Meest recent

    Zenuwgassen, wat zijn het en hoe werken ze?

    Bij de aanval met chemische wapens in de Syrische provincie Idlib zijn zeker 80 mensen gedood, onder wie ook tientallen kinderen. Het is nog niet bekend welk dodelijk gas er gebruikt is bij de aanval, maar het is zo goed als zeker dat het om een zenuwgas gaat, waarschijnlijk sarin. Wat zijn die zenuwgassen, hoe werken ze en welke behandelingen zijn er voor wie er aan blootgesteld is?
    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Zenuwgassen zijn zeer giftige chemische verbindingen die het geven van signalen door het zenuwsysteem verstoren. Er bestaan verschillende soorten, maar het meest bekende is waarschijnlijk sarin. Dat kreeg wereldwijde bekendheid toen het in 1995 gebruikt werd voor een aanval in de metro van Tokio door de zelfmoordsekte Aum Shinrikyo, waarbij 12 mensen gedood werden.

    In 2013 gebruikte het Syrische regime sarin bij een aanval op de voorsteden van Damascus, met meer dan 1.000 doden als gevolg.Na die aanval beloofde de Syrische president Bashar al-Assad overigens dat hij de Syrische chemische wapens en de productiefaciliteiten ervoor zou vernietigen.

    Andere zenuwgassen zijn onder meer soman en tabun, heldere, kleur- en smaakloze vloeistoffen die een lichte fruitgeur hebben. Als ze opgewarmd worden, worden het dampen, die verspreid kunnen worden.

    Sarin, soman en tabun zijn allemaal afgeleid van insecticiden die in de jaren 30 en 40 ontwikkeld zijn. Die pesticiden en ook de zenuwgassen behoren tot een klasse van chemische stoffen die organofosfaten genoemd worden, organische verbindingen van fosfor. De zenuwgassen en de insecticiden werken op een gelijkaardige manier, maar ze richten zich op verschillende plaatsen van het lichaam, volgens dokter Lewis Nelson, het hoofd van de afdeling noodhulp van de Rutgers New Jersey Medical School in “Live Science”.

    Granaten met gifgas van het Amerikaanse leger in een opslagplaats in Utah.

    Hoe werken ze?

    De organofosfaat-pesticiden en zenuwgassen binden zich allebei aan een enzym dat de molecule acetylcholine stillegt. Acetylcholine is een molecule die signalen geeft in het zenuwstelsel, en zonder het enzym om haar uit te schakelen, zal acetylcholine “op een agressieve manier” bepaalde receptoren in de zenuwcellen blijven stimuleren, aldus Nelson.

    Maar de pesticiden en de zenuwgassen doen dat wel op verschillende plaatsen. De pesticiden hebben de neiging om zich te binden aan het enzym in klieren, wat leidt tot een overmatige afscheiding van vloeistoffen. Mensen die blootgesteld zijn aan deze pesticiden, kunnen last krijgen van een overmatige productie van speeksel, tranen, zweet en urine, diarree, samengetrokken pupillen en longoedeem, een aandoening waarbij er zich vloeistof ophoopt in de longen wat tot de dood kan leiden.

    De zenuwgassen daarentegen binden zich voornamelijk aan het enzym in de neuromusculaire verbindingen, de plaatsen waar de zenuwen de spieren ontmoeten. Als de zenuwgassen het enzym dat acetylcholine stillegt onklaar hebben gemaakt, kan de acetylcholine zich ophopen in de spieren, wat kan leiden tot oncontroleerbare spiertrekkingen, aldus Nelson.

    “Sommige mensen omschrijven het als een zak vol wormen”, zei Nelson aan “Live Science”. “Je krijgt die kleine bewegingen van al de spieren in je lichaam. Dat gaat een minuut of twee door, en dan raken je spieren verlamd.” Dat geldt ook voor de spieren die je nodig hebt om te ademen. Een teveel aan actieve acetylcholine in de hersenen kan bovendien leiden tot een beroerte.

    Het tegengif voor zenuwgas moet zeer snel worden toegediend.

    Zenuwgassen werken erg snel en veroorzaken vaak al symptomen binnen enkele minuten. Als iemand blootgesteld is aan een zenuwgas, moet hij zich onmiddellijk ontsmetten, dat wil zeggen zijn kleren uittrekken en zich wassen met zeep en water. Men kan ook de ogen spoelen met water, en gorgelen met water en dat dan uitspuwen, zo zei Nelson.

    Als iemand verlamd raakt, kan een verzorger hem een zuurstofmasker geven dat verbonden is aan een apparaat dat helpt om te ademen. Daarbij moeten verzorgers die geen beschermend pak dragen, wel opletten dat ze zelf niet besmet raken door huid op huid contact met een besmet iemand of door het inademen van het zenuwgas.

    Als iemand een zenuwgas heeft ingeademd, kan een tegengif helpen, zei Nelson. Een tegengif, atropine, blokkeert de receptoren van acetylcholine en verhindert zo dat de spieren overmatig gestimuleerd worden. Een ander tegengif, pralidoxime of 2-PAM, verwijdert de organofosfaten van het enzym dat acetylcholine verhindert zich op te hopen.

    Zowel atropine als pralidoxime moeten echter heel snel toegediend worden om te werken, binnen de tien minuten na de blootstelling aan het gas. “Als het niet onmiddellijk beschikbaar is, zal het bijna altijd te laat zijn”, zo besloot Nelson.