Bijna twee derde van migranten in Libië wil niet doorreizen naar Europa

    Bijna twee derde van de migranten die in Libië verblijven, willen eigenlijk helemaal niet naar Europa reizen. Dat is gebleken uit een grootschalige bevraging vorig jaar door de Internationale Organisatie voor de Migratie (IOM), een partner van de VN en Europa inzake migratiebeleid.
    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Tussen 700.000 en 1 miljoen migranten en vluchtelingen zitten in Libië. Van daaruit willen ze de oversteek naar Europa maken, zo klinkt het vaak. Maar dat beeld blijkt niet helemaal te kloppen. De IOM vroeg vorig jaar meer dan 300.000 mensen naar hun plannen.

    De bevraging van het IOM is geen wetenschappelijk onderzoek, maar door zijn grootschaligheid geeft het wel een goede indicatie. Het beeld dat uit de interviews naar voren komt, is veel genuanceerder dan dat van een massale stroom migranten die op weg is naar Europa.

    Slechts 28 procent blijkt van plan te zijn om naar Europa te reizen. Een deel daarvan zijn vluchtelingen: mensen die bedreigd worden in hun land van herkomst of een oorlog ontvluchten, en recht hebben op bescherming. Het grootste deel zijn migranten, vooral uit West-Afrika.

    Precaire omstandigheden

    Ruim 60 procent van de migranten is echter naar naar Libië gekomen om daar te werken. Gezien de bijzonder chaotische toestand in Libië, is dat een verrassend cijfer, maar Libië is wel traditioneel een migratieland. Onder Kadhafi telde het land veel Afrikaanse gastarbeiders, en nog altijd zijn er opportuniteiten om te werken. In de cafés en winkels van de hoofdstad Tripoli zijn heel wat migranten aan de slag.

    Toch is de toestand voor migranten bijzonder problematisch. Zij zijn vaak de eerste slachtoffers van de gewapende milities die elkaar bevechten. Migranten worden ontvoerd, vrouwen verkracht, ze worden vermoord of in ronduit gevaarlijke omstandigheden opgesloten in detentiecentra.

    Juist door die precaire toestand reizen sommige migranten die naar Libië kwamen om te werken, uiteindelijk toch door naar andere landen in de regio of naar Europa. "Als de situatie in Libië zou stabiliseren, zouden we wellicht minder problemen met smokkelaars hebben, en zou dat een impact hebben op de toestroom naar Europa", zegt het IOM.

    "Met lege handen terugkeren kan zeer stigmatiserend zijn"

    Er zijn dus ook migranten die vanuit Libië naar huis terugkeren. De IOM helpt bij hun vrijwillige terugkeer. "We hebben een programma dat 4.000 tot 6.000 mensen bijstaat. We hopen dat uit te breiden tot tegen het einde van het jaar. We voelen dat daar genoeg vraag naar is."

    Tegen het einde van het jaar hoopt het IOM 10.000 tot 15.000 migranten te helpen bij hun terugkeer. Op het totale aantal lijkt dat weinig, maar het is wel een belangrijk signaal. 

    De IOM helpt de terugkeerders immers ook om thuis een nieuw leven uit te bouwen. Dat is belangrijk, niet alleen voor wie vertrokken is, maar ook voor de achterblijvers. Vaak heeft de hele familie, soms zelfs het hele dorp meebetaald aan de reis van de migrant. Ook zij moeten belang hebben bij zijn terugkeer. "Als een migrant met lege handen naar huis terugkeert, kan dat zeer stigmatiserend zijn. Daarom is een reïntegratieprogramma zeer belangrijk", zegt het IOM.

    Dat migranten vaak opgelucht en erg blij zijn om naar huis terug te keren, bleek vorige week nog tijdens een terugkeervlucht van Libië naar Nigeria. Bij het vooruitzicht hun thuis terug te zien, braken migranten spontaan in gezang uit.

    Bekijk het filmpje dat het IOM op Facebook postte: