Meest recent

    Partijen zoals de SP.A moeten kiezen: radicaliseren of verschrompelen - Wim Vermeersch

    Hoe moet het verder met de sociaaldemocratie na de afstraffing zondag in Frankrijk en eerder al even erg in Nederland? Verschrompelt in 2019 ook de SP.A?
    opinie
    Opinie

    Wim Vermeersch is hoofdredacteur van het tijdschrift Sampol, Samenleving en politiek.

    Dat de sociaaldemocratische partijen in onze buurlanden niet hun beste moment beleven is nogal een understatement. In Nederland viel PvdA terug van 38 op 9 zetels. In Frankrijk haalde PS een schamele 6%.

    En het is afwachten hoe Labour de verkiezingen van 8 juni doorkomt. Het lijkt erop dat 2017 niet het jaar van de populistische revolte wordt, zoals lange tijd werd gevreesd, maar van de verschrompeling van de sociaaldemocratie.

    Vertrouwen of wantrouwen

    De verschrompeling van de sociaaldemocratie die voor onze ogen plaatsvindt, komt echter niet uit de lucht vallen. De omstandigheden zijn in elk land anders, maar ten gronde kampen sociaaldemocraten overal met hetzelfde structureel probleem: ze spelen mee in een politieke setting waarin hun beginselen niet passen.

    Dat zit zo. De historische opdracht van sociaaldemocraten is om hoog- en laaggeschoolden achter één politiek project te scharen. Die verbindende opdracht wordt steeds moeilijker. Vandaag worden verkiezingen gewonnen door partijen die zich ondubbelzinnig kunnen opstellen op de breuklijn tussen open en gesloten, tussen kiezers die de toekomst met vertrouwen of wantrouwen tegemoet zien.

    In Nederland wonnen D66, GroenLinks en PVV de verkiezingen. In Frankrijk En Marche! van Emmanuel Macron en Front National van Marine Le Pen.

    Partijen die verschillende achterbannen bedienen, zoals de sociaaldemocratische (maar ook de christendemocratische), komen minder goed uit de verf.

    Identiteitspolitiek maakt sociaaldemocratie vleugellam

    De verbindende opdracht van sociaaldemocraten wordt verder bemoeilijkt door de dominantie van de identiteitspolitiek. Vandaag gaat het maatschappelijk debat over onderwerpen als afkomst, religie, waarden, wij en zij. Het dwingt sociaaldemocraten te reageren in een frame dat hen niet ligt. Sociaaldemocraten willen verbinden ondanks de verschillen. Terwijl identiteitspolitiek de verschillen uitvergroot.

    De identiteitspolitiek die we overal zien, heeft twee gevolgen. Niet alleen zijn partijen op de rechterflank een stuk sterker en geloofwaardiger op dat vlak. Het heeft ook een versplintering op de linkerflank tot gevolg.

    Nederland is daar het meest extreme voorbeeld van. Op de linkerflank heb je er DENK, 50PLUS, GroenLinks, SP, PvdA, Partij van de Dieren en D66. Het lijkt wel of ieder zijn eigen partij wil. Sociaaldemocraten stonden historisch sterk in de periode van de zogenaamde ‘catch-all partijen’. Die is vandaag voorbij.

    Hand in eigen boezem steken

    De redenen voor de verschrompeling van de sociaaldemocratie zijn dus structureel en te situeren in de maatschappelijke context. Toch moeten sociaaldemocraten ook de hand in eigen boezem steken. Vooral dan op Europees niveau.

    Rond de eeuwwisseling hadden sociaaldemocraten een meerderheid in de Raad, maar ze lieten na een eerlijke Europese Unie te bouwen. Sociaaldemocraten waren op dat moment de dominante politieke kracht, maar werden in slaap gewiegd door hun politieke tegenstrevers. Het ging Europa economisch voor de wind, een sociaal Europa was geen prioriteit.

    De gevolgen zijn niet te onderschatten. Vandaag is er iets fundamenteel mis aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waar het precies de sociaaldemocratische kiezers zijn die moeten concurreren met goedkopere arbeidskrachten uit het buitenland.

    Overal zien we hetzelfde fenomeen: laagopgeleiden zoeken hun heil bij partijen op de buitenkanten (in Frankrijk bij Jean-Luc Mélenchon en Marine Le Pen), terwijl hoogopgeleiden dat doen bij mensen als Emmanuel Macron in Frankrijk of Jesse Klaver in Nederland. Langs beide kanten verliezen sociaaldemocraten dus kiezers.

    De spoeling wordt dun en dan is de verschrompeling niet veraf.

    Er is echter nog een ander gevolg van deze historische misser van sociaaldemocraten in Europa. Doordat ze mee een Unie uittekenden met harde wetten over begrotingskwesties en niet-afdwingbare wetten over sociaal beleid, is de beleidsruimte voor sociaaldemocraten die vandaag nationaal aan de macht komen beperkt.

    In woorden belijden sociaaldemocraten nog wel een links verhaal, maar in de feiten is dat onmogelijk door het Europese keurslijf. De voorbije decennia waren sociaaldemocraten in verschillende landen aan de macht. Nergens zagen we echte correcties in het economisch bestel, die de werkende mensen ten goede komen.

    Het verschil tussen de woorden in de campagne en de daden eens aan de macht, zoals we bij Diederik Samsom in Nederland en François Hollande in Frankrijk zagen, zorgt voor een joekel van een geloofwaardigheidsprobleem. Mensen geloven sociaaldemocraten niet meer.

    De sociaaldemocratie moet radicaler, niet populistischer

    Hoe moet het dan verder? Een veelgehoorde claim is dat sociaaldemocraten zich populistischer moet opstellen om opnieuw electoraal aantrekkelijk te worden en met gelijke wapens te strijden tegen politieke tegenstrevers.

    Ik geloof er niet in. Voor mij staan de sociaaldemocratische leiders vandaag veeleer voor de taak de sociaaldemocratie te radicaliseren, maar zonder daarbij te vervallen in populisme. Radicaler, niet populistischer: het lijkt een semantisch onderscheid, maar dat is het niet. Ik verklaar me nader aan de hand van drie thema’s die gevoelig liggen voor linkse populisten: Europa, migratie en macht.

    1 Europa

    Ten eerste, Europa. Linkse populisten willen niets te maken hebben met deze Europese Unie. Ze moet op de schop. Er valt over deze Unie inderdaad heel wat te zeggen, maar we moeten er wel mee verder. We kunnen ze niet afbreken en op een wit blad de ideale constructie uitdenken. Nodig zijn meer radicale keuzes, geen populistisch gebral over minder Europa.

    De sociaaldemocratische leiders moeten vandaag de fouten van hun voorgangers rechtzetten. Ze moeten het debat opnieuw voeren in termen van links-rechts, niet langer in termen van pro-contra Europa.

    Het recent opblazen van de Grote Coalitie in het Europees Parlement was alvast een goede zaak. Die coalitie achtte men nodig in de strijd tegen het eurosceptische front, maar was zo grijs als een duif en dus nefast.

    2 Migratie

    Ten tweede, migratie. Linkse populisten reageren op arbeidsmigratie met sociaal protectionisme. Op dat vlak zijn ze bondgenoten van rechtse populisten, als uiteinden van een hoefijzer die elkaar raken.

    Oost-Europeanen worden geviseerd. Eigen werknemers eerst. Maar populistische retoriek over het inperken van vrij verkeer van werknemers brengt ons nergens.

    Wel effectief zijn meer radicale keuzes inzake vrij verkeer van diensten, waaronder het beteugelen van schijnzelfstandigheid, detachering en trucs met uitzendbureaus vallen. Opnieuw: een radicaler Europa, niet minder Europa.

    Los daarvan houden we best in het achterhoofd dat de groeiende ongelijkheid niet wordt veroorzaakt door arbeidsmigratie, wel door kapitaalsmigratie. Ook op dat vlak is een radicale agenda nodig: van kapitaalcontroles, transactiebelastingen, bankhervormingen, enzovoort.

    3 Macht

    Ten derde, macht. Linkse populisten zijn mordicus tegen de heersende politieke kaste. Tegenover het moeizame gemanoeuvreer van de bestuurderspartijen zetten ze de belofte van een democratie zonder teleurstelling.

    Zo’n positionering is voor sociaaldemocraten onmogelijk. Het zit in hun DNA om de wereld beter te willen maken door deelname aan de macht.

    Maar ook hier zijn radicalere keuzes nodig. Een linkse campagne voeren om nadien een centrumbeleid te voeren, zoals François Hollande in Frankrijk of Diederik Samsom in Nederland, is dodelijk. Er moet niet koste wat het kost bestuurd worden. Vandaag is de uitdaging eerder om nieuwe allianties te smeden met gelijkgestemde burgers en geëngageerde organisaties. Pas als dat lukt, is de sociaaldemocratie weer sterk genoeg om te wegen op het beleid.

    Niet alleen kommer en kwel

    Op korte termijn zit er voor sociaaldemocraten niets anders op dan het geloofwaardigheidsprobleem uit te zweten. Ook de koers van Europa zal niet op een twee drie veranderen, waardoor de beleidsruimte voor sociaaldemocraten op nationaal niveau klein blijft. De kans is daarom groot dat ook de volgende verkiezingen moeilijk worden voor sociaaldemocraten in Europa.

    Toch is het niet allemaal kommer en kwel.

    In de Scandinavische landen doen sociaaldemocratische partijen het opnieuw goed in de peilingen en in tussentijdse verkiezingen, na een periode waar ook populisten en rechtsconservatieven het roer overnamen.

    In Portugal is er een bijzondere minderheidsregering van socialisten aan de macht, met de steun van de communisten in het parlement, die haar begrotingsdoelstellingen haalt zonder een streng besparingsbeleid te voeren.

    En er is natuurlijk Duitsland, waar SPD haar tweede adem heeft gevonden. Een zekere Merkel-moeheid, gecombineerd met de intrede van een relatieve buitenstaander (Martin Schulz) als partijleider, geeft er de partij wind in de zeilen voor de verkiezingen van september.

    Verschrompelt in 2019 ook de SP.A?

    Bij ons is het koffiedik kijken of SP.A in 2019 zal standhouden of verschrompelen. Enerzijds tonen alle peilingen een relatieve stabiliteit van het politieke landschap in Vlaanderen: N-VA verliest en Groen wint, dat wel, maar alle andere partijen, ook de SP.A, blijven hangen rond hun scores van 2014.

    Anderzijds zal het, gezien de trends in de buurlanden, geen absolute verrassing zijn als de SP.A in 2019 nog een paar procenten moet prijsgeven. Een ding is zeker: na de verkiezingen in Nederland en Frankrijk staan de alarmlichten op het secretariaat van de partij, aan de Grasmarkt in Brussel, op rood.