Begrijp jij het buitenlands bochtenwerk van Donald Trump? - Jan Balliauw

    Is "Vladimir", de Russische president Poetin, nu zijn vriend of niet? Is de NAVO achterhaald of niet? Tijdens zijn eerste 100 dagen blies Donald Trump de ene keer warm en dan weer koud. Diplomatiek journalist Jan Balliauw zoekt uit hoe stabiel Trump is.
    analyse
    Analyse
    AFP or licensors

    Jan Balliauw is diplomatiek redacteur bij VRT Nieuws.

    Voor de invloedrijke Kremlin-propagandist Dmitri Kiseljov is de verliefdheid voorbij. Toen Trump zich nog positief uitliet over Poetin, kon bij Kiseljov de pret niet op. Hij was zo lovend over de nieuwe Amerikaanse president dat Russische nationalisten zelfs tegen zijn ‘Trumpomanie' betoogden voor het televisiegebouw waar hij het veelbekeken Vesti Nedeli (Nieuws van de week) presenteert op zondag.

    Kiseljov maakte zijn bocht na de Amerikaanse aanval op Syrië. De man, die ook hoofd is van het staatspersbureau Rossija Sevodnja (Rusland Vandaag), noemde in zijn tv-uitzending Trump een nog groter gevaar voor de wereld dan de leider van Noord-Korea. Die is immers voorspelbaar en heeft nog nog nooit met raketten doelen vernietigd in een ander land.

    De champagneflessen die waren ontkurkt na de overwinning van Trump hebben in Moskou een bittere nasmaak nagelaten. Het beruchte telefoontje van Trump naar zijn Russische collega Poetin had niet veel effect.

    Hoe anders was de reactie in Europa. Toen Trump besliste 60 kruisraketten af te vuren op een Syrische luchtmachtbasis (59 troffen een doelwit, 1 kwam in de Middellandse Zee terecht), konden vele West-Europese leiders niet snel genoeg de actie van Trump toejuichen, ook al had de VS voor de aanval geen VN- of ander internationaalrechtelijk mandaat.

    Een zucht van opluchting ging door de Europese hoofdsteden. De man die de NAVO nog oubollig had genoemd en die goede relaties met Poetin wou, deinsde er niet voor terug actie te ondernemen tegen de Syrische leider Assad, goed wetende dat hij daarmee een zware crisis met Rusland zou kunnen uitlokken.

    Niet alleen hadden de Russen ettelijke kruisraketten kunnen neerhalen met hun geavanceerde luchtafweer, het gevaar bestond ook dat er Russische slachtoffers zouden vallen. De Russische strijdkracht in Syrië gebruikte de basis immers voor haar gevechtshelikopters, zoals ik zelf kon vaststellen tijdens een bezoek met het Russische leger in april 2016.

    Toen Trump begon als president, leefde in Europa de vrees dat hij in ruil voor samenwerking met Rusland te veel toegevingen zou doen aan Poetin. Nu was er plots een mogelijkheid voor een rechtstreekse confrontatie met Rusland.

    Trump leek een bocht van 180 graden gemaakt te hebben. Na een ontmoeting met NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg in Washington loofde hij de trans-Atlantische organisatie: "Ik zei dat de NAVO achterhaald was, wel dat is ze niet meer." Zo eenvoudig kan het zijn in Trumpland.

    Daar bleef het niet bij. De populistische anti-establishmentfiguren zoals de uiterst rechtse Steve Bannon (foto) moesten een toontje lager zingen. Bannon verspeelde zijn plaats in de belangrijke Nationale Veiligheidsraad van de president. Na de desastreuze eerste weken van zijn presidentschap, grotendeels het werk van Bannon, heeft Trump zich nu duidelijk gewend tot de meer traditionalistisch ingestelde Republikeinse beleidsmensen als het gaat over buitenlandse politiek.

    Defensieminister James Mattis en veiligheidsadviseur H.R McMaster lijken een grote invloed te hebben gekregen. Beide generaals staan bekend als strategische veiligheidsdenkers, en beiden zijn geen aanhangers van de isolationistische uitspraken van Trump tijdens zijn campagne.

    De gerespecteerde Republikeinse senator John McCain was eind maart op het Brussels Forum uitzonderlijk lovend voor het veiligheidsteam dat Trump rond zich heeft verzameld.

    Toch geeft Syrië ook aan dat het Witte Huis nog geen echte definitieve keuzes heeft gemaakt. De actie was zeer gericht en ook zeer beperkt.

    Zelfs de startbanen van de luchtmachtbasis werden niet beschadigd, terwijl je die in een normale militaire actie als eerste onklaar probeert te maken. Het is een kwetsbaar doel in open terrein, eenvoudig te raken, en ook vrij effectief want vliegtuigen kunnen niet meer opstijgen.

    Rusland werd vooraf gewaarschuwd en besliste dat deze actie geen confrontatie met de VS waard was, vermoedelijk omdat ze zo beperkt in omvang was. Het eerste bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson aan Moskou, kort na de Amerikaanse actie, ging gewoon door.

    Washington beschikt ook nog niet over een strategie voor Syrië en dat werd meteen duidelijk gemaakt door de tegenstrijdige verklaringen na het Amerikaanse bombardement. Zowel Mattis als Tillerson zeiden dat de Amerikaanse interventie geen aanzet was tot 'regime change' in Syrië, maar de Amerikaanse vertegenwoordiger bij de VN, Nikki Haley, leek dat anders te zien.

    Ook toen de crisis rond Noord-Korea plots weer oplaaide, na een test met de nieuwe Pukguksong-2 raket en door een dreigende zesde kernproef, volgde Trump de meer traditionele Republikeinse aanpak: een combinatie van dreigende retoriek (‘het tijdperk van het strategische geduld is voorbij’) en militaire stappen.

    Zo werd het vliegdekschip Carl Vinson naar het Koreaanse schiereiland gestuurd. In tegenstelling tot Syrië werd er evenwel niet overgegaan tot concrete militaire actie omdat het gevaar voor een tegenaanval van Noord-Korea te groot is.

    De regio rond de hoofdstad Seoul van de aartsvijand Zuid-Korea (met 50 miljoen inwoners) ligt in het bereik van de Noord-Koreaanse artillerie. En niemand weet hoever Noord-Korea is gevorderd met zijn nucleaire wapentechnologie.

    Net zoals voor Syrië lijkt het Witte Huis ook nog geen echte strategie te hebben voor Noord-Korea, dat in tegenstelling tot Syrië wel de Amerikaanse veiligheid rechtstreeks kan bedreigen als het land intercontinentale raketten (eventueel met kernkoppen) zou kunnen ontwikkelen die de VS kunnen bereiken.

    Trump toonde alvast in de kwestie Noord-Korea opnieuw zijn onvoorspelbaarheid. Noord-Korea aanpakken zonder medewerking van China is voor de VS veel moeilijker, maar Trump had tijdens zijn verkiezingscampagne beloofd dat hij China eens goed de les zou lezen over oneerlijke handelspraktijken.

    Tijdens een topontmoeting met de Chinese president enkele weken na de Noord-Koreaanse rakettest was er van enige animositeit nauwelijks sprake. Zelfs de lancering van de kruisraketten op Syrië, net op het moment dat de Chinese president bij Trump op bezoek was, leidde niet tot een crisis met Peking.

    Trump zelf lijkt van zijn flexibiliteit en onvoorspelbaarheid zijn nieuwe strategie te hebben gemaakt. Als hij onvoorspelbaar is, zullen tegenstanders wel twee keer nadenken voor ze Amerika willen uitdagen. Maar die flexibiliteit kan in alle richtingen werken.

    Nu zijn de meer traditionele Republikeinen aan zet, maar Trump kan, gebruik makend van zijn flexibiliteit, hen weer laten vallen bij een nieuwe reeks tegenslagen. America First is in zekere zin omgevormd tot een Trump First-benadering.

    Trump kan zich dit bochtige parcours veroorloven omdat in de VS de president een doorslaggevende stem heeft in veiligheidskwesties. Zo besliste Obama in augustus 2013 eigenhandig, tegen zijn adviseurs in, om een mogelijke militaire actie tegen Syrië voor te leggen aan het Congres, waardoor die er uiteindelijk nooit is gekomen bij gebrek aan genoeg stemmen.

    McCain was er eind maart alvast niet helemaal gerust in. "Ik ben bezorgd over de personen naar wie de president uiteindelijk luistert", zei hij.

    De nieuwe Amerikaanse president moet natuurlijk wel bij het maken van zijn beslissingen beducht zijn voor de politieke fall-out. Als hij de traditionele Republikeinen voor het hoofd zou stoten, kan hij problemen krijgen met het Congres.

    Aan de andere kant is zijn populariteit zo laag, dat de oorlogstrom een beetje roeren een verleidelijk alternatief kan zijn. Presidenten kennen vaak een stijgende populariteit in tijden van grote internationale spanningen. In de VS hebben ze er een uitdrukking voor: 'Wag the dog'.

    De Europeanen lijken op dit moment tevreden te zijn met de ‘machtsovername’ van de traditionalisten. Het ergste is vermeden. Het bezoek van Trump aan Brussel eind mei zal in deze omstandigheden minder controversieel zijn dan aanvankelijk was gevreesd in de Europese hoofdsteden.

    Het was opvallend hoe positief er werd gereageerd op McCain op het Brussels Forum, alsof hij een bondgenoot van Europa was geworden. Dat de man voor Europese oren geregeld redelijk extreme standpunten verkondigt, onder meer over de noodzaak wapens te leveren aan Oekraïne, werd met de mantel der liefde bedekt.

    Europeanen mogen evenwel niet vergeten dat Trump niet met een traditioneel Republikeins mandaat naar het Witte Huis is gestuurd. Zijn achterban heeft nogal wat twijfels bij de beslissing om Syrië te bombarderen.

    Zij willen niet dat Amerika zich bezighoudt met de wereld, maar vooral met zichzelf. Zij zien de wereld niet als een door de VS gedomineerde liberale internationale orde, maar als een vijandige omgeving die Amerika langs alle kanten probeert te ringeloren.

    Win-winsituaties bestaan niet, alleen ‘zero-sum games’ waar het verlies van de ene winst is voor de andere. Sommige Trump-aanhangers zien in de chemische aanval in Syrië zelfs het zoveelste complot om Trump te boycotten, uitgevoerd door ‘Deep State’, wat in hun ogen een conglomeraat is van veiligheidsdiensten, militaire, zakelijke en bureaucratische belangen met als voornaamste doel het klein krijgen van verkozen politici met tegendraadse opvattingen.

    De Europeanen mogen pas echt wat geruster gaan slapen als de nieuwe Trump-administratie doordrongen is van de noodzaak internationale problemen aan te pakken door te proberen zo groot mogelijk coalities uit te bouwen.

    Het probleem met een dergelijke aanpak is dat het minder stoer overkomt omdat je bereid moet zijn compromissen te sluiten en dat het wat langer duurt om dergelijke coalities uit te bouwen. De achterban die Trump in het Witte Huis heeft verkozen, ziet daar niets in. Zij hebben geen geduld daarvoor, zij vinden dat een paar slagen rond de oren mensen wel op andere gedachten zal brengen.

    Maar de ‘go it alone’-aanpak heeft in Irak getoond waartoe dat kan leiden. Tot nu toe voelen we de gevolgen van die blunder onder een Republikeinse voorganger van Trump. Inspanningen die gedragen worden door meerdere landen, hebben meestal een veel grotere impact en zijn veel eenvoudiger vol te houden.

    Landen betrekken bij dergelijke coalities, ook al worden die gedomineerd door de VS, geeft hen verantwoordelijkheid, ook voor tegenslagen.

    Ook in Rusland beseft het Kremlin blijkbaar dat momenteel in het Witte Huis de traditionele Republikeinen de overhand hebben. Binnen de Republikeinen bestaat een sterke caucus voor een hardere aanpak van Rusland, met als meest prominente lid John McCain.

    Moskou heeft zijn afwachtende houding verlaten en reageert nu opnieuw op acties van de VS, vaak met duidelijke kritiek. Dmitri Kiseljov mag zijn duivels weer ontbinden.

    Toch lijkt Rusland de verhouding met de VS niet definitief te willen hypothekeren. Het houdt de kanalen open. Na het bezoek van Rex Tillerson zei de Russische viceminister van Buitenlandse Zaken dat de twee landen nu werken aan ideeën "om de modderstroom van de vorige VS-administratie op te ruimen". De kritiek richt zich nog altijd in de eerste plaats op de politiek van Obama, bij Trump worden individuele acties of verklaringen bekritiseerd.

    Ook Moskou beseft natuurlijk dat Trump momenteel geen deals kan sluiten met Rusland door het Russiagate-onderzoek in het Congres, en de voortdurende onthullingen in de Amerikaanse pers over mogelijke banden tussen leden van de Trump-campagne en het Kremlin.

    Dezelfde viceminister Rjabkov gaf toe dat "alles wat wij zeggen, schrijven, vragen op dit moment toxisch is in de VS." De Amerikaanse president zal moeten wachten tot het stof van dat schandaal is gaan liggen voor hij echt kan gaan praten met Poetin.

    Voorlopig kunnen beide landen weinig meer doen dan erover te waken dat de confrontatie niet uitmondt in open vijandelijkheden. De afwezigheid van de zekerheden en de procedures van de periode van de Koude Oorlog maakt de risico’s op een militaire clash alleen maar groter.

    In beide landen zijn 25 jaar na het einde van de Koude Oorlog de mensen grotendeels verdwenen die ervaring hadden met het beheren van een dergelijke situatie van permanente spanning. Een echte toenadering tussen de VS en Rusland zit er op korte termijn niet in, toch niet zolang het Amerikaanse globalisme in het Witte Huis het Amerikaanse nationalisme van de verkiezingscampagne van Trump naar de achtergrond heeft gedrongen.

    Maar wie weet, misschien heeft Trump weer nieuwe verrassingen in petto?