Meest recent

    Abrini: "Op 12 november 2015 vertrok het konvooi van de dood naar Parijs"

    De Franse pers pakt uit met verklaringen die Mohamed Abrini aan de onderzoeksrechter heeft afgelegd over zijn rol bij de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs en 22 maart 2016 in Brussel en Zaventem. Zijn relaas is bloedstollend.

    Het is een van de sleutelfiguren in het onderzoek naar de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs en van 22 maart 2016 in Zaventem en Brussel: Mohamed Abrini, beter bekend als "de man met de hoed". In tegenstelling tot zijn kompaan Salah Abdeslam heeft hij na zijn arrestatie op 8 april vorig jaar verklaringen aan de onderzoeksrechter in ons land afgelegd. France Inter heeft de hand op die verklaringen kunnen leggen en pakt er nu mee uit.

    In de weken voor de aanslagen in Parijs reisden Abrini en Abdeslam verschillende keren vanuit hun verblijfplaats in Brussel naar de Franse hoofdstad om op verkenning te gaan en schuilplekken vast te leggen. Op 12 november 2015 vertrokken ze opnieuw, deze keer om de aanslagen de volgende dag uit te voeren. "Het was het konvooi van de dood, die drie wagens die elkaar volgden", zo vertelt hij de onderzoeksrechter daarover op 1 juni 2016.

    "Ik wist dat ze hun dood tegemoet gingen"

    Eerst houden Abrini en Abdeslam (kleine foto) halt bij een appartement in Charleroi waar ze enkele handlangers oppikken. "Alle jongens in het appartement en in het konvooi waren mijn laatste vrienden. In mijn hoofd wist ik dat ze de dood tegemoet gingen. Het was alsof ik hen in hun laatste momenten begeleidde."

    Vervolgens gaat het richting een schuilplek in Bobigny, een voorstad van Parijs. "Iedereen was kalm, rustig. Ze maakten eten klaar in de keuken, keken wat tv. Ze vertoonden geen stress." Abrini kust zijn kompanen vaarwel en neemt een taxi naar Brussel terug. Prijskaartje: 365 euro.

    Twee dagen later staat heel Frankrijk in rep en roer na de bloedige aanslagen in en rond Parijs. Meteen duiken de foto's van Abrini en Abdeslam overal op. Die laatste is niet gedood bij die aanslagen en keert met de hulp van handlangers eveneens naar België terug. In een schuilplaats ziet Abrini hem terug. "Hij was bleek en moe. Hij zei me dat ze de klus geklaard hadden."

    Naaimachine

    Als meest gezochte terroristen van het land verhuizen Abdeslam en Abrini de volgende maanden van schuilplaats naar schuilplaats. "Een naaimachine was het vriendelijkste item in het appartement", zegt Abrini over een stek in de Henri Bergéstraat in Schaarbeek. "Elders stond een bak met poeder en draden om explosieven te maken."

    "Het was erg klein", zegt hij dan weer over een schuilplek in Jette. "We waren met 6. Daar zag ik niemand explosieven maken. Daarvoor is ruimte nodig, een appartement in de hoogte want de geur is ondraaglijk. Dat is wat Najim me vertelde." Die Najim, dat was Najim Laachraoui, de terrorist die zich samen met Ossama Krayem op 22 maart 2016 op de luchthaven van Zaventem zou opblazen.

    Tot slot belandt het gezelschap op een schuilplek in de Driesstraat in Vorst. "Die was vochtig en het was er koud. De muren waren van karton. Elke avond hoorden we de voetstappen van het koppel boven ons."

    Max Roosstraat

    Na deze schuilplek splitsen de mannen zich in twee groepen. Abrini, Laachraoui en Krayem duiken onder in een laatste schuilplaats in de Max Roosstraat in Schaarbeek. Abdeslam trekt met twee andere kompanen naar een huis in Molenbeek. Bij een groots opgezette antiterreuractie weet de politie hem op 18 maart 2016 in te rekenen.

    Abrini en co voelen zich in het nauw gedreven en besluiten toe te slaan. Vanuit de Max Roosstraat bestellen ze op 22 maart een taxi die hen naar de luchthaven zal brengen.