Meest recent

    "Als ze dood zijn, dat we ze tenminste mogen vinden"

    Bij de gigantische modderstroom in het Colombiaanse stadje Mocoa zijn volgens president Juan Manuel Santos zeker 43 kinderen omgekomen. Officieel is er sprake van ruim 250 doden en ruim 200 gewonden. De zoekacties gaan intussen voort.

    Intussen komen er meer beelden en foto's binnen van de plaats van de ramp, en veel getuigenissen. Vrijwilligers en soldaten blijven intussen in het puin zoeken naar lichamen. Dat is heel belangrijk voor de familie van de slachtoffers, omdat ze anders in onzekerheid blijven. "Als ze dood zijn, moge God ze naar mij brengen", zegt Maria (37) die twee dochters verloor (van wie een zwanger was) en een 4 jaar oude kleindochter.

    President Juan Manuel Santos heeft het getroffen gebied al enkele keren bezocht en beloofd dat er snel weer stroom en drinkbaar water zal zijn. Santos wijt de ramp aan de klimaatverandering; in Mocoa viel op één nacht een derde van wat er normaal in een maand valt.

    Ruim 500 mensen verblijven in noodopvang. Er is ook een dienst opgericht om verdwaalde kinderen te helpen hun ouders terug te vinden. De families van de slachtoffers krijgen 6.400 dollar financiële steun en ook de ziekenhuis- en begrafeniskosten zullen betaald worden.