Meest recent

    Amerikaanse president wil oorlog met Duitsland

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen deze week 100 jaar geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Amerikaanse president Wilson vraagt om oorlog tegen Duitsland, de nieuwe Russische regering erkent onafhankelijkheid Polen, het slachten van honden wordt in Gent gereglementeerd, ....

    Het is zover: de Amerikaanse president Wilson vraagt om oorlog tegen Duitsland. Hij hield daarvoor een speciale rede tot het Amerikaanse Congres.

    Wilson noemt de huidige Duitse duikbotenoorlog “een oorlog tegen de mensheid”. Hij wijst er op dat zelfs hospitaalschepen en schepen met voedsel voor “het hard getroffen volk van België” worden aangevallen.

    Wilsons recente beslissing om Amerikaanse koopvaardijschepen te bewapenen, helpt niet, zo merkt hij nu op. Duitsland heeft ervoor gewaarschuwd dat wie op koopvaardijschepen wapens hanteert, als piraat zal worden behandeld.

    Wilson wil daarom dat het Congres verklaart dat de huidige koers van de Duitse regering “in feite niets anders is dan oorlog tegen de regering en het volk van de Verenigde Staten”. Hij wil dus zelf niet de oorlog verklaren, maar wel laten vaststellen dat Amerika in oorlog is.

    De toespraak van president Wilson voor het Congres, tekening uit het Franse Le Petit Journal Illustré, april 1917)

    Als oorlogvoerend land zal Amerika volledig samenwerken met de landen die nu met Duitsland in oorlog zijn en dat met alle middelen, manschappen, materieel en geld, zo belooft de president.

    Opmerkelijk is dat Wilson zegt geen vijandelijke gevoelens te hebben voor het Duitse volk, maar zijn pijlen richt op “de Pruisische autocratie”. Volgens hem is de oorlog begonnen door ondemocratische heersers “in het belang van dynastieën en van groepjes ambitieuze mannen”.

    Wilson zegt dat alleen democratische regeringen voor een duurzame vrede kunnen zorgen, omdat ze rekening houden met de belangen van het volk. De oorlog moet dus een strijd voor vrijheid en democratie worden. In de woorden van de president: “De wereld moet veiliggesteld worden voor de democratie”.

    De dag voor Wilson zijn toespraak hield, is het Amerikaanse cargo ‘Aztec’ nabij Bretagne gekelderd. 28 bemanningsleden kwamen om.

    Vorige maand alleen werden vijf Amerikaanse schepen het slachtoffer van Duitse duikboten, waarbij in totaal 22 mensenlevens verloren gingen.

    Volgens de Amerikaanse karikaturist Charles Dana Gibson is dit het begin van het einde en zal vrouwe Democratie het militarisme van de Duitse keizer overwinnen ( oorspronkelijk verschenen in het Amerikaanse weekblad Life)

    De kop van de Chicago Daily Tribune van 2 april 1917 en voorpagina-tekeningen die het oorlogsenthousiasme duidelijk maken: 'na de woorden nu ook de daden, 'Uncle Sam' schaart zich aan de zijde van de democratie tegen de autocratie, en zal nu met een andere wagen moeten leren rijden' ( CDT, 2,3 en 4 april 1917)

    Geallieerde pers enthousiast

    Nog voor de officiële oorlogsverklaring er is, reageert de Geallieerde pers enthousiast over de toespraak van Wilson.

    Dat Wilson oorlog wilde, was te verwachten, maar dat hij de Geallieerden volledig gaat steunen, is toch nog een verrassing.

    Alle kranten zijn ervan overtuigd dat de steun van de Verenigde Staten, met hun potentiële macht en hun ontzaglijke hulpbronnen, de doorslag zal geven in de strijd.

    Ook de Belgische “patriottische” pers, die in het buitenland verschijnt, is enthousiast.

    Het Franse dagblad Excelsior juicht op 4 april en publiceert drie dagen later integraal de tekst en muziek van het Amerikaanse volkslied (BnF, Gallica)

    Ons Vaderland, een in Calais gedrukt Vlaams blad dat voor de frontsoldaten is bestemd, geeft een volledige analyse van Wilsons toespraak.

    ‘Het begin van het einde’, titelt Het Belgisch Dagblad dat in Den Haag verschijnt. Het blad is ervan overtuigd dat Amerika’s steun België zal doen herstellen van ‘de dodelijke slagen van onze snode en wrede vijanden’. De krant besluit met; ‘Leve Wilson! Leve de Verenigde Staten!’.
    L’Echo belge (Belgische Franstalige krant in Amsterdam) zegt dat met de VS aan onze kant de Grote Oorlog een strijd wordt ‘van Recht tegen Onderdrukking, van Vrijheid tegen Absolutisme, van Beschaving tegen Barbarij’ en noemt het een teken van de voorzienigheid dat dit gebeurt ‘op het moment dat het Russische volk zich bevrijdt en emancipeert’.
    De Belgische pers die onder Duitse controle verschijnt, geeft de feiten veel beknopter weer. De activistische krant Het Vlaamsche Nieuws kon niet nalaten te schrijven dat er in New York een grote vredesbetoging werd gehouden ‘die in Washington grote indruk heeft gemaakt’.
     

    Russische regering erkent onafhankelijkheid Polen

    De nieuwe voorlopige regering van Rusland heeft in een “proclamatie aan de Polen” het recht op een Poolse onafhankelijke staat erkend.

    Polen verdween in 1795 van de kaart nadat het was opgedeeld door Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Sinds 1815 behoorde het grootste deel tot Rusland. Dat deel is intussen volledig bezet door de Centrale Mogendheden, die daar zelf een Poolse staat hebben uitgeroepen.

    De Russische regering zwijgt over die door de Duitsers gecontroleerde Poolse staat, maar roept de Polen op om aan Russische zijde te strijden voor de bevrijding van alle Poolse gebieden, dus ook die welke tot Duitsland en Oostenrijk behoren.

    Het gebaar van de voorlopige regering wordt door de Geallieerden toegejuicht. Onder het tsarenregime werden de Polen zwaar onderdrukt. Dat joeg de Polen naar het Duitse kamp.

    Eigenlijk heeft de voorlopige regering weinig keuze, omdat Polen toch voor Rusland verloren lijkt. Ook aan andere nationale minderheden doet ze toegevingen.

    De autonomie van Finland, die al onder de tsaren bestond, wordt versterkt en aan de Oekraïne is een vorm van zelfbestuur beloofd.

    Huldemanifestatie in de straten van Warschau, half januari 1917, bij de installatie door de Duitsers en Oostenrijkers van een Poolse Raad van State, die de voorloper van een echte Poolse regering moest worden (uit het Duitse 12-talige propagandatijdschrift Welt im Bild, nr 104, 1917)

    De voorlopige regering heeft ook alle discriminerende maatregelen tegen de joden afgeschaft.

    Zo mogen de joden voortaan overal in Rusland verblijven zonder toestemming. Meer dan een eeuw mochten de miljoenen Russische joden alleen wonen in bepaalde streken, vooral in de westelijke gebieden van het Rijk, maar niet in Petrograd en Moskou.

    Ook alle beperkingen om bepaalde beroepen te beoefenen verdwijnen, net als het verbod van joden om traditionele Russische klederdracht te dragen.

    De reacties van Geallieerde zijde op al deze maatregelen zijn uiteraard positief. Meer en meer raakt men ervan overtuigd dat Rusland een echte democratie zal worden.

    Ook het Vaticaan is blij met de nieuwe Russische houding tegenover Polen. Het Vaticaan had altijd problemen met de manier waarop de katholieke Polen door het tsarenregime werden onderdrukt.

    Scenes uit Petrograd, van boven naar onder met de klok mee: soldaten met de rode vlag en een rode armband, het verbranden van dossiers uit de politiearchieven en van symbolen van het keizerrijk, in de Doema, het parlement, is het portret van de keizer achter het spreekgestoelte verwijderd, en publicaties van het nieuwe bewind worden gretig gelezen ( uit Le Miroir, 29-4-1917)

    Russen in Mesopotamië

    Een Russisch legerkorps onder generaal Baratov heeft de stad Khanaqin (of Khanikan) ten noordwesten van Bagdad bezet.
    Khanaqin ligt vlakbij de grens met Perzië en wordt voornamelijk door Koerden bewoond.

    De Russen, die het noordwesten van Perzië bezetten, hadden vorig jaar al eens Khannaqin aangevallen. Toen wist het Turkse strijdmacht van generaal Ali Isjan Bey de Russen met succes terug te dringen naar Kermanshah in Perzië.

    Isjan Bey vertrok echter in februari om Bagdad te verdedigen tegen de optrekkende Britten. Intussen is Bagdad al in Britse handen.

    De Russen konden zonder weerstand Khanaqin binnenrukken.

    Russen en Britten coördineren hun acties in het Midden-Oosten. De revolutie in Rusland heeft niets veranderd aan de Russische strijdbaarheid aldaar.

    Britse, Brits-Indische en Russische soldaten verbroederen in Mesopotamië

    De Duitse autoriteiten in Gent hebben een reglement op het slachten van honden uitgevaardigd, op vraag van het Gentse stadsbestuuur.

    Onlangs heeft de politie verscheidene clandestiene hondenslachterijen ontdekt. Gezien de precaire voedselsituatie wil de overheid het slachten en eten van deze huisdieren niet verbieden, maar er komt wel een strenge controle.

    Slachten mag enkel op een aparte hondenslachtvloer in het stedelijk slachthuis. Alleen gezonde dieren komen in aanmerking. Het vlees krijgt een keurteken.

    Hondenhuiden dienen ter betaling te worden aangeboden aan de ‘Haudensammelstelle’ of aan erkende opkopers.

    Winkels waar hondenvlees wordt verkocht, moeten door het stadsbestuur worden aangeduid. Ze krijgen de vermelding “hondenbeenhouwerij” en mogen geen ander vlees verkopen. Alle bereidingen die hondenvlees bevatten, zoals worst, dienen te worden voorzien van het opschrift “hondenvlees”.

    Het is ook verboden om hondenvlees te verkopen aan hotels, restaurants en Duitse militairen.

    Al eerder is bekend dat er in Gent hondenvlees wordt verkocht, vooral aan de Koningin Elisabethlaan, die de bijnaam “boulevard Boeboe” heeft gekregen.

    De eerste artikels van het Gentse reglement (Zwarte Doos, Stadsarchief Gent).

    Ook elders werd tijdens de oorlog vrij openlijk hond gegeten, onder andere in Boom, waar de inwoners nog altijd de bijnaam “hondenfretters” hebben. De jeugdroman 'De Hondeneters' van Marita de Sterck is op dit verhaal gebaseerd.

    Maagdeneilanden worden Amerikaans

    Op 1 april heeft Denemarken de eilanden St-Jan, St-Croix en St-Thomas in de Caraïbische Zee aan de Verenigde Staten afgestaan. De eilanden heten nu officieel de “Maagdeneilanden van de Verenigde Staten”.

    In augustus vorig jaar was er al een verdrag gesloten om “Deens West-Indië” te verkopen voor 25 miljoen dollar. In Denemarken kwam er echter fel protest van de conservatieve oppositie .

    Na een heuse politieke crisis werd er een referendum over de kwestie georganiseerd – het eerste in de Deense geschiedenis - waarbij 64 % van de Deense kiezers met de verkoop instemde.

    De inwoners van de eilanden mochten niet meestemmen, maar het is duidelijk dat ze in grote meerderheid achter de overdracht staan.

    De Deense regering is blij dat de afstand geregeld is voordat de VS in de oorlog betrokken raken. Denemarken is een buurland van Duitsland en houdt zich in het conflict neutraal.

    Door de overdracht wordt het Engels de officiële taal van de eilanden in plaats van het Deens, een taal die er nauwelijks gekend was. De bevolking spreekt vooral creoolse vormen van Engels, Nederlands en Frans.

    Op 31 maart was in de late namiddag een grote menigte opgekomen bij het fort Christiansvaern in Frederiksted op het eiland St. Croix, om voor het laatst het strijken van de Deense vlag bij te wonen (Nationale Bibliotheek van Denemarken).

    lees ook