Meest recent

    Jens Franssen: "Sarin is geen huis-tuin-en-keukengifgas"

    Dat er bij de meest recente aanval in Syrië chemische wapens in het spel zijn, lijkt bijna onomstootbaar vast te staan. Foto's tonen slachtoffers met vernauwde pupillen, schuim op de mond en getuigen spreken van stuiptrekkingen. Maar welk gas werd er gebruikt? En vooral: wie zit er achter deze aanval?

    Welk gas er gebruikt werd, is nog altijd een grote vraag. Volgens oorlogsjournalist Jens Franssen worden er heel wat incidenten gemeld bij het OPCW, de organisatie voor het verbod op chemische wapens. "95 procent van de gevallen hebben te maken met chloorgas. Cloorgas is bijna overal te vinden en wordt ook gebruikt in de industrie bijvoorbeeld. Maar dit is waarschijnlijk een van die zeldzame gevallen waarin het niet om chloorgas gaat, maar om een zenuwgas."

    Ook expert chemische wapens Jean Pascal Zanders zou in eerste instantie aan chloor denken, omdat het meer voorkomt. "Maar om zoveel doden te maken is chloor als wapen niet zo effectief. Bij voorbije aanvallen zagen we altijd slechts enkele slachtoffers, terwijl er nu minstens 58 doden zijn. Daarom denken we ook aan sarin, een zenuwgas dat heel snel werkt en veel giftiger is. Sinds de aanval op Ghouta in augustus 2013 hebben we geen gebruik van saringas meer gezien."

    "Geen huis-tuin-en-keukengifgas"

    Franssen benadrukt dat saringas een heel moeilijk, instabiel gas is. "Het is geen huis-tuin-en-keukengifgas. Je hebt gespecialiseerde mensen en middelen nodig om het te produceren." Iets wat ook Zanders bevestigt: "Sarin is nog altijd een stukje moeilijker om aan te maken op grote schaal."

    In theorie zouden alle Syrische voorraden aan chemische wapens vernietigd moeten zijn, maar volgens Zanders is het niet uit te sluiten dat er nog enkele verborgen stocks zijn - de inspecteurs hebben immers niet elke site van het vroegere chemischewapensprogramma kunnen controleren. "We weten dat de Syriërs nooit 100 procent zuiver geweest zijn met hun verklaringen over verboden chemische wapens."

    Wie zit er achter de aanval?

    De moeilijkste vraag, "de vraag van één miljoen", is volgens Franssen wie er achter de aanval zit. "Maar net omdat saringas zo'n moeilijk gas is om te produceren, wijst dat erop dat het het regime zou kunnen zijn." Ook het doelwit - een dorp in handen van de rebellen - en het feit dat er volgens omstaanders gevechtstoestellen rondvlogen, wijst op de betrokkenheid van het regime van president Assad.

    Ook Zanders ziet in de aanval tekenen van de hand van Assad. "Het kan toeval zijn, maar de aanval gebeurt net op het moment dat de internationale conferentie plaatsvindt om steun te geven aan Syrië en letterlijk uren nadat de Amerikaanse ambassadeur opnieuw bevestigd heeft dat ze wil samenwerken met Assad, dat hij niet per se weg moet. Is er ergens een uitdagingsplan?"

    Voor Franssen is de grote vraag hoe president Trump zal reageren. "Zijn voorganger, president Obama, had altijd gezegd: de inzet van chemische wapens is een rode lijn. Uiteindelijk bestond die rode lijn plots niet meer. Wat gaat Trump hier nu mee doen (het Witte Huis reageerde al in een tweet dat de aanval verwerpelijk is en niet genegeerd mag worden)? Je kan het wel zeggen: maar ga je er consequenties aan verbinden? En welke dan? Er zijn weinig dingen zo cynisch als internationale politiek, waar heel veel belangen spelen."