Meest recent

    Intussen diep in Congo…

    Terwijl de wereld de verontwaardiging deelt over de zoveelste tragedie in Syrië, het terrorisme dat telkens weer toeslaat, de hongersnood in drie Afrikaanse landen en Jemen, de vluchtelingen die vanuit heel noordelijk Afrika via Libië in Europa proberen te geraken, speelt zich diep in Congo de zoveelste schier onzichtbare tragedie af.
    analyse
    Peter Verlinden
    Peter Verlinden is journalist bij VRT Nieuws en volgt al ruim een kwart eeuw de situatie in en om Congo.

    Peter Verlinden is journalist bij VRT Nieuws en volgt al ruim een kwarteeuw de situatie in en om Congo.

    Volgens de Verenigde Naties zijn nu al meer dan 20 massagraven gevonden met daarin op z’n minst 400 slachtoffers van het geweld tussen milities en ordediensten. Sommige, behoorlijk betrouwbare, bronnen hebben het over zeker 1.500 doden in de afgelopen paar maanden. Bij hen ook bijna 40 politiemannen die in een hinderlaag gevallen waren en onthoofd. En twee mensenrechtenonderzoekers van de Verenigde Naties met hun tolk, uitgestuurd precies om het jongste geweld te onderzoeken.

    Waar komt dit geweld nu plots vandaan of is het niet zo plots?

    Van rust naar chaos

    De regio Kasai, in het centrum van Congo, heeft sinds de onafhankelijkheid nog wel meer turbulente periodes gekend, maar nu was het toch jaren geleden dat het geweld er zo hevig toesloeg. ‘Vergeten’ door het Kabila-regime leek Kananga en omgeving, Luluabourg in de koloniale tijd en ooit de geplande nieuwe hoofdstad, een tiental jaar geleden in de luwte bezig aan een eigen heropstanding, niet gestoord door het verre Kinshasa.

    Zoals overal in Congo zijn de mogelijkheden er immens, zeker wat de landbouw betreft. Rechtstreekse verbindingen over de weg met de rest van het land zijn er zo goed als onbestaande, maar dat heeft ook zo z’n voordelen: het vermijdt dat al te inhalige politici en hoge ambtenaren hun oog laten vallen op het minste begin van ontluikende welvaart om die vervolgens vakkundig te plunderen.

    Het Congolese regeringsleger maakte ook van de rust in en om Kananga gebruik om opnieuw degelijke opleidingen te organiseren aan de militaire academie van Bobozo, aan de rand van de stad, overigens met stevige Belgische steun, ook in manschappen. De beter getrainde en uitgeruste militairen werden van daar uitgestuurd naar het woelige Oost-Congo waar ze met wisselend succes voor de veiligheid zorgden.

    Van die ogenschijnlijke rust in de Kasai is de afgelopen maanden niets meer overgebleven. De betwisting over de opvolging van de traditionele chef Kamuina Nsapu na zijn dood, intussen een jaar geleden, is maar een aanleiding om het vuur aan de lont te steken. De politieke overheid aanvaardde de opvolger niet, omdat die al te flagrant gekant zou zijn tegen de politieke machthebbers in Kinshasa, tegen het regime Kabila.

    Het komt tot zware rellen tussen aanhangers van de traditionele chef en de ordetroepen. Daarbij vallen de eerste doden, in beide kampen, ook de ‘nieuwe’ Kamuina Nsapu. De woede en frustratie van zijn aanhangers, die intussen uitgemond zijn in blind geweld, zijn maar symptomen van een veel diepere malaise en crisis: het onbeheerde Congo.

    Stuurloos schip

    Twintig jaar na de vlucht van Mobutu Sese Seko, die feitelijk bijna 37 jaar lang het immense Congo onder de knoet had gehouden, steken weer diezelfde demonen van een ‘fin de régime’ de kop op: de verblindende machtsstrijd aan de top in Kinshasa, de ogenschijnlijk dove president, het verscheurde leger, de losgeslagen rebellengroepen al dan niet met steun van de betrokken buurlanden, en uiteindelijk het lijdende volk.

    Twintig jaar van oorlogen en een moeizame opbouw van een amechtige “democratie” hebben Congo geen stap dichter gebracht bij een duurzaam bestuurssysteem ten gunste van een verwaarloosde bevolking.

    Van de vele verklaringen voor dit débacle steken er twee met kop en schouders bovenuit: het failliet van de politieke klasse die elk politiek systeem misbruikt om zelf zoveel mogelijk macht te verwerven en het failliet van de internationale gemeenschap die niet in staat blijkt om een vooruitziend beleid te ontwikkelen waardoor de graaiende Congolese elite enigszins aan banden zou gelegd worden.

    Eerst de Congolese politieke klasse en het systeem

    De erfenis van het (Belgische) koloniale systeem en van het Mobutu-regime is een sterk-gecentraliseerde staat met zowat alle macht in Kinshasa. Het gevolg is dat alles draait om de strijd om die macht in de hoofdstad. Zelfs al moeten de parlementairen hun stemmen verwerven in hun thuisbasis, àls er al verkiezingen gehouden worden, dan nog kunnen ze die macht alleen maar echt verzilveren op de topposities in de hoofdstad. De pogingen tot enige decentralisering, dus ook van de politieke macht, zijn tot nu toe op niet veel uitgedraaid, ook al omdat de president zelf de benoemingen van de gouverneurs feitelijk naar zich toegetrokken heeft.

    Geen wonder dat de kloof tussen de (af en toe) stemmende burger en de politieke klasse alleen maar vergroot is, na een periode van hoop in de nasleep van de eerste democratische verkiezingen in 2006. Het Congolese volk ziet en voelt nauwelijks of niet dat de ‘echte’ politiek iets voor hem kan betekenen. Het terrein voor lokale potentaten tot zelfs populistische militieleiders ligt zo helemaal braak. En daar maken die dankbaar gebruik van. Ooit zowat uitsluitend in Oost-Congo, nu ook in de regio Kasai en de afgelopen paar jaar onder meer in Bas-Congo.

    Dan de internationale gemeenschap

    ‘De internationale gemeenschap’ bestaat eigenlijk niet. Verschillende buitenlanden hebben verschillende belangen in dit immense Congo.

    Zo rekent China alleen maar op het economische voordeel, de Verenigde Staten op enige stabiliteit en zo een betrouwbare machtsbasis in Centraal-Afrika en Europa … blijft na al die decennia zodanig verdeeld in het buitenlands beleid dat alleen de traditionele oproepen voor ‘goed bestuur’, ‘beteugelen van elk geweld’ en ‘vreedzame oplossingen’ overblijven.

    Hoewel zelfs op wereldvlak nog altijd automatisch naar België gekeken wordt, als vroegere kolonisator en ‘dus’ kenner, als Congo op een wereldforum ter sprake komt, neemt ons land die verantwoordelijkheid nauwelijks nog op. Bij gebrek aan eensgezindheid binnen de Belgische regering over het Afrika-beleid, zeker als het om de concrete dossiers gaat van Congo (maar ook Rwanda en Burundi), blijft het Belgische ‘beleid’ bijzonder voorzichtig en onmachtig, ‘pragmatisch’ zeggen de verdedigers ervan.

    We stonden erbij en …

    De slotsom is dat het stuurloze Congolese schip voor de zoveelste keer in de afgelopen decennia rondzwalkt met alle gevolgen van dien. Het aantal slachtoffers van het politiek-geïnspireerde geweld tikt alsmaar aan terwijl de eindeloos palaverende politici in Kinshasa alleen maar bekommerd zijn om hun eigen lucratieve posten van vandaag en morgen.

    En zelfs al zouden die de Gordiaanse knoop ontwarren en snel een regering vormen om verkiezingen te organiseren, nog dit jaar, dan pas begint het grote werk: het herwinnen van het vertrouwen van het Congolese volk. Want alleen met dat vertrouwen kunnen de sluimerende en af en toe oplaaiende lokale conflicten weer onder controle komen met politieke oplossingen voor politieke conflicten.

    Er is niet veel voor nodig om erg pessimistisch te blijven kijken naar de toekomst van Congo, ook diep in Congo.