Meest recent

    Verenigd Koninkrijk roept vandaag artikel 50 in: het begin van de echtscheidingsprocedure

    29 maart 2017 wordt zonder meer een historische dag: vandaag geeft het Verenigd Koninkrijk officieel te kennen dat het land de Europese Unie gaat verlaten. Daarmee is de brexit echter nog geen feit: Londen en Brussel moeten eerst nog over heel wat zaken praten. Het VK en de EU maken zich op voor een moeilijke echtscheidingsprocedure.

    Ruim negen maanden na het referendum waarin een meerderheid van de Britten zich uitsprak voor een uitstap uit de Europese Unie, wordt de procedure voor die brexit vandaag formeel opgestart.

    De Britse ambassadeur bij de Europese Unie zal rond 13.30 uur aan Europees president Donald Tusk een brief overhandigen. In die brief schrijft de Britse regering dat ze artikel 50 van het EU-verdrag inroept en de Unie tegen 2019 wil verlaten.

    Groot-Brittannië en de EU hebben vanaf dat moment in principe twee jaar de tijd om een akkoord te vinden over de manier waarop hun banden worden doorgeknipt en over hun toekomstige relatie. Die onderhandelingen zijn te vergelijken met die van een koppel dat uit elkaar gaat.

    Over het geld

    Een van de moeilijkste punten daarbij is de verdeling van het geld en de woning. De Europese Commissie vindt dat het Verenigd Koninkrijk niet kan vertrekken zonder te betalen. Toen ze nog lid waren - zegt de Commissie - hebben de Britten geld beloofd om mee te betalen aan allerlei projecten. Wanneer de rekeningen komen, zullen ze die mee moeten betalen, klinkt het.

    En wat met de pensioenen van 2.000 Britten die als Europees ambtenaar hebben gewerkt, of de 1.800 Britten die nu nog altijd ambtenaar zijn? De Europese Commissie vindt dat het Verenigd Koninkrijk daarvoor zal moeten blijven betalen. In totaal zou de rekening voor de Britten kunnen oplopen tot 60 miljard euro.

    De Britten van hun kant zullen ook geld proberen terug te vragen. Alle Europese gebouwen in Brussel zijn miljoenen waard. Wellicht zullen de Britten daar een deel van terug vragen.

    Over de kinderen

    En dan zijn er nog de kinderen in deze pijnlijke scheiding: de 1 miljoen Britten die op het Europese vasteland werken en de meer dan 3 miljoen EU-burgers in Groot-Brittannië. Blijven zij hun rechten behouden? Zullen nieuwkomers minder rechten hebben, en vanaf wanneer?

    Er zijn nog veel meer zaken die in de echtscheidingsovereenkomst moeten geregeld worden. Pas wanneer er daarover een akkoord is, wil Europa over een handelsovereenkomst praten.

    Artikel 50 Verdrag betreffende de Europese Unie

    1. Een lidstaat kan overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen besluiten zich uit de Unie terug te trekken.

    2. De lidstaat die besluit zich terug te trekken, geeft kennis van zijn voornemen aan de Europese Raad. In het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad sluit de Unie na onderhandelingen met deze staat een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie. Over dat akkoord wordt onderhandeld overeenkomstig artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het akkoord wordt namens de Unie gesloten door de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, na goedkeuring door het Europees Parlement.

    3. De Verdragen zijn niet meer van toepassing op de betrokken staat met ingang van de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na de in lid 2 bedoelde kennisgeving, tenzij de Europese Raad met instemming van de betrokken lidstaat met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

    4. Voor de toepassing van de leden 2 en 3 nemen het lid van de Europese Raad en het lid van de Raad die de zich terugtrekkende lidstaat vertegenwoordigen, niet deel aan de beraadslagingen of aan de besluiten van de Europese Raad en van de Raad die hem betreffen.De gekwalificeerde meerderheid wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    5. Indien een lidstaat die zich uit de Unie heeft teruggetrokken, opnieuw om het lidmaatschap verzoekt, is op zijn verzoek de procedure van artikel 49 van toepassing.