Meest recent

    Leven en dood op straat: Mario, punker én indiaan

    Elk weekend brengen we een verhaal uit de wereld van de dak- en thuislozen. Vaak krijgen deze mensen aandacht als de barre koude intreedt, en de vragen over winteropvang rijzen. Als het lente wordt, lijkt het alsof het leven op straat weer een fluitje van een cent is. Dat is niet zo: hun leven is hard winter én zomer, en eenzaam, en ook de dood is dat. Deze week : Mario.

    Als je punker èn indiaan bent, sta je zelfs op straat in de top 10 van Kleurrijke Figuren. Mario en zijn tweelingbroer Lorenzo hoorden in dat rijtje. Hun verhaal, van instellingen in hun jeugd, over een wild straatleven, tot een verzorgingstehuis, is een lijvige roman en een western tegelijk. Lorenzo is er niet meer, maar Mario kan het nog vertellen.

    Mario

    "Mario, die moet jij leren kennen", kirt Niek, die door haar jarenlange sociale werk de straat en haar bewoners kent. En zo belanden we op een grijze dag in Heist-op-den-Berg, waar Mario ons met stàpels boeken en fotoalbums zit op te wachten. “Hij zit hier al uren", zegt de verpleegster van het verzorgingstehuis. “Hij is blij zijn verhaal te kunnen doen, en zenuwachtig tegelijk.”

    Mario heeft lang gitzwart haar, en zit in een rolstoel. Spreken gaat moeizaam, maar zijn kraaienogen lichten op. Het weerzien met Niek, die hem jaren heeft geholpen toen hij op straat woonde, lijkt wel een familiereunie. “Is Potske dood? Oei, dat wist ik niet.” De tam tam van de daklozen werkt niet tot in Heist-op-den-Berg. “Ik zit hier nu zeven jaar”, zegt hij. Ik hoor niets meer. Antwerpen mis ik wel ja, en de mensen vooral. Maar niet het straatleven. Neen.”

    Zijn kamer, een wigwam

    Zijn kamer hangt vol relikwiëen. Tientallen foto’s, posters, amuletten van indianen. Het ziet er niet uit als een verzorgingstehuis. “Ik heb altijd veel verzameld. Toen ik dakloos was, stopte ik alle spullen in dozen en stockeerde ze in de kelder van ‘t Vlot.” Hij kijkt even quasi schuldig naar Niek, die voor ‘t Vlot werkt. “Ik heb altijd geprobeerd om mijn spullen bij te houden. Nu pas is alles geëtaleerd.” De foto’s aan de muur en in de bergen albums vertellen een leven als dakloze. “Kijk, dat heb ik van Patje gekregen. Maar er zitten verrassend veel familiekiekjes bij, en vrienden, evenementen.

    En overal zie je foto’s van Lorenzo, zijn tweelingbroer, zijn helft, zijn brother in crime van in hun moeilijke jeugd tot de dag dat hij hier stierf.

    Lorenzo, zijn tweelinghelft.

    Mario en Lorenzo waren een ééneiige tweeling, vier handen op een buik. Ze waren altijd samen. “Op straat waren ze altijd aan het vechten, maar ze konden elkaar niet missen. De schrik van de straat", vertelt Niek. Mario monkelt. “Ik heb een hele tijd in de bossen geleefd, in Wilrijk", vertelt hij. Het was een jeugdinstelling, thuis konden we niet blijven. We zaten met 30 kinderen in een barak. De opvoeders waren vreselijk. Ik hield van elke boom."

    "Indianen doen dat ook hé, bomen hebben een geest. Die misdoen je niets, zie je. In die bossen vonden wij alles wat we nodig hadden. Je kon er schuilen. Er was een stort, en we maakten vuur. Ik ben er een paar keer in het meer gevallen. Eén keer liep het echt mis, en dan heeft een Duitser mij gered. De rest stond te babbelen. Lorenzo was toen in Bokrijk. Hij wist niets van wat er met mij gebeurde, maar hij voelde iets, zei hij achteraf. De meester reed te hard met de auto waar hij in zat, en hij is door de voorruit gevlogen, in het water. Op hetzelfde moment, hetzelfde soort ongeval.”

    “Later zaten wij op internaat. In het weekend mochten we naar tante Maria. Voor de rest wisten wij niet wat een vrouw was. Wij zagen er ook geen.” We kijken naar de ontelbare foto’s aan de muur en bladeren door de albums. De commentaar is als likken verf, om de foto’s meer kleur te geven.

    “Op mijn 15e ben ik punker geworden. Ik had Iggy Pop live gezien op Suikerrock, en dat was het."

    “Ik heb lang met Lorenzo in de metro gewoond. Daar ben je uit de grote koude hé. Wij hadden geen huis, ja soms woonden we op het Kiel, maar dat was niet goed. We hebben echt heel lang op straat gewoond. Altijd bedelen. Altijd eten en spullen zoeken langs de spoorlijnen. Altijd in de riolen kijken… Als we niet in den bak zaten. Want als we het beu waren, echt geen geld meer hadden, en kou en honger leden, verzamelden we boetes. We hielden wat drugs op zak. Als je dan gepakt werd staken ze je in de gevangenis. Dat was goed om even op krachten te komen. Al rot je weg in zo’n cel met z’n vieren.”

    Ziekte van Huntington

    “Als ik met Lorenzo over straat liep in Antwerpen, aan het De Coninckplein, stopte de politie altijd. Lorenzo maakte namelijk altijd van die heftige bewegingen. Ik wist dat dat oké was, maar de politie verdacht hem altijd van agressie. Lorenzo verloor vaak zijn beheersing. Als hij dan mee moest naar het bureau, moest ik mee. Dan bleef hij kalm."

    Veel later, op de begrafenis van hun oudste broer Staf, sprak Rosie me aan, iemand van de familie. Ze had het over het gedrag van Mario en Lorenzo, en vermoedde dat zij de ziekte van Huntington hadden. Dat is erfelijk, en zit in de familie. Rosie durfde het niet te zeggen. Dan ben ik met een andere begeleidster naar het Kiel getrokken, waar de broers op dat moment toch een onderdak hadden. Wij hebben het hen gezegd.”

    Mario knikt. “Nog een cadeau van onze familie. Het zit daar raar in elkaar. Je moet die ziekte aan Trump geven!!!”

    “Eigenlijk waren ze opgelucht”, zegt Niek. “Er was een oorzaak voor hun gedrag. Ze waren toch niet zomaar krapuul.” De tweeling was bereid om zich te laten opnemen, maar hoe doe je dat als vogelvrij verklaarde? “Niemand wilde hen, ze werden bekeken en behandeld als uitschot. Tot de Huntington Liga op de proppen kwam. Dankzij hen zijn ze onderzocht, en is de diagnose gesteld. Huntington is een erfelijke aandoening van de centrale hersenen. Vanaf 40 manifesteert de ziekte zich door oncontroleerbare bewegingen, later tast het ook andere functies en de persoonlijkheid aan. Er bestaat geen remedie tegen.

    Mario zit nu tussen de iconen van het leven dat hij heeft geleefd. Zijn fascinatie voor de indianen kan hij hier naar hartelust botvieren. De Sioux en de Crows zijn hier in alle vormen en toonaarden geëxposeerd. “Ik was geraakt door hun liefde voor de natuur. Hun spiritualiteit.”

    Ander geestverruimend spul, van chemische aard dan, heeft hij afgezworen. “Ik ben van alles af. Vroeger moest ik ‘s ochtends eerst een Duvel hebben. Nu pak ik niets meer: geen Dafalgan, geen smoorsel, geen booze. Het kwam door een longontsteking, zo ben ik met alles gestopt. In één keer. Ik ga mijn eigen niet kapot maken hé. Al zou ik voor mijn dood nog een jointje willen roken.” 

    Mario monkelt, weer. Hij neemt zijn mondharmonica, en begint een deuntje te spelen. De klank roept een beeld op: Heist-op-den-Berg wordt een prairie. In de verte dagen in een stofwolk indianen op.