Meest recent

    De VS is nu officieel in oorlog met Duitsland

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen deze week 100 jaar geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Verenigde Staten zijn nu officieel in oorlog met Duitsland, Canadese troepen veroveren de heuvelrug van Vimy en de Belgische regering treedt op tegen landverraders.

    De Verenigde Staten zijn nu officieel in oorlog met Duitsland. President Wilson zette op 6 april zijn handtekening onder een oorlogsresolutie die beide kamers van het Congres eerder die dag hadden goedgekeurd.

    De tekst begint met de woorden “Aangezien de keizerlijke Duitse regering herhaaldelijk oorlogsdaden tegen de regering en het volk van de Verenigde Staten heeft gepleegd” en legt dus de schuld voor de oorlog volledig bij de Duitse regering.

    De Senaat aanvaardde de resolutie met 82 tegen 6 stemmen. Onder de tegenstemmers waren de bekende progressieve republikeinen Robert LaFolette en George Norris.

    In het Huis van Afgevaardigden stemden 373 leden voor en 50 tegen. Het relatief grote aantal tegenstemmers is wellicht te danken aan het verzet van de leider van de Democratische meerderheid in het Huis, Claude Kitchin. Ook Jeannette Rankin, het allereerste vrouwelijke Congreslid en nog maar enkele weken in functie, stemde tegen. 

    De voorpagina's van de Amerikaanse kranten The Seattle Star en The Tacoma Times van Goede Vrijdag 6 april 1917

    De meeste tegenstemmers komen uit het westen en het middenwesten van de VS, waar het isolationisme het grootst is. Enkele vertegenwoordigers van het arme zuiden waren ook tegen.

    Het verzet tegen de oorlog was groot bij de vakbonden, de vrouwenbeweging en veel protestantse kerken. Behalve Amerikanen van Duitse afkomst zijn vooral de Ierse Amerikanen fel tegen Amerikaanse interventie. Ook de joden waren meestal tegen, vanwege hun afkeer voor het antisemitische tsarenregime in Rusland. Maar door de Russische revolutie is hun verzet getemperd.

    Volgens linkse groepen wil de VS de Geallieerde landen ter hulp schieten, omdat die landen veel geld hebben geleend bij grote Amerikaanse banken. Als die de oorlog verliezen, zouden ze wel eens hun schuld niet kunnen terugbetalen, zo luidt de kritiek.

    "Nu Amerika erbij is, is de artillerie van de democratie compleet, in de strijd tegen het despotisme en het meedogenloze militarisme, en Duitsland sleept zijn bondgenoot Oostenrijk mee in de afgrond". Tekeningen van Nilson Harding in The Brooklyn Daily Eagle van  6, 8 en 9 april 1917

    De reacties in de Geallieerde landen zijn zonder meer enthousiast.

    De Franse premier Ribot heeft in de Kamer gezegd dat “de machtige en beslissende hulp die de Verenigde Staten brengen” niet alleen een materiële hulp is, “maar vooral een morele”.

    Verwijzend naar de grote principes waar Wilson zich op beroept, zei Ribot dat “we nu weten dat we niet alleen vechten voor onszelf en onze bondgenoten, maar voor iets onsterfelijks en dat we aan een nieuwe wereldorde werken.”

    Het enthousiasme in Frankrijk: volgens Le Rire wordt de last nu wel heel zwaar te dragen voor de Duitse keizer Willem II (21-4-1917) en volgens Le Petit Journal Illustré luiden de paasklokken van 1917 de overwinning in (april 1917)

    De rede van de Franse premier Ribot kan u hier beluisteren

    Nog meer oorlogsverklaringen

    Een dag na de Verenigde Staten hebben ook Cuba en Panama de oorlog aan Duitsland verklaard.

    Beide kleine Latijns-Amerikaanse landen zijn politiek en economisch sterk aan de Verenigde Staten gebonden. Cuba wordt zelfs helemaal door de Amerikanen gecontroleerd. Militair betekenen ze niets.

    De Panamese president Ramón Valdés zegde in een rede zijn totale steun toe aan de Verenigde Staten en beval de arrestatie van alle Duitsers in Panama. Valdés kwam vorig jaar aan de macht na frauduleuze verkiezingen, met de steun van Washington.

    Het aantal landen dat in oorlog is met Duitsland, is daarmee opgelopen tot 13.

    Duitslands bondgenoot Oostenrijk-Hongarije heeft op 8 april de diplomatieke betrekkingen met Washington verbroken. Bulgarije volgde twee dagen later dit voorbeeld. President Wilson zei eerder dat hij niets tegen Oostenrijk-Hongarije wil ondernemen, omdat dit land tot nu toe geen vijandelijke daden tegen de VS heeft gepleegd.

    'De totale duikbootoorlog heeft nu ook Panama, Cuba en Brazilië in de armen van de Geallieerden gejaagd", stelt de Duitse keizer bezorgd vast (Chicago Daily Tribune, 9 april 1917)

    Ook Brazilië woedend op Duitsland

    Brazilië, het grootste land van Zuid-Amerika, verbreekt de diplomatieke betrekkingen met Duitsland.

    Aanleiding is de torpedering op 5 april van een groot Braziliaans vrachtschip, de Paraná, dat koffie vervoerde, nabij de Franse kust.

    Dit incident leidde tot zware anti-Duitse protesten in de grote Braziliaanse steden. In de zuidelijke stad Porto Alegre werden gebouwen van de grote Duitse gemeenschap aldaar bestormd en vernield.

    Velen eisen het ontslag van de als pro-Duits beschouwde minister van Buitenlandse Zaken Laurencio Müller (die van Duitse afkomst is).

    Het Braziliaanse Congres heeft president Venceslau Brás gemachtigd om alle Duitse schepen in Braziliaanse wateren in beslag te nemen. Een vijftigtal Duitse schepen zijn sinds het begin van de oorlog naar Braziliaanse havens gevlucht.

    Brazilië neemt een hardere houding aan tegenover Duitsland dan de meeste andere Zuid-Amerikaanse landen, die niet graag in het spoor van de Verenigde Staten lopen.

    De Jornal do Brasil brengt het nieuws op 11 april 1917; links de president en zijn regering tijdens de vergadering waar de beslissing is genomen, rechts anti-Duitse betogers voor het presidentiële paleis

    Russen verdeeld over doel van de oorlog

    “Het uiteindelijke doel van het vrije Rusland is noch andere landen te overheersen, noch de bezittingen van andere landen te nemen, noch om buitenlands gebied te annexeren, maar wel een duurzame vrede te vestigen gebaseerd op het zelfbeschikkingsrecht der volkeren.”

    Dat staat in een verklaring over de oorlogsdoelen die de Russische voorlopige regering heeft bekendgemaakt. Zulke taal wijkt helemaal af van wat men in het Rusland van de tsaren te horen kreeg.

    Tegelijk zegt de verklaring echter dat Rusland zich aan al zijn verplichtingen tegenover de Geallieerden zal houden. Dat betekent dat Rusland de oorlog voortzet en geen aparte vrede sluit. De “verdediging van het erfgoed en de bevrijding van de geboortegrond tegen de binnengevallen vijand” blijft een plicht van het leger.

    Dit regeringsstandpunt kwam er door de druk van de Sovjet van Petrograd, de raad van arbeiders en soldaten. Die deed een paar weken eerder een oproep “aan de volkeren van de wereld” om “het probleem van oorlog en vrede in eigen hand te nemen”. De Sovjet kant zich tegen expansionistische plannen van de oorlogvoerende regeringen.

    Net deze week, op 5 april, zijn in Petrograd 200 slachtoffers van de revolutie plechtig begraven. Langs het parcours van de begrafenisstoet stonden naar schatting 1 miljoen mensen.

    Onder de regering van de tsaar zei Rusland dat het de bedoeling was de Turkse Zeestraten en Constantinopel in handen wilde krijgen, een oude Russische droom.

    De nieuwe Russische minister van Buitenlandse Zaken Miljoekov liet onlangs weten dat Rusland die plannen niet opgeeft. Dat leidde tot hevige kritiek bij andere leden van de regering en tot zware protesten in de Sovjets.

    De houding van de Petrogradse Sovjet is nog gematigd. Onder de arbeiders en soldaten is de haat tegen de oorlog fel toegenomen. Velen vinden dat de nutteloze slachtpartijen alleen de “parasiterende bourgeoisie” ten goede komt.

    Net deze week verschenen in de Westerse pers de eerste foto's van de revolutiedagen, onder andere in het Franse Excelsior (9 april 1917). Dankzij de telegraaf circuleerde nieuws in tekst zeer snel, maar foto's moesten nog fysiek tot bij de drukker gebracht worden, en vanuit Rusland duurde dat een paar weken.

    Britse aanvallen nabij Arras

    Op 9 april - paasmaandag - zijn de Britse legers aan het westelijke front in het offensief gegaan. Het strijdtoneel is het Britse saillant rond de Noord-Franse stad Arras.

    De zwaarste aanval vindt plaats ten oosten van Arras (richting Cambrai) langs de rivier de Scarpe. Hier is het leger van generaal Allenby erin geslaagd de Duitse loopgraven in te nemen. De Britten maakten hier ook gebruik van tanks.

    Ten noorden daarvan vindt een aanval plaats door één Britse en vier Canadese divisies. Ze bestormden met succes de heuvelrug van Vimy. Deze heuvelrug, tussen Arras en Lens, vormt een natuurlijke barrière langs de frontlijn en is door de Duitsers zwaar versterkt. Toch wisten de Canadezen de heuvel meteen te beklimmen.

    Tekening van de Canadese troepen die de heuvelrug van Vimy veroveren

    Het succes is mee te danken aan de tactiek van rollend spervuur, waarbij veldartillerie meteen achter de infanterie oprukt en de aanval ondersteunt.

    Ten zuiden van Arras vindt een aanval plaats tegen de pas gevormde Hindenburglinie. Maar daar weten de Duitsers uitstekend weerstand te bieden.

    Met de lente lijken ook de offensieven aan het westelijke front terug te keren. Het gonst al maanden van geruchten over een groot offensief, zeker van Franse zijde.

    Canadese troepen in het niemandsland bij Vimy

    Belgische regering voert straffen in tegen activisten

    De Belgische regering in Sainte-Adresse stelt het samenwerken van de Vlaamse activisten met de Duitsers strafbaar. Dat gebeurt met een besluitwet die op 8 april door koning Albert werd ondertekend.

    Men spreekt van een “besluitwet”, omdat de wet tot stand kwam zonder goedkeuring door het parlement. Kamer en Senaat kunnen immers door de oorlogssituatie niet meer bijeenkomen. Maar het is een volwaardige wet die met ’s lands zegel is bekleed en binnenkort in het Staatsblad verschijnt.

    De besluitwet straft : “al wie met een kwaad opzet ’s vijands politiek of plannen in de hand heeft gewerkt, heeft deelgenomen aan het vervormen door de vijand van wettelijke instellingen of inrichtingen, de getrouwheid der burgers jegens de Koning en de Staat in oorlogstijd aan het wankelen heeft gebracht. “ De straffen liggen tussen 15 en 20 jaar dwangarbeid.

    Met “vervormen van wettelijke instellingen” wordt de “bestuurlijke scheiding” geviseerd, waarmee de Duitse bezetter begonnen is en waaraan de activisten meewerken, onder meer door leidende functies te aanvaarden in Belgische administraties die op Duits bevel worden gesplitst.

    Het Belgisch Dagblad, dat in het Nederlandse Den Haag verscheen, publiceerde de besluitwet al in zijn editie van 16/17 april 1917, met als kop: "Maatregelen der Belgische regering tegen landverraders".

    De regering-de Broqueville had al eerder straffen uitgevaardigd tegen wie met de vijand samenwerkt, maar dat betrof vooral de militaire sfeer, zoals spionage of het helpen van vijandelijke troepen. De nieuwe bepalingen straffen ook louter politieke activiteiten.

    Uiteraard wordt het Staatsblad niet in bezet België verspreid, maar dergelijke maatregelen raken via Nederland toch snel bekend onder de bezette landgenoten.

    De Waalse en Brusselse parlementsleden hebben intussen bij de Duitse gouverneur-generaal geprotesteerd tegen de komende bestuurlijke scheiding.

    Een maand eerder hadden prominente Vlamingen al in een protestbrief gezegd dat de Vlamingen nooit om bestuurlijke scheiding gevraagd hebben. Ze herinnerden eraan dat dit voor de oorlog wel door een aantal radicale Waalsgezinden is geëist.

    Desondanks werkt de Duitse overheid voort aan de bestuurlijke scheiding, met name aan de plannen om de Waalse administraties van Brussel naar Namen over te brengen. Zo is beslist dat ambtenaren die worden overgeplaatst, daarvoor een vergoeding krijgen. Ze kunnen ook zonder veel problemen de huur van hun woning opzeggen.

    Op 8 april is op veel plaatsen ook hulde gebracht aan de jarige Belgische koning Albert.

    Bij de gebouwen van de Belgische regering in ballingschap, in het Franse Sainte-Adresse, werd, onder grote belangstelling, een hymne ter ere van de vorst uitgevoerd.

    Onder de toehoorders onder andere premier de Broqueville (foto onder, in het midden).

    Eerste wielerwedstrijd sinds begin oorlog

    Voor het eerst sinds het begin van de oorlog is er nog eens een wielerwedstrijd gehouden, tussen Tours en Parijs, zo'n 250 kilometer lang. 45 wielrenners namen deel.

    De winnaar was de Belg Charles Deruyter ( met x op de foto links), met ruim 20 minuten voorsprong op de tweede, de Fransman André Noël (met x op foto rechts).