Meest recent

    Kan je varkens én goed én snel én goedkoop slachten?

    De beelden van lijdende varkens in het slachthuis van Tielt raakten een gevoelige snaar. Maar weten we wel of dit een eenmalig incident is? Of worden zo'n praktijken veel toegepast? En wat kunnen doen - ook zelf - om dit te voorkomen?

    opinie
    Jennifer Dubrulle
    Onderzoeker aan de universiteit van Tilburg

    Als onderzoeker ben ik weinig verrast door de beelden van het slachthuis van Tielt, waarbij Belgische varkens op alesbehalve vredevolle maie  om het leven kwamen. De meest confronterende beelden tonen hoe kreupele of gewonde dieren worden geslagen, geschopt en uiteindelijk de dood ingesleurd. Ik vond het ook hard om te zien hoe een varken bij bewustzijn bleef na de gasbedwelming maar er dan in extremis toch, in het heet waterbad, het loodje bij neer moest leggen.

    Een laatste treffend beeld, het staat op mijn netvlies gegrift, is de lange bewegende rail van aan één poot opgehangen varkens. Hoewel zij in die fase van het productieproces dood hadden moeten zijn, bleek een significant deel van deze dieren toch nog te leven, letterlijk hangend boven hun eigen bloedbad. Mocht er een hel voor varkens bestaan, dan zou die zich best in Tielt kunnen bevinden.

    Topje van de ijsberg?

    Deze problematiek is niet beperkt tot één slachthuis in Vlaanderen. Andere, ook internationale voorbeelden zijn legio: het Britse toezichtsorgaan voor voedselveiligheid stelde afgelopen zomer vast dat Britse slachthuizen gedurende 2 jaar 4.000 zware inbreuken op de dierenwelzijnswetgeving begingen.

    Begin 2017 trof de politiek in Frankrijk maatregelen om, na verschillende schandalen à la Tielt, cameratoezicht in slachthuizen te verplichten. Ook de naleving van het Europees dierenwelzijnsrecht is ondermaats: begin maart gaf de dierenwelzijnsorganisatie Animals International beelden vrij waarop te zien is hoe Europees vee in erbarmelijke omstandigheden werd (en naar ik vermoed nog altijd wordt) getransporteerd naar Turkije, Libanon, Jordanië, Israel, Palestina en Egypte. Als kers op de taart worden die Europese dieren daar op brutale wijze geslacht.

    Ofwel krijg je goedkoop en snel, maar niet erg goed. Of je krijgt snel en goed, maar niet erg goedkoop. Of goed en goedkoop, maar niet erg snel.

    De mate, en dus de frequentie, waarin dierenmishandeling in het productieproces voorkomt is me - tot op de dag van vandaag - onduidelijk. Zijn deze voorbeelden alleenstaande gevallen of is dierenmishandeling een systematisch gegeven? 

    Ik zit met veel waarom-vragen. Waarom stelt het Britse voedselveiligheidsagentschap zoveel misbruiken vast? Waarom zijn er zoveel incidenten en slagen wij er niet in om dieren op consistente wijze goed te behandelen? Waarom exporteren wij dieren in erbarmelijke omstandigheden buiten de Europese Unie waar ze in onmenselijke omstandigheden worden geslacht?

    Dolph Cantrijn

    Het ‘daarom’ ligt in de realiteit dat wij economische wetmatigheden, zoals productie-efficiëntie en kosten-efficiëntie, toepassen op dieren. Bovendien moeten de dierenwelzijnswetgeving worden nageleefd. Idealiter zouden de 11 à 12 miljoen varkens die we jaarlijks in onze slachthuizen verwelkomen zowel snel, goedkoop en goed (dus overeenkomstig dierenwelzijnswetgeving) worden geslacht.Elke eerstejaarsstudent marketing zal je kunnen meegeven dat dit niet zal lukken: oftewel krijg je goedkoop en snel, maar niet erg goed. Of snel en goed, maar niet erg goedkoop. Of goed en goedkoop, maar niet erg snel. Alles samen lukt niet.

    Harde job

    Een bijkomende moeilijkheid is dat het slachten van dieren an sich, hoewel legaal, een hachelijke onderneming is. De meesten onder ons vinden het al ongemakkelijk om te kijken naar beelden van dieren die worden geslacht (zelfs indien dit overeenkomstig de wet gebeurt). Weinigen voelen zich geroepen om een carrière als slager na te streven.

    Dieren zelf hebben geen zin om te worden geslacht, zij zouden (gedreven door hun overlevingsinstinct) bij voorkeur in leven blijven. Het is niet ongewoon dat dieren die daadwerkelijk op weg zijn naar het slachthuis, of daar aangekomen, tegenspartelen.

    Een slager moet dus met een onwillig dier aan de slag, hetgeen, kan ik me indenken, geen evident werk is.  Hoewel het slachten van varkens geautomatiseerd bandwerk is, vermoed ik dus dat niet alle varkens zich als gewillige productie-eenheden gedragen.

    Een slager moet dus met een onwillig dier aan de slag, hetgeen, kan ik me indenken, geen evident werk is.

    Niet te vergeten is dat elk varken een eigen persoonlijkheid heeft: individu nummer 1 kan verstandiger zijn en pogen te ontsnappen, terwijl individu nummer 597 luid schreeuwt onder stress en individu 300 braafjes de productielijn volgt. Menselijk ingrijpen is dan nodig waar het productieproces zelf faalt (vb. door technische defecten) of het betreffende varken zelf niet eenvoudig dood te krijgen is (vb. door fysieke verschillen of een sterk overlevingsinstinct).

    Dat dit ingrijpen er niet altijd esthetisch verantwoord uitziet is onvermijdelijk, aangezien er wordt ingegrepen in het proces van ‘doden’, een allesbehalve esthetisch proces. 

    Wat nu?

     Aan de kant van het menselijke defect – het slachttraject - zijn er de laatste dagen uitstekende suggesties gedaan in de media. Voornamelijk de nadruk op het verhogen van de transparantie in slachthuizen door het installeren van camera’s getuigt van gezond verstand. 

    Het is verbazend dat wij niet beter in de gaten houden hoe dieren worden geslacht, aangezien er zoveel kan mislopen bij het slachten zelf en de gevolgen in termen van dierenwelzijn ellendig zijn. Het is te verwachten dat het filmen in slachthuizen ertoe leidt dat excessieve schendingen van de dierenwelzijnswetgeving sneller worden blootgelegd.

    Varkens beschikken immers niet over de intellectuele of menselijke capaciteiten om het onrecht dat hun wordt aangedaan aan te kaarten.

    Dierenwelzijnsorganisaties moeten dan geen heksentoeren, zoals ondercoveroperaties meer uithalen om misbruiken bloot te leggen. Geïnformeerde politieke spelers, zoals Minister Ben Weyts, kunnen dan actie ondernemen en de slachtvergunning intrekken. Economische spelers zoals Delhaize en Colruyt kunnen tevens een duidelijk signaal geven aan hun clientele: dat zij dergelijke praktijken niet tolereren en het betreffende vlees uit de rekken te halen. 

    Rechten geven aan varkens?

     Het kordaat optreden van politieke en economische krachten in het Tielt-dossier is bewonderenswaardig. Of met zulke maatregelen de werkelijke oorzaak van het dierenleed wordt bestreden is minder zeker: het grote aantal dieren dat nu in Tielt werd geslacht moet naar een of meer andere slachthuizen.

    Ergens echter heb ik het gevoel dat ook deze andere slachthuizen al op hoge capaciteit produceren; een verhoogde productie door het overnemen van de Tieltse varkens zal de kansen op schendingen van de dierenwelzijnswetgeving verhogen. Het probleem wordt dus mogelijks gewoon verplaatst, niet opgelost.

    Zijn wij klaar om dierenleed niet langer te tolereren?

    Naast het werken aan verbeterd menselijk toezicht en transparantie is het ook mogelijk om de rechtspositie van het varken zelf te verbeteren. Maar dit is niet eenvoudig: varkens beschikken immers niet over de intellectuele of menselijke capaciteiten om het onrecht dat hun wordt aangedaan aan te kaarten. Dat moeten wij voor hen doen.

    Het is, op zeer lange termijn, niet uitgesloten dat de rechtspositie van dieren wordt versterkt door dieren zelf rechten toe te kennen, waarbij door middel van constructies als voogdij hun individueel ‘varkensbelang’ voor de rechtbank kan worden verdedigd. Wat kan iedereen doen?

    Blijven tolereren?

    Het is aan ieder voor zich om zelf verantwoordelijkheid te nemen en
    de vraag te stellen of je kan leven met die onwetendheid (heb je nog vertrouwen in het systeem?) en indien nee: wat de gevolgen hiervan zijn. De
    vertrouwensbreuk tussen burger en vleesindustrie zal, net als in persoonlijke relaties, tijd vragen om te herstellen.

    Ten slotte, vraag ik me af wat de vrijgegeven beelden zeggen over ons, als mensen en over hoe wij onze maatschappij en verhouding tot dieren organiseren. Gandhi’s citaat boet weinig aan relevantie in:

    Men kan het niveau van beschaving van een land meten aan de manier waarop dat land met zijn dieren omgaat.

    Ghandi

    Is de tijdsgeest ernaar? Zijn wij klaar om dierenleed niet langer te tolereren?