Meest recent

    Wat hoopt Ivan Ollevier voor de Britten als ze uit de EU zijn?

    Pasen is een periode van hoop. Daarom vroeg deredactie.be aan een aantal experten van de VRT wat ze hopen voor hun expertise. Vandaag deel 5: Wat hoopt Ivan Ollevier voor de Britten na de brexit?
    analyse
    Ivan Ollevier
    Ivan Ollevier is journalist bij VRT Nieuws. Hij volgt al jaren de Britse politiek en maatschappelijke discussies.

    Ivan Ollevier is journalist bij VRT Nieuws. Hij volgt al jaren de Britse politiek en maatschappelijke discussies.

    Het is er eindelijk van gekomen. Negen maanden na het referendum heeft de Britse premier Theresa May artikel vijftig in werking gesteld. Na een voldragen zwangerschap dus, met enkele dagen extra. De onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie kunnen van start gaan. Zeker achttien maanden zullen die duren, waarna het Verenigd Koninkrijk in de lente van 2019 eruit stapt.

    Theresa May klinkt behoorlijk zelfverzekerd. Je zou denken dat ze ervan overtuigd is dat een voor haar land gunstig akkoord tot de mogelijkheden behoort. De meeste Britse kranten staan aan de kant te juichen, op The Guardian en The Observer na. Maar die twee schreven vorig jaar al dat de Britten niets dan ellende en chaos te wachten stond. De rest van de pers laat niet na voortdurend te wijzen op de blakende gezondheid van de Britse economie. De handel met het continent draait nog altijd op volle toeren, en de uitvoer topt. Alleen de geïmporteerde consumptieproducten zijn iets duurder geworden, de klant voelt het aan de kassa van zijn plaatselijke Tesco, maar er is vooralsnog geen reden tot paniek.

    Te vroeg om al victorie te kraaien

    Sta me toe enigszins sceptisch te zijn over dat Britse optimisme. Om te beginnen heeft het Verenigd Koninkrijk de Unie nog niet eens verlaten. Het lijkt me wat vroeg om nu al victorie te kraaien. En de geluiden die vanuit Brussel worden uitgestuurd klinken niet bepaald geruststellend. Vijftig tot zestig miljard euro bedraagt de eindfactuur die de Europese Commissie aan de Britten wil voorleggen. Vijftig tot zestig miljard euro. Alstublieft.

    Als de Britten niet bereid zijn om dat bedrag neer te tellen, dan komt er geen handelsverdrag tussen de Europese Unie en de afvallige lidstaat. Noem het een forse alimentatievergoeding.

    Is het verstandig om de Britten zo’n gepeperde factuur in de brievenbus te schuiven? Ik denk het niet. Het ruikt naar revanchisme. Een kortzichtige wraakoefening. Want laat dit duidelijk wezen: niemand wint als de EU beslist om dit pad voort te blijven bewandelen.

    Niemand wint als er een opbod van maatregelen en tegenmaatregelen komt. Daarvoor zijn de Europese belangen in het Verenigd Koninkrijk te groot. Ik denk bijvoorbeeld aan de Belgische textielsector, die jaarlijks voor vele miljarden uitvoert naar de UK. Ik denk aan de Belgische voedingsnijverheid. Ik denk aan de Duitse auto-industrie. Die wil maar al te graag haar BMW’s en Audi’s aan de overkant van het Kanaal blijven slijten. Daar is werkgelegenheid mee gemoeid, en vele miljarden aan belastinggeld. Mogelijk meer dan die vijftig of zestig miljard die Europa de Britten afhandig wil maken. Dat de twee partijen het best tot een redelijke regeling komen, daar zijn veel Britten zich maar al te goed van bewust.

    Nu is het maar te hopen dat dat besef ook doordringt tot Theresa May en de Britse regering. En tot de Europese Commissie. Dat wens ik mijn Britse vrienden toe. Niet uit sympathie voor hun beslissing, maar uit weloverwogen (Europees) eigenbelang.