Meest recent

    Negen op de tien gemeenten kunnen te oude sportinfrastructuur niet renoveren

    De meeste sportinfrastructuur in Vlaanderen voldoet niet meer aan de wettelijke normen. Heel wat sporthallen, lokalen en zwembaden zijn eigenlijk te onveilig om nog te gebruiken, schrijft Het Nieuwsblad. Het financiële schoentje knelt: Vlaanderen weigert de nodige renovaties te subsidiëren, en de gemeenten zelf hebben er geen geld voor.
    Archieffoto

    Sport Vlaanderen, het voormalige Bloso, heeft 262 gemeenten bevraagd naar de staat van hun sportinfrastructuur. In totaal voldoen 539 sportlocaties eigenlijk niet meer aan de wettelijke veiligheidsnormen. Slijtage, een gebrek aan sportmateriaal en hoge energiekosten door verouderde systemen zijn de belangrijkste euvels, schrijft Het Nieuwsblad.

    De verouderde sporthallen zouden moeten gesloten worden, of zijn dringend toe aan renovatie. Maar Vlaanderen wil het nodige geld daarvoor niet ophoesten, en en negen op de tien gemeenten kunnen een broodnodige renovatie niet zelf betalen. 

    "Gemeenten zijn al bijzonder creatief"

    "De meeste sportinfrastructuur is gebouwd in de jaren 70, en intussen dus dringend aan renovatie toe", zegt Kris Peeters, stafmedewerker sport bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) in "De ochtend". "De lokale besturen doen hun best, maar de middelen zijn beperkt. Ik wil zeker niet de bal volledig in het kamp van de Vlaamse overheid leggen, want lokaal zijn de juiste keuzes nodig, in alle eer en geweten. Maar ook als er goed bestuurd wordt, dan is er een probleem."

    Peeters ziet dat sommige gemeenten bijzonder creatief uit de hoek komen, om de kosten te drukken. "We zien dat sporthallen of lokalen af en toe worden gebruikt als kinderopvang. Iedereen streeft binnen zijn budget naar win-winsituaties. Maar dat lost niet alles op."

    Vlaanderen zou extra geld moeten vrijmaken voor zijn lokale sportinfrastructuur, vindt Peeters. "Misschien moet de Vlaamse overheid meegaan in het idee dat sportinfrastructuur niet sectoraal bekeken moet worden. Lokalen die enkel voor een bepaalde sport wordt gebruikt: dat is niet meer van deze tijd", vindt hij. "We moeten streven naar dubbelgebruik, in de combinatie met schoolgebruik of zorginfrastructuur. De topsportinfrastructuur staat daar nog los van. Daarvoor moeten gemeenten hun krachten bundelen."

    Muyters focust op "het bovenlokale en topsport"

    Vlaams minister van Sport Philippe Muyters (N-VA) erkent het probleem, maar vindt dat de gemeenten hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Hij wil zo veel mogelijk investeren in topsport en zogenoemde "bovengemeentelijke projecten". 

    "Daarvoor is er 30 miljoen euro vrijgemaakt, en daarboven is er nog 5 miljoen euro extra per jaar. Het budget voor sport is nooit zo groot geweest", zegt hij in "De ochtend". "Ieder zijn verantwoordelijkheid: de gemeenten voor hun infrastructuur, mijn kabinet voor al het bovenlokale. De gemeenten moeten echt zelf een inspanning doen voor hun eigen infrastructuur."

    Muyters ontkent dat hij zich te veel focust op de "happy few" van de topsport. "Ik zet me in voor een beter gebruik van schoolsportinfrastructuur, buiten de schooluren én het optimaliseren van het gebruik van sporthallen door verschillende sporten en organisaties."