Meest recent

    Belgische generaal Deconinck voert bevel over VN-macht Minusma

    De Belgische generaal Jean-Paul Deconinck staat nu ook officieel aan het hoofd van de VN-stabilisatiemacht Minusma in Mali. Tijdens een militaire ceremonie op het hoofdkwartier in Bamako kreeg de voormalige chef van de landcomponent, onder goedkeurend oog van Defensieminister Steven Vandeput, het bevel over de ruim tienduizend man sterke vredesmacht.

    De operatie in Mali wordt als de meest gevaarlijke VN-missie beschouwd sinds de operatie in Somalië midden jaren 90. Ze is geregeld het doelwit van terreurgroep IS en andere jihadistische groeperingen die in verschillende zones van het gigantische land nog steeds de plak zwaaien. Sinds de start van de VN-missie half 2013 kwamen al meer dan zestig blauwhelmen om, onder wie ook vier Nederlanders.

    Deconinck zelf beseft de omvang van zijn taak naar eigen zeggen maar al te goed. In zijn toespraak bij de overdracht van het commando erkende hij dat het "niet makkelijk zal zijn" om de voorwaarden te scheppen voor een duurzame implementatie van de vredesakkoorden. "De omgeving is enorm volatiel, de risico's zijn aanzienlijk", aldus de Belgische generaal.

    Bevel over meer dan 10.000 militairen

    Deconinck zal het bevel voeren over de militairen van Minusma. Dat zijn er momenteel zowat 10.300, op een voorzien totaal van 11.200. Daarnaast telt Minusma ook 1.100 politiemensen en nog eens zoveel burgers. De belangrijkste missie is het stabiliseren van de bewoonde centra en het herstellen van het centraal gezag, naast het faciliteren van de politieke dialoog, het beschermen van de burgerbevolking en het bevorderen van de mensenrechten.

    Het mandaat van Deconinck duurt een jaar, maar is verlengbaar. Naast hem telt Minusma momenteel slechts een twintigtal Belgische militairen, maar dat zal volgend jaar wellicht stijgen. België heeft immers ook nog een 150-tal militairen onder EU-vlag in Mali, maar dat zullen er minder worden wanneer ons land het commando over die EUTM-missie begin 2018 overdraagt aan Spanje.

    En dat creëert ruimte, bevestigt Vandeput. Hij heeft de vaste wil om de aanwezigheid in de Sahel - en dan specifiek in Mali - "te continueren". De details liggen nog niet vast, maar volgens de minister zou het bijvoorbeeld kunnen gaan om extra militairen gespecialiseerd in inlichtingen, communicatie of planning. Ook extra materiaal kan een optie zijn.