Meest recent

    Rwanda exporteert eigen censuur naar België - Peter Verlinden

    Terwijl de Belgische politiek zich druk maakt over pogingen tot intimidatie en censuur van Turken in België, treedt ze niet op tegen dezelfde praktijken van Rwanda in ons land. Journalist Peter Verlinden maakte het dit weekend zelf mee.
    analyse
    Analyse

    Peter Verlinden volgt al ruim een kwart eeuw de situatie in en om Rwanda voor VRT-Nieuws.

    Terwijl nogal wat Belgische politici zich zorgen maken over de polarisering binnen de Turkse gemeenschap in ons land, in aanloop naar het referendum in het verre ‘thuisland’ Turkije, ontrolt zich al jarenlang een soortgelijke escalatie in het Rwanda-dossier. Binnen de Turkse gemeenschap heerst angst. Want wie zich durft uitspreken tégen (president) Erdogan en diens streven naar meer presidentiële macht riskeert de weerbots, problemen, in Turkije zelf, voor familie en vrienden, maar ook in België.

    Turkije is niet het enige land dat eigen problemen en censuur naar ons land exporteert. De Rwandese gemeenschap in ons land kent die polarisatie en de angst voor represailles al meer dan twintig jaar. En heeft daarbij nooit enig gehoor gekregen van de Belgische politiek.

    Want wie durft zich kritisch uit te laten over het dictatoriale regime van de huidige president Paul Kagame, riskeert als Rwandees in België grote problemen. Zeker de afgelopen paar jaar aarzelt zelfs de Rwandese ambassadeur in Brussel niet om kritische stemmen te bedreigen via het populaire kanaal van de sociale media.

    En niet alleen kritische Rwandese stemmen, ook volbloed Belgen moeten het ontgelden. Vorige week slaagde een regime-gezinde organisatie er zelfs in om de toegang te ontzeggen aan enkele Rwandese critici én uw journalist, toen die een colloquium over de genocide in Rwanda wilden bijwonen in … een Belgisch parlement. Met steun van de Rwandese ambassade.

     

    Censuur in een Belgisch parlement

    De organisatie van slachtoffers van de genocide in Rwanda (1994), IBUKA, nauw verbonden met het Rwandese regime, organiseerde in het parlement van de Waals-Brusselse Federatie een open colloquium over het onderwijs (in ons land) en de genocide op de Tutsi’s.

    Netjes aangemeld als VRT-journalist, én na bevestiging van mijn inschrijving, kreeg ik de nacht ervoor een mail om de annulering van mijn inschrijving te melden, zonder enige verklaring. Ook twee jonge Belgische Rwandezen, bekend als kritisch voor het huidige regime, mochten niet binnen.

    Voor die twee jongeren konden (of wilden) de griffier van het parlement en de voorzitter niets doen.

    Voor een erkende journalist lag dat wel anders.

    Een compromis

    Na enig aandringen probeerde de welwillende griffier te bemiddelen. Ook zijn voorzitter vond het onaanvaardbaar dat een erkende Belgische journalist geen toegang zou krijgen tot een publiek colloquium in hun eigen parlement.

    De organisatie probeerde het dan maar met enkele leugens:

    - dat uw journalist bij zijn inschrijving verzwegen had,

    - dat hij journalist was (quod non),

    - dat hij een activist was die rel wilde schoppen (quod non),

    - dat hij de Rwandese genocide ontkende en dus een negationist was (quod non).

    De griffier viel van de ene verbazing in de andere, dat dit mogelijk was in ‘zijn’ parlement.

    Na een paar uur van hoogoplopende discussies, stelde hij uiteindelijk een compromis voor dat ik aanvaardde om de goedmenende man uit de nood te helpen: ik mocht het colloquium bijwonen in een belendende (verder lege) commissiezaal, op groot televisiescherm, waardoor ik ook geen vragen kon stellen of deelnemen aan het voorziene debat.

    Niet het enige incident

    Dit ene incident vormt voor het Rwandadossier in België maar het topje van de ijsberg, zijnde een opmerkelijke top omdat het zich afspeelde in en om een parlement, de ‘tempel van de democratie’.

    Wellicht voor het eerst slaagde het Rwandese regime erin om zijn politieke systemen (censuur en afdreiging) te laten doordringen tot in een Belgisch publiek gebouw. Zelfs met enig succes: de twee Rwandese jongeren mochten helemaal niet binnen en ikzelf kon niet volwaardig mijn journalistieke werk doen.

    ULB-professor Anne Morelli, spreekster op het colloquium, was de enige die de moed had om deze gang van zaken aan te klagen, op het colloquium zelf, aan het begin van haar eigen uiteenzetting.

    Angst voor Rwanda in België

    Maar het meest zorgwekkende is dat deze aanpak van het Rwandese regime en zijn ‘lange armen’ al ruim twee decennia schering en inslag is, zeker tegenover de Rwandese asielzoekers en (erkende) vluchtelingen, ook als ze intussen Belg geworden zijn.

    Aanvankelijk speelden zich de bedreigingen nog af in de schaduw van de diaspora, wat de angst niet minder maakte. De afgelopen paar jaar is het regime en zijn vertegenwoordigers nog stoutmoediger geworden.

    Bijna anderhalf jaar geleden waren er al de zware incidenten rond ‘Rwanda Day’ in Amsterdam, een propaganda-evenement van het regime. (Verondersteld) kritische Rwandezen én Europese journalisten kregen geen toegang tot het evenement en werden zelfs buiten afgedreigd door lijfwachten van de Rwandese president Kagame.

    De Rwandese diaspora kent heel goed deze zogenoemde ‘intore’ (‘spionnen’ in opdracht van een regime, ook wel ‘abatasi’ genoemd, wellicht naar het Duitse Stasi, de geheime dienst ten tijde van Oost-Duitsland). Deze jonge mannen, militair getraind, verbonden aan de Rwandese ambassade in Brussel, duiken geregeld op in Rwandese kringen en zijn zeer gevreesd. (De gelijkenis met de Turkse ‘Grijze Wolven’ is treffend …).

    Zij zaaien angst en dreigen iedereen af die zich kritisch uitlaat over het regime Kagame in Rwanda zelf. (Zelfs een vroegere Vlaamse zakenman in Rwanda, berooid en geplunderd teruggekeerd naar België, wordt al jarenlang bedreigd omdat hij zijn rechten probeert op te eisen, namelijk een schadeloosstelling.)

    Tegelijk vrezen de Rwandese vluchtelingen dat de ‘intore’ ook informatie doorspelen naar Kigali, waardoor hun achtergebleven familieleden bedreigd kunnen worden of erger. Die angst doet de meeste Rwandezen zwijgen, ook in België. De vrijheden van onze democratie zijn zo voor vele kritische Rwandezen in ons land een wensdroom, een fictie.

    Terwijl de zorgwekkende situatie van de Turkse diaspora en de politieke verscheurdheid daarbinnen de afgelopen maanden en jaren geregeld boven water komt, blijft die van de Rwandese diaspora nog altijd onder de radar.

    Meer zelfs. Het gedrag van de ambassade en van de regime-gezinde organisaties wordt door de politiek niet opgemerkt of bewust genegeerd. Al zijn de bevoegde veiligheidsdiensten wel op de hoogte en zeer goed zelfs. Maar hun rapporten krijgen geen of nauwelijks opvolging. Tot ooit het deksel vliegt van ook deze doos van Pandora.