Meest recent

    Universiteit Gent zet grootste gegevensbank over dialecten online

    De Universiteit Gent heeft 250.000 zinnen in het dialect van 2.000 Vlaamse, Frans-Vlaamse en Nederlandse plaatsen online gezet. De onderzoekers van de universiteit verzamelden sinds 1925 de uitspraak van 141 zinnen bij dialectsprekers. Die werden fonetisch genoteerd.

    De Universiteit Gent heeft de resultaten van een onderzoeksproject rond Vlaamse en Nederlandse dialecten online gezet. Het gaat in totaal om 250.000 dialectzinnen die van 1925 tot vandaag werden genoteerd in 1.956 verschillende plaatsen.

    Onderzoekers van de Universiteit Gent noteerden de 141voorbeeldzinnetjes fonetisch op de verschillende plaatsen.

    "In de jaren twintig van de vorige eeuw vatte professor Blancquaert het plan op om 141 zinnetjes (in een paar gevallen opsommingen van woorden of vervoegingen) in het dialect te laten vertalen door goede dialectsprekers en nauwgezet fonetisch te (laten) noteren", schetst professor Jacques Van Keymeulen van de Universiteit Gent.

    Belangrijkste bron voor dialectgeografisch onderzoek

    "Hij startte in zijn geboortestreek Klein-Brabant, maar geleidelijk aan werd het project uitgebreid tot heel Vlaanderen en later ook tot Nederland." Het onderzoeksproject breidde gaandeweg uit en tussen 1923 en 1982 verschenen verschillende "dialectatlassen".

    "Professor Blancquaert had de bedoeling alle gemeenten van meer dan tweeduizend inwoners te behandelen en indien nodig ook de tussenliggende plaatsen om zo een gelijkvormig net te bekomen. Zelden liggen twee meetpunten meer dan 5 km van elkaar. Bij voorkeur werden zegslieden 'van gemiddelden leeftijd' ondervraagd; in elk geval moest de zegsman/zegsvrouw het plaatselijke dialect door en door kennen."

    Het project eindigde in meer dan een kwart miljoen zinnetjes voor 1.956 plaatsten en is nu online beschikbaar via www.dialectzinnen.ugent.be.

    De zinnetjes uit het onderzoek zijn ondertussen de belangrijkste bron voor dialectgeografisch onderzoek op fonetisch en fonologisch gebied. Maar ook andere taaldomeinen, zoals morfologie, syntaxis of lexicon, kunnen de bron gebruiken.