Meest recent

    De sultan, de tsaar en de sheriff

    Twee jaar na zijn bestseller 'Oorlog om de Geesten' pakt Rudi Vranckx vandaag weer uit met een nieuw boek over een wereld van angst en woede. Het is niet omdat het Kalifaat is platgebombardeerd, dat we straks wakker worden in een veiliger wereld. Een voorpublicatie van ‘Harde tijden’.
    expert
    Rudi Vranckx
    Rudi Vranckx is journalist bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in conflictjournalistiek.

    Rudi Vranckx is journalist bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in conflictjournalistiek.

    De wereld is een plaats geworden om bang van te zijn. Zo lijkt het wel. Het lijkt overal tegelijkertijd te branden. Het Rusland van Vladimir Poetin laat zijn tanden zien in onze Oost-Europese achtertuin. Jihadi’s van IS dreigen hun zwarte banier in onze Europese kunststeden te hijsen. Ze hoeven zo veel moeite niet te doen, want blijkbaar zijn hier gekken genoeg aanwezig om mensen te onthoofden of ze te verpletteren onder de banden van een vrachtwagen. De wondes van de recente aanslagen liggen ons nog vers in het geheugen.

    Ondertussen staat aan het roer van het “machtigste land ter wereld” een hoogst onvoorspelbaar figuur, die allesbehalve zalvende taal spreekt en ons gemoed verre van geruststelt. Trump, de man van de actie. De man van “America first!”. Slogans die perfect in een tweet passen.

    We weten niet waar eerst geblust. Maar wie zijn wij helemaal? Europa lijkt uiteen te vallen met Brexits en Grexits en Nexits. Overal op het “oude continent” lijken populistische bewegingen deuntjes uit de jaren 1930 te neuriën. Terwijl vluchtelingen doodvriezen in het “barmhartige” Europa, kijken veel burgers reikhalzend uit naar nieuw populistische politici. Het voorjaar van 2017, met verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland, lijkt ook in Europa heel wat mini-Trumps in de schijnwerpers te stellen… We weten niet of we dit jaar 70 jaar vrede en vrijheid in Europa moeten vieren, of een dodenwake moeten houden. Van “Europa” gaat momenteel geen wervende kracht uit. Je zou voor minder naar de Instagram-filter grijpen…

    Het referendum voor een Brexit in het Verenigd Koninkrijk, de verkiezing van Donald Trump in de Verenigde Staten,... de "rechtse" woede van de man in de straat wordt geplaatst tegenover een onverschillig en elitair "links" establishment. Centraal lijken daarbij altijd de "vreemdelingen" te staan: de immigranten, de moslims, de vluchtelingen, de asielzoekers. Die afrekening gebeurt politiek. En op sociale media. En op café. Verbaal geweld. Symbolisch geweld. Voorlopig weinig fysiek geweld. Gelukkig maar.
    Toch noteerde UNIA het voorbije jaar een toename van het aantal meldingen van discriminatie tegen moslims. Daar zaten ook de aanslagen van 22 maart voor iets tussen. Terwijl we rationeel wel weten dat het grootste aantal slachtoffers van moslim-extremisme moslims zélf zijn.

    Anderzijds is er het ongenoegen ten opzichte van de "kufars", de inflatie van hoofddoekjes en baarden, de groeiende agitatie onder schooljongens en -meisjes, de groeiende aantrekkingskracht van een salafistische interpretatie van islam. Iedereen lijkt de hakken in het zand te zetten. We spelen de zwarte piet graag door naar de overzijde. “Zij” moeten maar welwillend komen aandraven met een oplossing. Of liever nog: oprotten!

    We moeten ons vragen stellen wanneer er een jonge Belg omkomt bij een terroristische aanslag in een nachtclub in Istanboel en op sociale media van zijn landgenoten een beschamende necrologie krijgt. 23 jaar was Kerim Akyil die in Houthalen-Helchteren woonde. Hij had de Belgische en Turkse nationaliteit en was oudejaarsnacht 2016 in nachtclub "Reina" gaan vieren, in Istanboel. De foto die van hem in de dagen daarna in de media werden verspreid, tonen een glimlachende jongeman. Verzorgd baardje, strak wit hemdje, gestileerd kapsel. In de herinnering van vrienden en buurtbewoners een goedlachse jongeman, een vriend voor iedereen. Zijn vader reisde op nieuwjaarsdag naar Turkije af om het lichaam van zijn zoon mee te brengen naar België. Naar Limburg. Thuis. Om er te worden begraven.

    Journalist in tijden na de waarheid

    Toen na 9/11 collega's van me werden vermoord, was het duidelijk: journalisten waren opgejaagd wild. Dat gold dus ook voor mij. En het blijft als doemscenario in mijn achterhoofd zweven dat ik ooit – op zoek naar het grote verhaal – in een busje naar het ultieme leesteken stap.

    Maar nu, vijftien jaar later, is de situatie nog dramatischer. Ook in de hoofden van boosaardige mensen in onze eigen samenleving. Het gaat niet meer om de waarheid. De schrik die sinds 9/11 heerste, is nu vervangen door een fundamentele angst die spastisch om zich heen slaat. Het luisteren naar die angst als leidraad kan tot ernstige evoluties leiden, die we nu al om ons heen zien gebeuren. Protectionistisch beleid, zoals we dat zagen in de jaren 1920 en 1930. En is de Twitter-cultuur met zijn ongefilterde communicatie niet een doorslag van de radio die tijdens de jaren 1930 opgang maakte als nieuw medium? Alle regels worden terug overboord gegooid. Hebben we dan niets uit de geschiedenis geleerd?

    Wanneer ik zie hoe president Trump en zijn entourage omspringen met persvrijheid, dan stel ik mij grote vragen. De uitval van de Amerikaanse president tegen een journalist van CNN dat hij “fake news” is, spreekt boekdelen. Wanneer zijn medewerkster komt aandraven met het neologisme “alternative facts”, dan moet ik onwillekeurig denken aan de New Speak en het Ministerie van Waarheid uit George Orwells boek “Nineteen Eighty-Four”.

    Zou het toeval zijn dat deze bestseller plots weer hoog in de boeken-hitparade opdoken tijdens de eerste weken van de Trump-administratie?

    Onder de “kalief” hadden journalisten het niet onder de markt. Het is een understatement van jewelste. Maar ook in de wereld van de sultan, met zijn mix van religie en nationalisme, de tsaar en de sheriff, zijn het harde tijden voor de beroepsgroep waar ik deel van uitmaak. De elite in onze samenleving klaagt steen en been over “post-factual” nieuws en politiek. Maar ook de kwaliteitspers teert op conflict. Ook zij proberen elkaar de vliegen af te vangen in functie van het aantal lezers, in functie van het aantal clicks. Ondertussen heeft het maatschappelijke en politieke debat geen kleren meer om het lijf. Tweets en click-bait: het zijn de nieuwe kleren van de keizer van medialand.

    Feiten moeten altijd juist zijn. Maar met feiten alleen bedrijf je geen goede journalistiek. Je moet de harten en de geesten veroveren. Net zoals bij het bestrijden van de IS-propaganda op sociale media, is er ook in onze pers en media een acute nood aan een groots opgezet tegen-discours. Een offensief van “de waarheid”.

    Laat dat dan mijn strijd zijn. Mijn kleine oorlog.

    Win het nieuwe boek van Rudi Vranckx

    Canvas.be geeft 'Harde tijden' weg. Wil je ook kans maken? Je hoeft daarvoor alleen te weten op welk boek dit het vervolg is.

    Doe mee aan de wedstrijd! Dit is de link