Meest recent

    Leven en dood op straat: Luc

    Het dak dat Luc na 3 jaar straatleven boven zijn hoofd heeft gekregen heet Home. Een Rusthuis, dus, in een residentiële Brusselse wijk. Eentje waar hij tijdens zijn straatleven nauwelijks kwam. Toen hing hij rond in het centrum, en ging ergens aan een laatste metrohalte in het groen slapen. Tot hij een klein jaar geleden aan de Brouckere bijzonder brutaal in elkaar werd geramd. Iedereen liep voorbij, herinnert hij zich nog, tot het licht uit ging. Later werd hij omzwachteld en gegipst wakker in het ziekenhuis. Het was het einde van zijn leven als dakloze.

    Het dak dat Luc na 3 jaar straatleven boven zijn hoofd heeft gekregen heet Home. Een Rusthuis, dus, in een residentiële Brusselse wijk. Eentje waar hij tijdens zijn straatleven nauwelijks kwam. Toen hing hij rond in het centrum, en ging ergens aan een laatste metrohalte in het groen slapen. Tot hij een klein jaar geleden aan de Brouckere bijzonder brutaal in elkaar werd geramd. Iedereen liep voorbij, herinnert hij zich nog, tot het licht uit ging. Later werd hij omzwachteld en gegipst wakker in het ziekenhuis. Het was het einde van zijn leven als dakloze. 

    hilde de windt

    Brutale overval

    Ironie van het lot: de vier zware jongens namen de 600 euro mee die hij zorgvuldig bij elkaar had gespaard om een studio te kunnen huren en de borg te betalen. Het gebeurde aan de ingang van een grote bioscoop. Hij ging vaak naar een film kijken om het warm te krijgen en droog te zitten. "Na die overval hebben de straatverplegers dit onderkomen voor mij geregeld. Ik kan namelijk bijna niet meer stappen. Die straatverplegers helpen ons echt, goud voor ons daklozen. De overheid daarentegen, dat is 'trek uw plan". Luc hoest. "Ik heb twee 'crises cardiaques' gehad. Gehospitaliseerd en al, maar dan stond ik weer op straat. Al is de Samu Social dan wel in gang geschoten'. Ik kwam in een veel te duur logies terecht.Dat hielp ook niet echt." De overval heeft uiteindelijk wel een positieve draai ingezet. Luc leerde in het rusthuis een vrouw kennen. "Het is heel langzaam gegaan, maar nu is ze mijn compagne', ja." 

    hilde de windt

    Nieuwe woonst

    "Kom je mee naar boven, naar mijn kamer? De muren hebben hier oren." Luc staat recht van de sofa in de ruime marmeren hal waar hij me opwachtte. Hij schuifelt met zijn wandelstok naar de lift. De verdiepingen zijn op z'n Belgisch ingericht: hokjes, spaanplaten, gordijntjes, balatum. In de kamer wacht zijn nieuwe vriendin. "Ik heb eindelijk weer wat geluk gevonden", grijnst hij kapoenerig. Er staan twee bedden in de kamer, en boeken en een mand vol dvd's. Tijdens het gesprek blijft zij er de hele tijd bij. Hun blikken kruisen, en tonen een groot vertrouwen. Luc gaat op bed liggen, en begint zijn verhaal.

    hilde de windt

    Neerwaartse spiraal

    "Ik ben op straat terecht gekomen omdat ik uit mijn woning ben verdreven. Het gebouw in Sint Gillis werd onbewoonbaar verklaard, niemand had de bewoners verwittigd. Onze spullen werden buiten gezet. Daar stonden we dan, want ook het OCMW had geen noodwoning. Familie heb ik niet meer, en mijn kinderen zie ik nauwelijks. Ik ben dan naar de nachtopvang van de Samu Social getrokken. Vanaf dan was dat het 'dak' . Ik ging er 's ochtends altijd weg, overdag daar blijven is echt demoraliserend. Maar je krijgt er ook wel eten. Als er geen plaats is moet je op straat slapen: gevaarlijk in de stad. Vanaf die tijd zat mijn hebben en mijn houden in een rugzak die ik overal bij me had. Handdoeken, toiletgerief, kleren. Om me te gaan wassen bij de organisatie van Soeur Marie Therese. Ja er is wel wat liefdadigheid voor daklozen, maar je moet het allemaal zelf ontdekken. In die rugzak had ik ook boeken, want ik lees veel. Het doet de tijd passeren. Vaak zat ik in het shopping centrum van Sint Pieters Woluwe op een bankje te lezen. De bewakers kenden me, ze wisten dat ze met mij geen problemen hadden. Ik was ook altijd proper en netjes gekleed. Op straat moet een mens strategisch denken. Luc is een man met bijzondere voelsprieten. 

    hilde de windt

    Straatleven is niet voor softies

    "Je wordt heel scherp, noodgedwongen. Je leert heel snel wie te vertrouwen is en wie niet. Kleine gebaren en gedragingen vertellen veel. Als je zoveel schoppen krijgt gaat het snel hoor. Iedereen voor zich en god voor allen, dat is het motto op straat. Je mag lief zijn, dwz iets goed doen maar dan mag je niets terug verwachten. De 'goei'? Die worden rauw verslonden! En de naïevelingen liggen er op voorhand. Dat gaat niet. Als je goed bent ben je een onnozelaar, een 'con'. Dan voel je niet wanneer iemand je een hak zet. Een dakloze collega was zo'n goeierd. Tic Tac was zijn bijnaam, omdat hij een tic nerveus had. Een aangename mens. Iemand vroeg hem eens een sigaret. Hij had er geen en ging een pakje kopen. Pakje weg. Dat doe je niet hè, als je een beetje ervaring hebt. Ik ben niet goed, nee, maar ik ben wel lief. Als je genereus bent word je geplukt, punt. " Luc lacht een beetje cynisch. Maar hij is duidelijk op dreef.

    "Het leven op straat is hard hè. Heel hard. Weinig daklozen kiezen voor dat leven, al zijn er wel die niet naar een opvang willen. En er zijn er meer en meer. Ook vrouwen, ja. 25 à 30% zou ik zeggen. Er sterven veel mensen op straat, vaak door agressie. De politie weet dat niet. Dat is geen verwijt, want ze zouden dat toch niet kunnen voorkomen. Vrienden maak je niet op straat. Praten over je toestand is taboe. Iedereen houdt dat voor zich. Als ze vertellen, is het alleen maar over een ver verleden." 

    hilde de windt

    Geen makkelijk leven

    "Ikzelf heb 30 jaar lang een gelukkig huwelijk gehad, een voorspoedig leven. Ik werkte als metaalbewerker en lasser, had een goede job die ik heel graag deed en kon mijn gezin met 6 kinderen goed onderhouden. Tot er een hervorming kwam en ik te horen kreeg dat ik niet meer geschikt was. Dat is zo'n shock geweest dat ik invalide ben verklaard. De tweede mokerslag was het bedrog van mijn vrouw. Ze bleek een minnaar te hebben. Hij was onvoorzichtig. Zo heb ik dat ontdekt. Tja." Luc grijnst. " Dat was verschrikkelijk voor mij. Ik moest weg, om mezelf te beschermen en mijn vrouw niets aan te doen. Ik had de gelegenheid om naar Afrika te gaan wonen, in Kameroen, ver weg. Vijf jaar heb ik daar gewoond. Ik moest wel een gigantische alimentatie betalen, niet vol te houden. Toen ik aan de rechtbank een bewijsstuk van haar bedrog voorlegde, dat ik naderhand nog had gevonden, is dat teruggedraaid. Mijn nieuwe leven met mijn tweede -Kameroenese- vrouw is niet goed afgelopen. We zijn naar Belgie komen wonen. Ze werkte hier als interim. Tot de bank me aansprak omdat mijn rekening systematisch werd leeggehaald, en de politie me kwam vragen of ik op de hoogte was van het beroep van mijn echtgenote. Ze zat dus in de prostitutie, al het geld ging naar Kameroen. Interim.....jaaaaa, op een manier wel zeker? Ik zat in een schijnhuwelijk." 

    hilde de windt

    En nu

    Ik heb geen makkelijk leven gehad, maar bon, nu heb ik het geluk wel weer gevonden. Hij kijkt naar zijn vriendin. "Ik kocht haar laatst bloemen, je had haar ogen moeten zien. Duizenden sterretjes.... Iemand plezier kunnen doen, dat is het goede leven. Maar je moet wel wat geld hebben, ik heb om zeggens nu meer nodig dan vroeger. Dat is hier een probleem. Op de straat was mijn geld van mij, maar nu is het van het OCMW. Mijn hele invalide uitkering gaat naar de kosten van het rusthuis. Wij krijgen 34 euro zakgeld per maand, en dan moeten we er nog op wachten ook. Weet je wat dat doet met een mens zijn hoofd? Hier zijn veel suicidalen, kan ik je vertellen. Maar bij wie moeten we reclameren? We zijn oud, en alleen. Natuurlijk willen wij graag opnieuw een nest voor onszelf. Maar het is weer zoals vroeger voor ik op straat kwam: de privé huizenmarkt is te duur, en sociale woningen zijn er nooit. Opnieuw: wie gaat naar ons luisteren? Het onderwerp wordt gemeden. Ik heb aan de Straatverplegers gevraagd mij niet te vergeten. Er is niemand die zich om mijn dossier bekommert. Voor de gevolgen van die overval heb ik trouwens nooit een cent schadevergoeding gekregen. Mijn geloof in de menselijke soort ben ik niet verloren, maar dat in overheid en de politiek wel. Ik ga naar het internationaal tribunaal voor de rechten van de mens. Voila. 

    lees ook