Meest recent

    Jean-Marie stuurde een schokgolf door Frankrijk, Marine (nog) niet

    Nu Marine Le Pen is doorgestoten naar de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen, treedt ze opnieuw in de voetsporen van haar vader. Die deed het haar immers in 2002 al voor, toen hij het moest opnemen tegen de zittende president Jacques Chirac. Dat een extreemrechtse kandidaat de tweede ronde haalde, veroorzaakte in 2002 een heuse schok, nu is dat veel minder het geval.
    Vader en dochter Le Pen.

    In 2002 sparen de Franse kranten de grote woorden niet om de doorbraak van Jean-Marie Le Pen in de eerste ronde te beschrijven: "Aardbeving", "Bom", "DE SCHOK", "Ramp" en "Catastrofe" sieren de voorpagina's. 

    In 2017 is de schok duidelijk minder groot: enkel de communistische krant "Humanité" heeft een foto van Marine Le Pen op de voorpagina met in het groot "Nooit", de andere kranten concentreren zich op Macron, geven sec weer "Macron versus Le Pen", of besteden aandacht aan de slechte prestaties van de traditionele partijen op hun voorpagina.

    In 2002 waren er ook grote betogingen tegen Le Pen, nu zijn enkele anarchisten relletjes gaan schoppen met de politie en zijn er oproepen en kleine manifestaties van antiracistische organisaties.

    President Jacques Chirac, die het in 2002 in de tweede ronde tegen Jean-Marie Le Pen moet opnemen, weigerde toen met hem op tv in debat te gaan, "omdat hij de banalisering van van de intolerantie en de haat" niet kon aanvaarden, nu zal Emmanuel Macron probleemloos in debat gaan met Marine Le Pen, live op de Franse tv.

    En ook de oproepen om voor Macron te stemmen, tegen Le Pen, zijn nu minder dwingend. Aan de linkerkant wil Jean-Luc Mélenchon eerst zijn militanten raadplegen voor hij een stemadvies uitbrengt, en Philippe Poutou zal geen stemadvies geven. In 2002 aarzelde Mélenchon daarentegen geen ogenblik om op te roepen om Le Pen af te blokken. 

    Aan de rechterzijde heeft François Fillon aangekondigd dat hij voor Macron zal stemmen, maar een aantal andere figuren als Eric Ciotti, Laurent Wauquiez en Bruno Retailleau blijven onduidelijk. En Christine Boutin, die Fillon steunde, roept nu op tot een front tegen Macron, en sluit niet uit dat ze voor Le Pen zal stemmen.

    2017 is dus duidelijk 2002 niet. Om te zien in hoeverre de situatie nu verschilt van toen en in hoeverre er gelijkenissen zijn, moeten we teruggaan naar het begin van het Front National.

    Een aantal krantenkoppen daags na de eerste ronde in 2002.

    Stamvader

    Het verhaal van het Front National is het verhaal van de familie Le Pen, en het begint bij stamvader Jean-Marie.

    Jean-Marie Le Pen vecht begin jaren 1950 als soldaat van het Vreemdelingenlegioen onder meer in Algerije en in de Franse kolonies in Indo-China, en daar doet hij zijn racistische ideeën op.

    In 1956 wordt hij in het parlement verkozen op de lijst van Pierre Poujade, de man die zijn naam gaf aan "kleinburgerlijke protestbewegingen met een extreemfascistisch karakter" en die ronduit xenofoob en antisemitisch was. 

    In 1972 voelt Le Pen zich sterk genoeg om op eigen benen te staan, en met een aantal oud-SS'ers en voormalige collaborateurs richt hij het "Front National" op, zijn eigen ultranationalistische, racistische en antisemitische partij.

    Jean-Marie Le Pen blijft als voorzitter van het FN provoceren met uitspraken als "de gaskamers hebben wel bestaan, maar ze zijn slechts een detail in de geschiedenis". Dat zorgt ervoor dat het FN af en toe wel eens een gemeentehuis in de wacht sleept, maar nationaal een partij in de marge blijft, ver van de politieke macht.  

    Donderslag bij heldere hemel

    Daar komt verandering in bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op 21 april 2002. Na vijf jaar van "cohabitation" tussen president Jacques Chirac van de centrumrechtse RPR en zijn socialistische premier Lionel Jospin, verwacht iedereen een tweestrijd tussen hen beiden.

    De campagne verloopt vlak, omdat het programma van beide mannen dicht bij elkaar ligt, vooral in verband met Europa. Een tijd lang krijgt de "souvereinist" Jean-Pierre Chevènement met zijn nadruk op de lekenstaat en zijn verzet tegen de Europese integratie de rol van favoriete underdog toebedeeld.

    Le Pen blijft uit beeld en alle peilingen laten een tweestrijd zien tussen Chirac en Jospin, waarbij beide kandidaten eerst meer dan twintig procent halen, en naarmate de verkiezingen naderen er net onder duiken. Le Pen schommelt eerst rond de 10 procent, in de laatste peilingen voor de eerste ronde klimt hij naar zo'n 13, 14 procent.

    De echte uitslag is dan ook een heuse verrassing: Chirac haalt 19,88 procent van de stemmen, Le Pen 16,86 procent en Jospin raakt niet verder dan 16,18 procent. Voor de tweede keer in de geschiedenis van de Vijfde Republiek zit er geen socialist in de tweede ronde en voor de eerste keer wel een kandidaat van extreemrechts.

    Versnippering ten top

    De zege van Le Pen en de nederlaag van Jospin was voor een groot deel te wijten aan de verregaande politieke versnippering.

    Er deden in 2002 niet minder dan 16 kandidaten mee aan de eerste ronde van de presidentsverkiezingen - een record -, en slechts drie van hen haalden minder dan twee procent van de stemmen. De koek moest dus onder veel kandidaten verdeeld worden. Het gevolg was dat voor het eerst in de Vijfde Republiek geen enkele kandidaat in de eerste ronde 20 procent of meer haalde. In 1974 waren er 12 kandidaten, maar zeven van hen bleven toen onder de twee procent, zodat slechts vijf kandidaten het grootste deel van de stemmen moesten delen.

    Vooral aan de linkerkant was de versnippering groot en extreemlinks, onder meer de trotskisten, deed het erg goed in deze verkiezingen, een verklaring voor de nederlaag van Jospin.

    Maar aan de rechterzijde presteerde ook Chirac ondermaats: hij haalde bijna een procentpunt minder dan in de eerste ronde in 1995, en zijn resultaat was het slechtste ooit van een zittende president.

    Le Pen zelf ging wel vooruit maar in feite niet zo veel: hij rijfde zo'n 4,8 miljoen stemmen binnen, slechts 230.000 stemmen meer dan in 1995.

    Opvallend was ook het grote aantal mensen dat niet ging stemmen: met 28,4 procent lag dat het hoogst bij een eerste ronde sinds de verkiezingshervorming van 1962.

    Schokgolven

    Het feit dat de extreemrechtse kandidaat Le Pen de tweede ronde haalt, stuurt schokgolven door heel Frankrijk.

    In de nacht na de eerste ronde komen duizenden mensen op straat in de grote Franse steden om te protesteren tegen de aanwezigheid van Le Pen in de tweede ronde. Het protest blijft voortduren in de 14 dagen tussen de eerste en de tweede ronde. Op 1 mei bereikt het een hoogtepunt met 1,3 miljoen manifestanten volgen het ministerie van Binnenlandse Zaken en twee miljoen volgens de organisatoren, in een honderdtal steden in Frankrijk.

    Het Front National dat op 1 mei een optocht houdt in Parijs om Jeanne d'Arc te eren, brengt volgens de politie 10.000 mensen op been, volgens het FN zelf 100.000.

    Nagenoeg alle kandidaten uit de eerste ronde, alle partijen, alle leiders van het middenveld en de meeste media roepen op om voor Chirac te stemmen in de tweede ronde. Enkel de kleine afsplitsing van het FN, de MNR van Bruno Mégret roept op om voor Le Pen te stemmen, en enkele klein-linkse partijen geven geen stemadvies.

    Links past het concept van het "republikeins front" toe om Le Pen af te blokken, en een beweging van linkse en extreemlinkse militanten lanceert een campagne op internet om de kiezers ervan te overtuigen op Chirac te stemmen, "desnoods met handschoenen of een wasspeld op hun neus".

    De oproepen missen hun effect niet: Chirac die in de eerste ronde 5,7 miljoen stemmen haalt, krijgt er nu bijna 20 miljoen stemmen bij, een stijging met 350 procent. Ook Le Pen doet het beter dan in de eerste ronde en hij gaat er 15 procent op vooruit, maar lijdt toch een verpletterende nederlaag met 17,79 procent van de stemmen voor Le Pen en 82,21 procent voor Chirac.

    Die uitslag van Chirac is de hoogste ooit in een presidentsverkiezing met algemeen direct stemrecht: zelfs Louis-Napoleon Bonaparte haalde in 1848 maar 74,2 procent. De opkomst steeg van 71,6 procent in de eerste ronde naar 79,71 procent in de tweede.

    Grote gevolgen

    De directe gevolgen van de verkiezingen van 2002 zijn het einde van de politieke carrière van Lionel Jospin en een herschikking van het centrumrechtse politiek landschap, maar belangrijker op langere termijn zijn twee andere gevolgen. 

    Het eerste is de invoering bij de klassieke politieke families van de voorverkiezingen. Die laten kandidaten van dezelfde politiek strekking toe zich met elkaar te meten, zonder het risico te lopen uitgeschakeld te worden door Le Pen. De socialisten houden in 2006 voor het eerst interne en in 2011 open voorverkiezingen, de rechterzijde volgt in 2016.

    Het tweede gevolg is het doordringen van het concept "nuttige stem" in het politieke debat. Zelfs voor de eerste ronde wordt sindsdien geregeld opgeroepen om nuttig te stemmen, en met succes. Bij de presidentsverkiezingen van 2007 en 2012 halen de traditionele linkse en rechtse families betere scores, en al de kleine partijtjes verliezen stemmen, met uitzondering van François Bayrou die in 2007 een succesvolle campagne voert tegen de "nuttige stem". Alleen het Front National slaagt er in om terug te komen tot het niveau van 2002, maar daar lijkt de partij vast te zitten. 

    Marine kuist op

    Dat het FN niet verder lijkt te komen dan hooguit een vijfde van de stemmen, is de leiding uiteraard een doorn in het oog.

    In 2011 treedt de dan 82-jarige Jean-Marie af, en in besloten partijkring wordt beslist dat zijn 42-jarige dochter Marine de fakkel zal overnemen. De resultaten van het FN schommelen tussen de 5 en 15 procent en gaan er niet op vooruit, maar Marine is in haar thuisbasis Hénin-Beaumont een stemmenkanon gebleken. Bij de regionale verkiezingen in 2010 haalt ze maar liefst 40 procent.

    Marine wil ook met de partij een dergelijk resultaat bereiken en ze gooit het over een andere boeg. Ze doet haar best om de smet van collaboratie, racisme en antisemitisme die onder haar vader aan het FN kleefde, weg te wassen. Ze vaart een nationalistische, "patriottische" koers en richt haar pijlen volop op de migratie en de Europese Unie.

    Vader Le Pen maakt het haar evenwel niet makkelijk en blijft als erevoorzitter rustig stoorzender spelen met antisemitische en grove uitspraken. Marine zet hem uit de partij, maar na een reeks processen kan hij toch aanblijven als erevoorzitter.

    En de inspanningen van Marine blijken vruchten af te werpen. Ook al zijn extreemrechtse, racistische groepjes en zeker schimmige extreemrechtse antisemitische geldschieters nog steeds welkom, het FN wordt toch "salonfähiger", meer aanvaardbaar.

    Ook het succes van de aanhangers van de brexit in het Verenigd Koninkrijk en van Donald Trump in de VS, die beide ook inspeelden op antimigratie-gevoelens bij brede lagen van de bevolking, deden de ideeën van Marine minder extreem lijken.

    Geen verrassing

    Bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen slaagt Marine Le Pen er dan ook in om door te stoten naar de tweede ronde, met 21,43 procent van de stemmen.

    Opnieuw is dat voor een deel ongetwijfeld het gevolg van de versnippering, zowel aan de linkerkant als in het centrum, maar dit keer is het geen verrassing.

    In de maand januari geven de peilingen Le Pen al als een van de kandidaten voor de tweede ronde, maar dan tegen de conservatieve centrum-kandidaat François Fillon.

    Naarmate Fillon meer en meer wegzinkt in de schandaalsfeer, neemt Emmanuel Macron die positie van hem over, en in februari wisselen ze elkaar af. Le Pen blijft volgens alle peilingen echter steeds de tweede kandidaat voor de tweede ronde, zelfs met enkele procentpunten voorsprong. In maart komt Fillon er niet meer aan te pas, en komt Macron geleidelijk aan op gelijke hoogte met Marine Le Pen, en in april geven de peilingen hem een kleine voorsprong. En dat blijkt uiteindelijk ook de uitslag te zijn. 

    Geen schokgolven

    Het doorstoten van Marine Le Pen naar de tweede ronde, 15 jaar na haar vader, veroorzaakt nu geen of veel minder schokgolven.

    Zoals gezegd is het dan ook geen verrassing dit keer en zijn de ideeën van Marine wat meer opgepoetst en aanvaardbaarder geworden. De reacties zijn nu lauwer, de oproepen van de andere kandidaten om voor Macron te stemmen in de tweede ronde minder dwingend.

    Maar als de peilingen, die nu toch wel geloofwaardig zijn gebleken, ook voor de volgende ronde gelijk krijgen, dan heeft Marine net als haar vader geen schijn van kans om president te worden. Alle peilingen geven Macron zo'n 60 procent van de stemmen of meer terwijl Le Pen tussen 30 en 40 procent schommelt. Dat betekent wel dat ze in de tweede ronde heel wat meer stemmen kan bijwinnen dan haar vader, maar genoeg zal het waarschijnlijk niet zijn.

    Mogelijk kan het FN het later nog eens proberen met Marion Maréchal-Le Pen, de kleindochter van Jean-Marie en de nicht van Marine. Zij wordt nu al klaargestoomd en zal hoogstwaarschijnlijk ooit haar tante opvolgen.