur Economie bij VRT Nieuws.

    De foto van het jaar nu al toekennen, dat zou wat al te vroeg zijn. Toch blijft het beeld lang op het netvlies: een ongemakkelijke Angela Merkel, voorzichtig schuivend op haar stoel in het Witte Huis, richting Donald Trump. Met een moeilijk wiebelende gastheer, die maar geen hand wilde geven.

    Het tekent de huidige relatie tussen Europa en de Verenigde Staten. Bij elkaar horend, zeker als het gaat om handel en bredere economische belangen, maar momenteel zeker niet van harte.

    Het zal eind jaren negentig zijn geweest. Vlak vóór de formele invoering van de euro, vroeg een journalist van het Amerikaanse financieel-economische persbureau Bloomberg in de perszaal van de Europese Commissie of de euro toch niet wat erg laag stond ten opzichte van de dollar. Een even formeel antwoord volgde. De boodschap erachter was wel duidelijk: we zullen over een paar jaar wel zien.

    Het was dezelfde verslaggever, niet behept met een al te groot geheugen, die in 2002 inderdaad vroeg of de euro niet een wat al te hoge koers had tegenover de euro. En ook de jaren daarna herhaalde het patroon zich.

    Tot in 2007 de euro zelfs even meer dan 1,60 dollar waard was.

    Daarna begon de Europese munt, op de lange termijn meer dan de dollar gehavend door de economische crisis, aan een geleidelijke en redelijk gestage daling naar beneden.

    Probleemkinderen

    De Verenigde Staten wisten zich relatief sneller uit de crisis te slaan. Europa had ook in de goede jaren het huis niet voldoende op orde gebracht en mocht de laatste jaren - en mag eigenlijk nog steeds - afrekenen met een monetaire structuur die weliswaar eengemaakt was, maar niet kan bogen op een gezamenlijk economisch beleid.

    Met de structurele problemen van grote probleemkinderen als Griekenland en Italië als meest in het oog springende consequenties.

    Mede door de onzekerheid over wat de EU kan doen met zuidelijke lidstaten, die jarenlang aanslepende economische problemen maar niet onder controle lijken te krijgen, en daardoor ook een gebrekkiger groei over de hele Europese linie blijft de koers van de EU-munt laag. Zeker ten opzichte van de dollar, die nu al een klein halfjaar tussen de 1,05 en 1,10 euro waard is.

    Een relatief gezond land als Duitsland, dat wel sterker weet te groeien, profiteert daarvan mee. Dat is de nieuwe Amerikaanse president en zijn entourage een doorn in het oog.

    “Duitsland heeft een kunstmatig voordeel door de lage euro”, stelde Trump al onomwonden. Vorige week loofde hij in het bijzijn van Merkel de Duitse industrie, die bijvoorbeeld veel kwalitatief hoogwaardige auto´s verkoopt in de VS, maar pleitte hij ook voor eerlijker handelsverhoudingen.

    Auto's en chemie

    Daarbij geeft de realiteit Trump echter ongelijk. De Verenigde Staten hebben al veel jaren een handelstekort met de Europese Unie, met andere woorden: ook toen de euro relatief hoog stond importeerde Amerika meer uit Europa dan het exporteerde.

    Zeker toen de euro begon te dalen, liep het tekort voor de VS wel op tot een record van 122 miljard euro in 2015. Vorig jaar was dat nog steeds 115 miljard euro.

    Vanuit Amerika is er vooral vraag naar Europese machinerie, auto´s - zeker uit Duitsland (een beetje Amerikaan met geld rijdt liever een Mercedes of BMW dan een Cadillac of Lincoln) - geneesmiddelen, voeding, maar ook hoogwaardige chemicaliën en plaatstaal.

    Vanuit de Verenigde Staten importeert Europa naar verhouding meer ertsen, toch ook weer medicijnen, generatoren, kleding en communicatie-apparatuur (lees: veel van wat uit de Apple-laboratoria komt).

    Oneerlijk?

    “Nu hoeft een handelstekort op zich niet veel te zeggen over de kracht van een economie”, zegt de Amerikaanse hoogleraar politieke economie Michele Chang, verbonden aan het Europacollege in Brugge. In het VRT-programma De Vrije Markt van vandaag stelt zij dat de Verenigde Staten een veel beter presterende economie hebben.

    “Dat is dus ook het probleem niet. Een handelstekort hoeft ook niet te zeggen dat de handelsverhoudingen tussen twee blokken oneerlijk zijn”, aldus Chang.

    Staalarbeiders

    Handelsheffingen zijn volgens Chang ook niet het goede antwoord om de balans weer de goede kant op te sturen, voor Trump. “De effecten daarvan zijn ook kort van duur, moeilijk te meten en het is ook niet makkelijk om ze in te voeren. Ik hoop van harte dat er geen handelsheffingen komen op Europese producten.” De vraag is ook of ze effectief zijn.

    Uit de handelsbalans met Europa blijkt dat de Verenigde Staten Europese producten nodig hebben. Dat ondervond ook de vroegere Amerikaanse president George Bush junior. Kort na zijn aantreden legde hij een belasting op voor Europees staal. Bevreesd voor zijn herverkiezing, had hij de steun van staalarbeiders uit industriestaten als Ohio en Pennsylvania nodig en waar de staalindustrie leed onder Europese import. Het waren ook net die staten waar de stem van de boze witte arbeider de balans in het voordeel van Trump deed uitslaan.

    Door die heffingen werd Europees staal fors duurder. Het was juist dat soort hoogwaardig plaatstaal dat de Amerikanen zelf niet konden maken. Nadat de Amerikaanse producenten van onder meer batterijen aanklopten in het Witte Huis, ging de belasting snel van tafel. Amerikaanse batterijen werden anders te duur. Wat ook zal hebben meegespeeld, is dat Europa een extra heffing invoerde op onder meer Amerikaanse jeans. Levi Strauss company zal ook wel naar het Witte Huis hebben gebeld.

    Marshall-plan

    Volgens Chang zijn de VS en Europa al van ver vóór de oprichting van de Europese Unie tot elkaar veroordeeld. “Zeventig jaar geleden gaf Amerika veel Europese landen al Marshall-hulp. Dat gebeurde niet alleen om politieke stabiliteit in West-Europa te hebben, tegenover de Sovjet-Unie. Dat was natuurlijk ook om de eigen markt veilig te stellen, om een welvarend Europa te hebben.”

    Professor Chang denkt dat aan het einde van de regering-Trump en wanneer ook Angela Merkel uiteindelijk zal zijn teruggetreden, op de lange termijn Europa en Amerika belangrijke handelspartners zullen blijven. De hogere rente in de VS en de problemen met zwakkere Europese economieën zullen de dollar nog wel een voordeel geven.

    Brexit

    Daarbij maakt het ook niet uit of de EU 27 of 28 lidstaten heeft; de brexit zal er niet veel aan veranderen. De Britten hebben zelf al een groot handelstekort, ook in vergelijking met andere Europese lidstaten. “En het klopt dat Trump de Britse premier May wel eerder heeft ontvangen dan Merkel, maar dat is misschien eerder vanwege de historische relatie tussen Groot-Brittannië en de ex-kolonie Noord-Amerika”, zegt Chang.

    Ook een Britse economie die na de brexit meer op eigen benen moet staan, zal niet zo snel zorgen voor een apart handelsakkoord met de Verenigde Staten. Of misschien geen akkoord dat veel gewicht in de schaal legt. Daarvoor is de Britse economie niet ´Duits´ genoeg.

    De betere machines en chemische producten die Amerikaanse bedrijven nodig hebben, komen net uit het land dat de motor van de Europese economie is en blijft. Eens zien of Trump de volgende keer Merkels hand toch wel meteen wil schudden.