Meest recent

    Onderhandelingen brexit: wie heeft de sterkste troeven?

    Het is zover. De onderhandelingen over de brexit kunnen beginnen. Wie heeft de beste kaarten? De Britse premier Theresa May of Europa? Of de voorstanders van een harde brexit, zoals Nigel Farage?

    opinie
    Hans Bevers
    Hoofdeconoom bij de bank Degroof Petercam. Hij schrijft regelmatig opinieteksten voor deredactie.be over Belgische of internationale economische thema's.

    Vandaag, iets meer dan negen maanden na het brexit-referendum, zet de Britse regering de scheiding officieel in: artikel 50 van het verdrag van Lissabon wordt geactiveerd. ‘Brexit means brexit, and we’re going to make a success of it’ zei Theresa May kort na haar aanstelling als nieuwe premier. Klinkt simpel maar de kans dat het een theekrans of parkwandeling wordt, is zeer klein. Nooit eerder verliet een land de EU.

    Over de brexit is al veel gezegd en geschreven, logisch ook gezien de grote verdeeldheid. Uiteindelijk stemde amper 52% van de bevolking voor uittreding. In Noord-Ierland en Schotland koos een meerderheid, respectievelijk 56% en 62%, om lid te blijven van de EU. En ook de breuklijn tussen jong en oud viel op. Die laatste groep maakt zich duidelijk meer zorgen over thema’s als vrijhandel en migratie. 

    Intussen publiceerde de Britse regering een witboek waarin ze twaalf
    prioriteiten vooropstelt. Maar met weinigzeggende ambities als ‘de unie
    sterker maken’ of ‘een vlotte exit uit de EU organiseren’ kunnen we
    moeilijk spreken van een goede gids. Het is en blijft lastig kijken door
    de wazige glazen van de brexit-bril. Hieronder toch een poging om de
    onderhandelingen en de economische impact in te schatten.

    Wie beschikt over de beste onderhandelingspapieren?

    De oefening is complex. Er zal eerst en vooral gediscussieerd worden
    over de Britse uittredingsvergoeding. Die zou volgens sommige
    beleidsmakers kunnen oplopen tot 60 miljard euro, ongetwijfeld een koude
    douche voor degenen die zich lieten ringeloren door de boodschap van
    Nigel Farage dat er wekelijks 350 miljoen pond zou terugvloeien naar de
    Britse schatkist.

    Daarnaast moet onderhandeld worden over grenscontroles, de uitwisseling van studenten en wetenschappers, andbouwsubsidies, financiële diensten, visserijquota’s, productstandaarden, de werkvergunning van topsporters,…you name it.

    Al hebben zowel de Britten als de Europeanen in principe baat bij een zo vlot mogelijke regeling, de kans op strubbelingen is bijzonder groot. Voor Europa bestaat de uitdaging er vooral in om de rangen gesloten te houden. Met 27 lidstaten is dat allesbehalve een gemakkelijke opdracht.

    Europa heeft tot nader order de beste onderhandelingspapieren. 

    Toch beschikt Europa tot nader order over de beste onderhandelingspapieren. Ruwweg de helft van alle handel in het VK vindt plaats met de EU als handelspartner. Omgekeerd is dat ‘slechts’ 8%. Het Britse handelstekort ten opzichte van de EU is bovendien aanzienlijk.

    Het dreigement om een fiscaal paradijs te installeren op enkele tientallen kilometers van het Europese vasteland maakt weinig indruk, de budgettaire situatie van het VK indachtig.

    Ook de tijd speelt in het nadeel van de Britten. Nu artikel 50 is geactiveerd, is er exact twee jaar tijd om de discussies tot een goed einde te brengen, anders zijn de minder gunstige regels van de Wereldhandelsorganisatie van toepassing.

    Een verlenging is mogelijk maar in de praktijk is dat minder evident. De reden is dat de Europese Raad en alle lidstaten het hierover unaniem eens moeten zijn. Trouwens, ook vanuit binnenlandse conservatieve hoek staat de Britse regering onder druk om zo snel mogelijk een akkoord te bereiken.

    Maar wie gelooft dat? Het CETA-handelsakkoord tussen Europa en Canada nam immers maar liefst zeven jaar in beslag. En hoe langer de negotiaties aanslepen, hoe groter de kans dat bedrijven gevestigd in het VK en gericht op de Europese markt, de plas zullen oversteken.

    Wat zal de economische impact zijn?

    'Een stokje in de thee brengt blijde boodschap mee’, luidt het
    gezegde. De economische gevolgen in de onmiddellijke nasleep van het
    referendum waren in ieder geval veel minder negatief dan sommige
    waarnemers hadden voorspeld.

    Anderzijds moet de brexit nog beginnen. Economische impactstudies
    suggereren dat de Britse economische activiteit 1,3 tot 4,2% zou kunnen
    opgeven tegen 2030. In het meest negatieve scenario komt dat neer op een
    gemiddeld inkomensverlies van meer dan 2% per persoon. Dat is
    significant maar ook geen catastrofe.

    Voor de EU als geheel zou het gaan om verliezen tussen 0,1 en 0,5%.
    Uitgesmeerd over iets meer dan tien jaar en per hoofd van de bevolking
    is dat nagenoeg verwaarloosbaar. Al moet gezegd dat de verliezen niet
    gelijk verdeeld zijn over sectoren en landen. Ons land is door zijn
    nabije ligging net iets kwetsbaarder.

    Politieke gevolgen doorslaggevend

    Economische projecties zijn natuurlijk feilbaar. De politieke impact
    zal op lange termijn doorslaggevend zijn. Wat met Noord-Ierland en
    Schotland bijvoorbeeld? Kan de regering-May zich staande houden?
    De gevolgen voor Europa hangen in de eerste plaats af van de
    toekomstige relaties tussen de overblijvende lidstaten. Rusland heeft er
    alle belang bij Europa verder te verzwakken. En ook Trump gaat mee in
    deze retoriek wanneer hij zegt dat de brexit een geweldige zaak is voor
    het VK.

    Een doorstart op de zestigste verjaardag van Europa is zeker
    mogelijk. Misschien loopt de Europese schoen inderdaad makkelijker
    wanneer de zeurderige Britse kiezelsteen eruit is. Maar hoe je het ook
    draait of keert, het wordt beslist geen wandeling in het park.