Meest recent

    Onze Turken moeten hun TV afzetten - Dirk Vermeiren

    Er zijn veel interpretaties de wereld ingestuurd om het stemgedrag van Turken in Vlaanderen te verklaren. Vandaag deel 3 over dat referendum. Hoe gevaarlijk is het soort nationalisme dat president Erdogan promoot bij Turken in Vlaanderen?
    opinie
    Opinie

    Dirk Vermeiren is voormalig Turkije-correspondent VRT (2002-2014) en is nu parlementair medewerker bij Manuela Van Werde (N-VA).

    De voorbije dagen is veel inkt gevloeid over het referendum voor een presidentieel systeem in Turkije, met name over de grote bijval voor Erdogan hier. Veel verklaringen daarvoor gingen richting racisme en discriminatie, schooluitval, armoede en sociaal isolement van een deel van de Turkse gemeenschap in ons land.

    Los van het feit of zo’n rechtstreeks verband zonder onderzoek een veronderstelling blijft, weet ik dat die fenomenen bestaan. Getuigenissen hoorde ik al genoeg. Maar er valt nog meer te onderzoeken.

    Welk soort nationalisme?

    Er waren amper beschouwingen over de interne dynamieken die binnen de Turkse gemeenschap zelf leven. Dat de Turken erg nationalistisch zijn, is algemeen bekend. Maar welke soort nationalisme hangen de meeste Turken aan - in Turkije, maar ook hier? Wie trekt daarbij aan de touwtjes?

    Hoe werkt dat nationalisme door binnen de diaspora, en op de verhouding tussen de diaspora en het ‘vaderland’? Hoe verhoudt zich dat tot ons integratiebeleid? Onderzoek daarnaar zou wel eens erg interessante verrassingen kunnen opleveren.

    Prototurk

    Het Turkse volk wordt sinds de stichting van de republiek in 1923 blootgesteld aan een nationalisme dat gestoeld is op vijandbeelden, dat extreem paranoïde trekken heeft en erg in zichzelf gekeerd is.

    "De Turk heeft niemand anders dan de Turk als vriend", leren de kinderen er op school, en dat is meer dan een spreuk aan de wand van het klaslokaal. Dat vertaalt zich in een curriculum en kennisoverdracht die er vooral op uit is om van een leerling een goede Turk te maken. De foutenmarge daarbij is erg klein.

    Goede en slechte Turken

    Door de spanningen na afloop van de mislukte staatsgreep in Turkije 15 juli vorig jaar maar ook naar aanleiding van het referendum viel de Turkse gemeenschap in ons land tot ieders verbijstering uiteen in ‘goede’ en ‘slechte’ Turken. De spanningen binnen de gemeenschap waren tot op de speelplaats van Vlaamse lagere scholen te voelen.

    Ik kan me inbeelden dat onze leerkrachten onvoldoende gewapend zijn om daar iets aan te doen. Daar hadden de handboeken ‘Omgaan met racisme’ geen rekening mee gehouden, en met de religieuze dimensie van de problemen wisten ze al helemaal geen raad.

    Zelfs onze Vlaams-Turkse politici gooiden de handdoek. Wie probeerde de spanningen te doen afnemen, liep het risico zelf in de hoek geschilderd te worden. Dan nog liever radiostilte.

    Dat enge Turkse nationalisme is niet iets wat Erdogan uitgevonden heeft. De Turkse republiek is van meet af aan een reusachtig project van social engineering geweest, waarbij de burgers zich moesten conformeren aan het beeld van de ideale burger zoals gedefinieerd door Atatürk.

    Nu is er Erdogan, die identiek dezelfde technieken toepast maar er een islamistische saus aan toevoegt. De personencultus van Atatürk is vervangen door die voor Erdogan, een aantal vijandbeelden zijn geactualiseerd, de Koran wordt erbij gehaald, opnieuw wordt het onderwijs naar de hand van het regime gezet, de massamedia verspreiden de boodschap tot in de huiskamers, dag en nacht, 7/7. Het huidige regime in Ankara bedenkt nieuwe feestdagen, rituelen en ceremonieën, bezet de publieke ruimte.

    De ondertoon is xenofoob, geweld ligt meteen onder de oppervlakte. De hearts & minds volgen, de stembusgang is daarvan slechts het resultaat, het ‘nieuwe Turkije’ van Erdogan moet de kroon op het werk worden.

    Wie vijandbeelden hanteert, moet natuurlijk ook slachtoffers creëren. De manier waarop Erdogan de diaspora toespreekt, is ronduit vernederend. Ze krijgt het label van slachtoffer opgespeld, voorgesteld als weerloze, machteloze sukkels die in bittere armoede moeten overleven in een vijandige wereld.

    Eervol zijn ze wel, anders dan hun goddeloze omgeving. Dat het Erdogan-regime daarbij sowieso al kwetsbare sociale weefsels in andere landen schade toebrengt, is precies de bedoeling. Het versterkt zijn zaak. Erdogan heeft een bloedhekel aan het Westen en alles waar het voor staat. Zijn historische missie is dat project van ‘kruisvaarders’ (dixit Erdogan) te ondermijnen.

    Erdogans gereedschapskist

    Zoveel respect voor z'n eigen godsdienst heeft de 'Büyük Usta' ('Grote Vakman') dat hij die als gereedschapskist gebruikt. De Belgische / Nederlandse / Duitse Turken zijn voor hem een commodity. De islam is zijn currency, met een bonus op de bank in de vorm van de drie miljoen Syrische vluchtelingen die in zijn kwakkelende economie straks misschien zijn belangrijkste exportproduct zullen blijken.

    Door ons in alle vertrouwen jarenlang gesubsidieerde verenigingen en door onze overheden erkende en gerespecteerde instellingen, zelfs moskeeën, zijn Erdogans tools. De strijd tegen de islamofobie is daarbij zijn unique selling proposition.

    "Wij buigen alleen voor de islam" hoorde ik hem in het voorjaar 2015 zeggen in de Grenslandhallen in Hasselt. En nu we toch bezig zijn: kunnen we in het onderzoek ook meenemen wat de nationalistische accenten zijn in de Koran-cursussen en Turkse taallessen in ons land? En welke boodschap onze jongens meekrijgen als ze hun verplichte legerdienst in Turkije vervullen?

    Gelukkig niet alle Turken

    Gelukkig zijn er in ons land ook veel mensen van Turkse afkomst die daar geen last van hebben. Zij lopen overal binnen en buiten, niet gebukt onder complexen van welke aard dan ook. Ze volgen de actualiteit in Turkije met gezonde nieuwsgierigheid en betrokkenheid, maar ze laten er hun doen en laten niet door bepalen.

    Allemaal lijken ze één ding gemeen te hebben. Ze hebben zich voor een stuk onttrokken aan hun eigen omgeving. Niet om ermee te breken, en dat is ook niet nodig. Het land en de cultuur zitten in hun bloed, maken deel uit van hun identiteit. Maar ze hebben wel keuzes gemaakt die erg bepalend bleken voor hun levensloop.

    Ze verhuisden uit een bepaalde wijk, veranderden van school, hadden een vader die tegen de opmerkingen van z’n omgeving in besloot z’n dochters te steunen in hun studiekeuze, namen een abonnement op een Vlaamse krant, stemden af op andere tv-zenders, importeerden hun partner niet uit Turkije, of vonden die buiten de eigen gemeenschap.

    Het houdt vooroordelen misschien niet tegen, maar wel op een afstand. En zoals we allemaal weten: vanop afstand zie je soms beter.

    Links en rechts zag ik vergelijkingen die in ons nadeel uitvielen. Waarom stemt de Turkse diaspora in landen zoals het VK, Canada, de VS en zelfs Saudi-Arabië veel minder voor Erdogan dan die in Vlaanderen?

    Dat móét wel wijzen op een gefaald integratiebeleid of onderwijs, horen we dan. Maar die landen vormen het eindstation van een Turkse braindrain. Dat is niet te vergelijken met immigratie zoals landen als België, Nederland en Duitsland die kenden.

    De sociologische breuklijnen door het electoraat hier wijken trouwens niet af van die die in Turkije vastgesteld worden. Het nieuws dat 75% van de stemmen in ons land voor JA waren, werd op totaal onbegrip onthaald door de NEEN-stemmers daar.

    "Dat ze België dan verlaten en naar hier komen wonen", of "Waarom mogen die eigenlijk stemmen?" zijn nog de vriendelijkste opmerkingen die ik noteerde. Ik zag al een online petitie passeren vanuit Turkije om de diaspora het stemrecht opnieuw af te nemen.

    Angst en wraak

    Eerder deze week gaf ik een lezing over Erdogans ‘Nieuwe Turkije’ aan de AP Hogeschool in Antwerpen. Mijn publiek was geschokt door een aantal AKP-campagnefilmpjes die ik liet zien.

    De filmpjes tonen alleen maar overdracht van angst op grote schaal. Een psycholoog zou er een hele kluif aan hebben. Ik projecteerde simultaan de intro van een tv-serie en beelden van een massamanifestatie van het Erdogan-regime, amper uit elkaar te houden.

    Ik ondertitelde de eed die de studenten aan de politiescholen moeten afleggen: ‘Wraak! Wraak! Wraak!’. Koude rillingen rolden van de tribune. De naam van naziregisseur Leni Riefenstahl viel. Iemand sprak over Mussolini. "We wisten niet dat het zo erg was." Onze Turkse Belgen zien die dingen ook, maar blijkbaar met andere ogen.

    Kunnen de perverse effecten van het Turkse nationalisme ook even meegenomen worden in het onderzoek naar de verklaring van het succes van Erdogan in ons land?