Minister Homans verbaasd over reactie minister Geens

    Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) reageert verbaasd op de kritiek van Justitieminister Koen Geens (CD&V). Hij had vraagtekens gezet bij de manier waarop Homans de rapporten van de Staatsveiligheid publiek heeft gebruikt om de erkenning in te trekken van de Fatih-moskee, zonder voorafgaand overleg met de dienst. In haar reactie merkt Homans op dat minister Geens in het verleden zelf publiek over de rapporten heeft gesproken en heeft opgeroepen er aandacht aan te besteden.

    "Nu kritiek geven op minister Homans, net nu zij haar verantwoordelijkheid heeft opgenomen, is op zijn minst merkwaardig, terwijl de minister van Justitie in het verleden zelf al publiek over de rapporten van de Staatsveiligheid heeft gesproken en heeft opgeroepen hier aandacht aan te besteden", stelt het kabinet-Homans in een persbericht.

    Homans verwijst naar uitspraken die minister Geens op 15 december in de plenaire Kamer deed. De Justitieminister gaf daarbij aan dat de Staatsveiligheid de problematiek van Turkije in het algemeen en die van Diyanet in het bijzonder van zeer nabij opvolgt. "Sinds de politieke evolutie van de laatste maanden hebben wij op dat vlak verschillende rapporten gekregen van de Veiligheid van de Staat", gaf Geens toen aan.

    Hij stelde voorts te denken "dat wij in België op alle niveaus de verantwoordelijkheid hebben, en dus zeker op federaal niveau, om de financiering van de religie en de islamreligie in België nauwlettend in het oog te houden. Ik heb dat opgedragen aan mijn diensten, zowel van de Veiligheid van de Staat als aan de parketten, en er wordt daaraan volop aandacht besteed".

    Geens had echter niet zozeer kritiek op het vermelden van de rapporten. Wel vindt de CD&V'er onder meer dat het "niet kan" dat informatie van een inlichtingendienst publiek gebruikt wordt als argumentatie voor een bepaalde overheidsbeslissing, zonder dit vooraf te overleggen met die dienst. "Het valt immers niet uit te sluiten dat door deze informatie publiek te maken, de binnenlandse bron van de informatie, of de relaties van de inlichtingendienst met haar buitenlandse bronnen en partners in het gedrang worden gebracht", aldus de Justitieminister. "Het kan evenmin om zich voor een beslissing in een concreet dossier volledig en uitsluitend te baseren op een rapport van de Veiligheid van de Staat waar het dossier slechts zijdelings en eerder toevallig in aan bod komt."