Meest recent

    Calais likt zijn wonden: "De migranten waren met zo veel, dat kon niet goed aflopen"

    In de aanloop naar de Franse presidentsverkiezingen trok VRT-journaliste Marjan Temmerman naar Calais, de Noord-Franse stad die we de laatste jaren in een adem noemen met het migrantenkamp. De "jungle" is nu dan wel al een tijdje ontruimd, maar de vele spanningen rond het kamp hebben wonden geslagen bij de bevolking. Zo diep dat de Calaisiens zelfs niet meer over politiek willen of durven praten, "anders komt er ruzie van".

    "Ca ne m’intéresse pas", zegt de vrouw in lederen pak vlakaf. Ze zit in een van de stadsparkjes in het centrum van Calais op een bankje te wachten op haar man. De rechterhand rust op haar motorhelm. “Politiek interesseert u niet?”, probeer ik nog. “Jawel, jawel”, zegt ze met de glimlach, “maar ik wil er niet over praten”. Ze is niet de eerste die het gesprek abrupt afbreekt eenmaal het over de presidentsverkiezingen gaat.

    Het begint tot me door te dringen dat iedereen die ik aanspreek het onderwerp afblokt. Lucile die met haar hond Zumba een eindje met me mee wandelt, vertelt honderduit over de geschiedenis van Calais, maar moet er plots vandoor als ik over de verkiezingen begin. Robert in café Minck wijdt uit over de geneugten van koffie en Ricard en het zeezicht waar ie zo van geniet elke dag opnieuw. Maar zijn gezicht betrekt als het over politiek gaat. “We stoppen hier ma chérie”, is het enige wat hij nog zegt. Bij de kapster is het een gekwetter van jewelste, tot het woord élections valt en iedereen wegkijkt. De kapster zet me vriendelijk maar zonder pardon buiten. “Bonne journée, au revoir.”

    Wat is hier toch aan de hand?

    Niets lijkt de Calaisiens open te krijgen

    Eerst denk ik nog dat ik het anders moet aanpakken. “Praten de klanten over de merkwaardige aanloop van de verkiezingen?”, vraag ik in de frituur. “Non, pas du tout.” “Gaat u stemmen”, steek ik dan maar meteen van wal tegen een jongeman die me nieuwsgierig aankijkt. Hij schudt en knikt tegelijkertijd en versnelt zijn pas.

    Niks lijkt de Calaisiens open te krijgen. Dat had ik niet verwacht. Kustbewoners zijn het gewoon om door vreemden aangesproken te worden. Al eeuwenlang komen hier bezoekers die van het strand en de zee willen genieten.

    Littekens in het landschap

    Calais is een weinig opvallende stad met zo’n 80.000 inwoners. Het ligt aan de Noord-Franse Opaalkust, geliefd bij wie niet houdt van onze volgebouwde Belgische dijken. Het beroemde beeld van Rodin, de wenende burgers, staat hier. Als je het Belfort opklimt, kun je de Engelse kust zien. Maar het is de laatste jaren vooral bekend door het vluchtelingen- en migrantenkamp.

    De kampen zijn er al van eind jaren 90, maar barstten de laatste twee jaar uit hun voegen. Van een paar 100 groeiden ze uit naar 1.500 vluchtelingen en migranten. En tijdens en na een sociaal conflict in de haven - waarbij lange files van vrachtwagens ontstonden - trok het steeds meer Eritreeërs, Afghanen, Irakezen, Soedanezen en Syriërs op de vlucht aan.

    Ze hoopten met een vrachtwagen de oversteek te kunnen maken, naar het Verenigd Koninkrijk. Sommigen hadden er familie, anderen kennissen en het leek dus een veilige plek als eindpunt van hun vlucht. Het kamp, door iedereen de “jungle” genoemd, barstte vorig zomer helemaal uit zijn voegen: 10.000 mannen, vrouwen, tieners en kleine kinderen zaten er samengetroept in erbarmelijke omstandigheden. Met steeds hoger oplopende spanningen tot gevolg.

    Het heeft Calais getekend. Letterlijk. Langsheen de autostrade staat een hoge grauwe muur die in het havengebied overgaat in een doolhof van metershoge witte hekken. Allemaal betaald door het Verenigd Koninkrijk. Om de oversteek te beletten.

    De jongeren hangen op straat

    Calais heeft al eeuwenlang een unieke band met Engeland. Hier start de kortst bevaarbare route over de Noordzee. Van Calais naar Dover kun je nog steeds met de ferry. Daar kwam ook nog een tunnel bij eind jaren 90.

    Maar er is meer: begin 19e eeuw kwamen hier de eerste machines uit Birmingham aan. In Calais ontstond een massaproductie van kant. “De trots van Calais”, zo vertelt Lucile me. “Alle families werkten in de kantfabrieken. Maar de laatste twintig jaar gingen die een voor een dicht”. De werkloosheid hier is torenhoog. “We zijn koploper van Frankrijk”, zegt Christophe die op de bus staat te wachten. “Les jeunes sont dans la rue”, zucht Robert terwijl hij nipt van zijn Ricard.

    “In het hoogseizoen is er toch werk in de toeristische sector?”, opper ik. “Er is nauwelijks nog toerisme”, Robert kijkt treurig vanuit café Minck naar de zee. “De Engelsen komen niet meer." “Waarom niet?”, vraag ik verbaasd. “De migranten”, zegt hij vaag. “Maar die zijn toch weg?” “Ze zijn terug aan het komen.” Als ik hem vraag of er voor hem een presidentskandidaat is die daarvoor een oplossing heeft, breekt hij het gesprek af. Alweer bot gevangen.

    "Telkens als het over politiek gaat hier, komt er ruzie van. Dus praten we er niet meer over"

    Bijna wanhopig klamp ik op het einde van de middag een kwieke dame aan die een etalage staat te keuren. “Waarom wil niemand hier in Calais over de presidentsverkiezingen praten?”, vraag ik haar. “Olala”, kijkt ze me bezorgd aan. “Dat is door de migranten en vluchtelingen. Het heeft de bevolking verdeeld. Het heeft veel druk gezet op onze samenleving hier in Calais. Ze waren met zo veel, dat kon niet goed lopen. Telkens als het over politiek gaat hier, komt er ruzie van. Dus praten we er niet meer over.”

    Daar zit dus de angel. Het vluchtelingen- en migrantenkamp heeft wonden geslagen. Calais voelde zich in de steek gelaten door de Franse overheid die het kamp oogluikend toeliet, maar gen hulp bood. Hoever is tolerantie en solidariteit rekbaar als ze met duizenden je stad overspoelen? Het heeft hier een uitputtingsslag gevraagd van de inwoners.

    Marine Le Pen van het Front National kwam meermaals de bewoners moed inspreken. Ze had het over “De strijd tegen de migratie, klaagde over de dubbele houding van de Franse overheid en reikte simpele oplossingen aan. Ze overtuigde bij de lokale verkiezingen in 2015 in de eerste ronde bijna de helft van Calais. Maar ze had evengoed felle tegenstanders, die bleven volhouden dat les Calaisiens tolerante mensen zijn. Betogingen tegen vluchtelingen en migranten en betogingen voor solidariteit kwamen elkaar tegen. Politie moest beide visies uit elkaar houden of ze gingen op de vuist.

    Calais likt zijn wonden, zoveel is duidelijk. De stad is diep verdeeld, de inwoners mijden politieke standpunten. Het is er taboe geworden.