Meest recent

    Belgische F-16's in Mosul: wat weten we?

    Hebben Belgische F-16-gevechtsvliegtuigen midden vorige maand nu wel of niet meer dan honderd burgerdoden gemaakt in de Iraakse stad Mosul? In "Terzake" werd vorige week die vraag opgeworpen. Sindsdien is er veel commotie over de mogelijke betrokkenheid van de Belgen, maar ook veel onzekerheid. Wat weten we al wél? VRT-journalist Jens Franssen is gespecialiseerd in Defensie en was die bewuste week in Irak. Hij zet een en ander op een rijtje: "We weten alvast zeker dat ze die dag daar bombardementen uitgevoerd hebben."
    Een Belgische F-16 in Jordanië, van waaruit ze vertrekken naar IS-gebied

    Wat is de bijdrage van de Belgische Defensie in Irak?

    België neemt in Irak deel aan de internationale coalitie tegen terreurgroep IS. Ons land zet daarvoor zes F-16-toestellen in. De gevechtsvliegtuigen zijn gestationeerd op de Belgisch-Nederlandse basis in Jordanië en voeren van daar hun opdrachten uit. Defensie omschrijft hun opdracht als "luchtsteun aan grondtroepen geven, doelwitten van IS aanvallen en verkenningsopdrachten uitvoeren".

    Sinds de start van de huidige operatie "Desert Falcon" in juli 2016 hadden de Belgische toestellen -volgens een balans van Defensie- eind maart 326 missies gevlogen, goed voor ongeveer 3.400 vlieguren. De operatie loopt nog voort tot 1 juli 2017.

    Wat is de situatie in Mosul?

    Mosul is na Bagdad de grootste stad van Irak. Het is een van de laatste bolwerken van de terreurgroep IS. In oktober vorig jaar startten het Iraakse leger en de internationale coalitie een offensief om de stad te heroveren. Het oostelijke deel van Mosul werd in januari bevrijd, nu wordt nog strijd geleverd om het westelijke deel.

    "De gevechten daar zitten nu in een laatste rechte lijn", zegt VRT-journalist Jens Franssen. "Het is een heel moeilijke strijd in de medina, het oude deel van Mosul. Een wirwar van straten en kleine steegjes, waar het Iraakse leger letterlijk van huis tot huis, van deur tot deur gaat om de stad te kunnen heroveren."

    De Iraakse elitetroepen "op de grond" krijgen de steun van de internationale coalitie "in de lucht".

    Hoe verloopt die internationale luchtsteun?

    "Je kan drie soorten opdrachten voor die ondersteuning vanuit de lucht onderscheiden", zegt Jens Franssen.

    "Er is bijvoorbeeld een heel specifiek gebouw, denk aan een bekend wapendepot, dat geviseerd wordt. De exacte coördinaten zijn voor iedereen bekend. Gevechtsvliegtuigen kunnen aan de hand daarvan dat ene gebouw uitzoeken en indien nodig vernietigen. Vaak is het ook zo dat het mooi weer is in Irak, wat het ook vergemakkelijkt."

    "Daarnaast kan ook een konvooi met strijders een doelwit zijn. Ook hier is het voor iedereen duidelijk welk konvooi het is, welke drie, vier, vijf... voertuigen bedoeld worden. Gevechtsvliegtuigen kunnen het aan de hand van coördinaten lokaliseren en met de hulp van camera's bevestigen of het om het geviseerde konvooi gaat. En het al dan niet uitschakelen."

    De derde situatie, waar Iraakse grondtroepen bij gevechten met strijders om luchtsteun vragen, is veel complexer, zegt Franssen. "Dan moet je aan de slag in een heel dens, dichtbevolkt gebied. Het is heel erg moeilijk om te weten wie de Iraakse troepen zijn en wie de strijders. En het is dat soort steun dat de laatste weken in Mosul heel veel gevraagd is."

    In de eerste twee situaties kunnen gevechtsvliegtuigen gesofisticeerde technologische hulpmiddelen inzetten, in de laatste situatie zijn ze volledig afhankelijk van de informatie op de grond. "Daar zit een zogenoemde air forward controller, specifiek opgeleide mensen die letterlijk op het terrein zitten met een radio, een verrekijker, een map. Hij moet de posities doorgeven op basis waarvan vliegtuigen gaan bombarderen."

    Wat gebeurde er op 17 maart?

    Jens Franssen was op 17 maart, de dag waarop Belgische toestellen burgerslachtoffers zouden hebben gemaakt bij een aanval in Mosul, in Irak. Wat weet hij?

    "Op 17 maart was er een oproep van Iraakse grondtroepen om luchtsteun van de internationale coalitie", vertelt Franssen. "Anders dan gewoonlijk in Irak was het toen slecht weer. Dat maakt het heel moeilijk om te checken."

    "Zeker de Belgische F-16's doen heel duidelijk aan dubbelcheck. De gevechtsvliegtuigen hebben een hogeresolutiecamera onder de toestellen bevestigd waarmee ze letterlijk gaan bekijken welk doelwit ze voor zich hebben. Gaat het wel degelijk om het beoogde doel? Maar bij slecht weer kan je die dubbelcheck niet doen."

    De regel bij Defensie is: bij twijfel is er geen twijfel, dan wordt er niet ingegrepen, dan bombardeer je niet, zegt Franssen. "Behalve in uitzonderingsgevallen, wanneer coalitietroepen onder vuur liggen. Zoals toen, op 17 maart, het geval was."

    "We weten zeker dat er op 17 maart Belgische gevechtsvliegtuigen actief geweest zijn, ook twee andere landen worden genoemd, maar we weten niet met zekerheid welke."

    Waarom is het zo moeilijk om de rol van de Belgische F-16's te bepalen?

    Belgische gevechtsvliegtuigen hebben op 17 maart dus bombardementen uitgevoerd, maar of ze al of niet betrokken waren bij de aanval in Mosul, blijft erg onduidelijk. Hoe komt het eigenlijk dat dat zo moeilijk te bepalen is?

    "Als het mooi weer is, kan je tijdens een luchtaanval via gps en camera's bepalen of je het juiste doelwit hebt, maar nadien kan je ook de beelden bekijken om de impact te zien, om uit te maken, is de operatie geslaagd of niet", legt Franssen uit. "Maar zoals gezegd was het in die week boven Irak slecht weer. Dan kan je daar niet veel op zien en heb je maar weinig aan die beelden."

    De F-16's moeten dan volledig afgaan op de coördinaten die ze krijgen vanuit de grond. Coördinaten die ze ook niet rechtstreeks krijgen, maar waar een hele keten van doorstroming voor bestaat. "Wie was de persoon op de grond die de gegevens doorgaf? Die gegevens gaan naar het hoofdkwartier van de internationale coalitie in Qatar, waar de dispatch gebeurt. Het toestel dat dan toevallig in de buurt is, in de juiste positie zit, kan dan de aanval uitvoeren."

    Heel veel data dus, en ons land beschikt niet over al die data, zegt Franssen. "Die zitten bij de internationale coalitie, geleid door de Verenigde Staten, dus de facto zitten ze bij de VS. Defensie in ons land heeft dus allicht niet alle gegevens om het te bekijken en duidelijkheid te verschaffen."