Meest recent

    Dromen zijn geen hersenspinsels uit wakkere toestand

    Dromen zijn geen hersenspinsels die overdag zijn gemaakt, zoals sommige theorieën verdedigen. Dat concluderen Zwitserse onderzoekers in het tijdschrift Nature Neuroscience. Wanneer we over iets dromen gebruiken we dezelfde hersenzones als wanneer we wakker aan hetzelfde denken, stelden ze vast.

    Dromen zijn in feite een bijzondere vorm van bewustzijn. Tijdens de slaap varieert het bewustzijn zeer sterk. Het bewustzijn kan compleet afwezig zijn, of aanwezig in de vorm van gedachten, beelden of dromen.

    Wat nu precies die verandering van bewustzijn bepaalt, blijft een raadsel. De meeste dromen komen voor tijdens de REM-slaap, wanneer er grote hersenactiviteit is, te vergelijken met die wanneer we wakker zijn.

    Maar ook in andere slaapfases, met lage hersenactiviteit, kunnen we dromen hebben. En het kan ook zijn dat we tijdens de REM-slaap niet dromen.

    Zone achterin de hersenen

    Het team van Francesca Siclari, verbonden aan het centrum voor slaaponderzoek bij het universitair ziekenhuis van Lausanne, onderzocht samen met Italiaanse en Amerikaanse collega's een verklaring voor het voorkomen van dromen in verschillende slaapfases.

    Bij 32 mensen werd de hersenactiviteit onderzocht tijdens de nacht, aan de hand van 256 elektrodes op het hoofd en het gezicht. De proefpersonen werden tijdens de nacht meermaals wakker gemaakt en gevraagd of ze gedroomd hadden of niet. De hersenactiviteit van de droomloze periodes werd vervolgens vergeleken met die van de periodes waarin er dromen waren.

    Uit het onderzoek blijkt dat de dromen voorkwamen wanneer een bepaalde zone achterin de hersenen, die de onderzoekers de "posterior cortical hot zone" noemen, actief was. Volgens de onderzoekers verklaart dat waarom dromen in verschillende slaapstadia kunnen voorkomen.

    Zelfde zones als in wakkere toestand

    De onderzoekers deden ook een tweede experiment. Ze volgden de activiteit in bovengenoemde hersenzone in real time op, en konden met een precisie van 90% voorspellen of de proefpersoon al dan niet gedroomd had.

    Ze stelden ook vast dat de hersenzones die actief waren toen de proefpersonen over een bepaalde inhoud droomden, dezelfde waren als de zones die actief waren als de persoon in wakkere toestand aan dezelfde inhoud dacht.