Meest recent

    Maciej Moskwa/NurPhoto

    "Honger is een laffe moordenaar"

    In Jemen, Nigeria, Zuid-Soedan en Somalië heerst de grootste hongersnood sinds de Tweede Wereldoorlog. Twintig miljoen mensen zijn in gevaar. VRT-reporter en Afrikakenner Stijn Vercruysse trok naar het zwaarst getroffen gebied in Somalië en doet zijn verhaal.

    Mogadishu. De landingsbaan van Mogadishu Airport ligt pal naast het strand. Elk vliegtuig dat er opstijgt, maakt eerst een scherpe bocht naar rechts om boven de zee hoogte te winnen. Pas dan, als het onbereikbaar is geworden voor mortieren, kiest het zijn juiste koers. Mogadishu staat bekend als de gevaarlijkste stad ter wereld.

    We landen er met een vliegtuig van Turkish Airlines, de enige grote luchtvaartmaatschappij die naar Somalië vliegt. De Turken hebben de commerciële luchthaventerminal gebouwd. Ze willen vooraan in de rij staan als Somalië, na 25 jaar van chaos en conflict, opnieuw een stabiele staat wordt.

    De luchthaven van Mogadishu is de best beveiligde plek van het land.  De organisaties van de Verenigde Naties en de Afrikaanse vredesmacht hebben er hun hoofdkwartier.

    Dagelijks aanslagen

    We worden er opgehaald door de mannen van Bashir, de manager van het Peace Hotel, al jaren het veiligste hotel van de stad. Bashir betaalt zijn rekeningen, zegt men hier. Terreurgroep Al Shabaab laat zijn hotel ongemoeid. Het is bovendien een versterkte burcht.

    De afstand tussen de luchthaven en het hotel is amper 400 meter. We doen die rit in een gepantserd voertuig. Onderweg moeten we door scanners, voorbij verschillende checkpoints en honden die onze bagage besnuffelen, langs hoge muren van zandzakken en gewapend beton. Hier wordt niets aan het toeval overgelaten.

    Bijna dagelijks worden er aanslagen gepleegd in Mogadishu. Naast het Peace Hotel ligt een gebouw in puin. Een bomauto die de VN-compound wilde inrijden is te vroeg ontploft.

    We willen naar de rand van de stad om er de toestroom van mensen te zien die hun dorpen hebben verlaten omdat er geen voedsel en water meer is. Net als we willen vertrekken, wordt de missie afgeblazen. Nog geen vijf minuten geleden is op onze route een bom ontploft. Bashir weet alles als eerste, hij heeft een uitgebreid netwerk van informanten.

    De kans is groot dat er een tweede explosie volgt, en dus rijden we - begeleid door een pick-up met achterop zes gewapende body-guards - de andere richting uit, naar het Benadir-ziekenhuis. Dat is het grootste ziekenhuis in de wijde omgeving en het enige dat gratis hulp verleent.

     

    Een dokter leidt ons naar een ziekenzaal waar tientallen patiënten - kinderen en volwassenen - zichtbaar vechten tegen de misselijkheid en kampen met zware diarree. Bijna allemaal hebben ze cholera. Door de droogte drinken deze mensen alles wat ze kunnen vinden, dus ook vervuild water. De weinige waterpunten die er nog zijn, zijn een broeihaard voor bacteriën geworden.

    In een andere ziekenzaal liggen kinderen die zwaar ondervoed zijn. Een meisje van acht ziet er uit alsof ze over haar hele lichaam verbrand is. In werkelijkheid teert haar huid weg door een gebrek aan voedingsstoffen. Ze woont 100 kilometer van hier. Waar ze woont zijn geen functionerende gezondheidscentra meer.

    Waar ze woont is er officieel nog geen hongercrisis fase 4 (de op één na zwaarste fase, één stap vóór "hongersnood"). Maar in het ziekenhuis zien ze elke dag meer zwaar ondervoede mensen toestromen.

    Drie opeenvolgende regenseizoenen zijn mislukt

    De volgende ochtend willen we naar Baidoa, in het centrum van Somalië, hét epicentrum van de honger, en niet voor het eerst. Begin jaren negentig - toen de chaos in Somalië begonnen is na de val van dictator Siad Barré - en in de zomer van 2011 heerste hier al een regelrechte hongersnood.

    Tijdens die laatste ramp zijn 260.000 Somaliërs omgekomen van de honger. Nu is dit opnieuw het zwaarst getroffen gebied.

    De Vlaming Steven Lauwerier, de grote baas van Unicef in Somalië, neemt ons mee in een klein tweemotorig VN-vliegtuigje. De stad is alleen op die manier te bereiken. De hele regio daarrond is in handen van Al Shabaab.

    Het gebied is getroffen door een zware droogte. Drie opeenvolgende regenseizoenen zijn mislukt. Er viel amper regen. Er groeit niets meer op de velden, en dat is nu toevallig waar deze mensen van leven.

    Noodhulp zou hen in leven kunnen houden tot na een volgende, hopelijk geslaagde oogst. Maar dit Al Shabaabgebied is een no go-zone voor hulpverleners. Wie dat nog kan, vlucht dus naar de stad. Hier is er wél nog voedselhulp.

    Kinderen sterven door ziektes veroorzaakt door de honger

    Steven Lauwerier neemt ons mee naar zo'n plek waar duizenden mensen hun "tenten" hebben opgeslagen. Veel meer dan wat doek rond een geraamte van takken stellen die tenten niet voor. Van de veiligheidsmensen die ons begeleiden krijgen we een kwartier om te filmen. Maar nog vóór onze tijd op is, moeten we halsoverkop vertrekken. Acuut kidnappingsgevaar; zo blijkt.

    Voor ons. Niet voor hen die honger lijden. Zij lopen andere gevaren. Dat wordt eens te meer duidelijk in het plaatselijk ziekenhuis. Hier vechten kinderen tegen diarree, cholera, longinfecties, mazelen. "Weinigen sterven door honger, maar wel door de ziektes die veroorzaakt worden door de honger", zegt Steven Lauwerier. Honger is een laffe moordenaar.

    Hij toont ons een meisje dat helemaal opgezwollen is. Een voorbeeld van zware ondervoeding, zegt hij. Maar ze hoeft niet opgenomen te worden. Ze krijgt een pakket met zakjes Plumpynut mee naar huis, krachtvoer op basis van pindanoten. Als ze binnen twee weken zal terugkomen, zal ze er weer helemaal bovenop zijn.

    Een ander kind met cholera krijgt via een buisje een zoutoplossing toegediend. Het zal razendsnel genezen, verzekert Lauwerier ons. Kinderen nu inenten tegen mazelen kan een epidemie en dus massale kindersterfte voorkomen. Het vaccin is spotgoedkoop.

    Allemaal eenvoudige oplossingen, en toch ligt een nieuwe hongersnood op de loer. De hulporganisaties leveren nu een strijd tegen de klok om dát te vermijden. En ze hebben amper een derde van het nodige geld bijeen.