Meest recent

    Leven en dood op straat: Willy, dakloze uit Eén-reeks, liet deze week het leven

    Willy is dood. Hij was 56. De kleurrijke sjaal die hij twee jaar geleden kreeg om zijn hond Spike op te leggen, ligt er werkloos bij. Spike is dood, zijn baasje nu ook. Met het overlijden van Willy heeft Antwerpen één dakloze, maar vooral een icoon minder. Op 24 april jongstleden stierf de man met de lange witte baard, een Gandalf van de straat, vriend en entertainer van allen. Hij had zijn vaste stekjes tussen de Groenplaats en het Conscienceplein. Iedereen kende Willy, Willy kende iedereen: dat gebeurt zomaar, als je een sociale aard hebt en zeker 15 jaar straatleven achter de kiezen. Ook buiten Antwerpen is hij nu bekend: hij was een van de figuren in de reeks "Op straat", die begin dit jaar op Eén werd uitgezonden. Een paar maanden geleden werd een vergevorderde kanker vastgesteld. Volgende week zal Willy’s as met een summiere ceremonie worden uitgestrooid op het Schoonselhof.

    “Hij was zo koppig, maar zo'n schat,” zucht Erna, zijn zus. Ik ontmoet haar in de Plataan, een opvangtehuis voor daklozen in centrum Antwerpen. Willy’s begeleidster Isabelle en zijn neef Gerard zitten er ook bij. Gelaten, droef. Willy was een graag geziene gast. “Een toffe, intelligente kerel, bekend van in Schoten tot op ’t Kiel,” beaamt Isabelle. Hij woonde al een paar jaar in de Plataan. Al is wonen een relatief begrip voor dak- en thuislozen.

    “Het was heel moeilijk om Willy hier in huis te houden. Hij trok overdag de stad in en ging heel vaak naar ‘t Kiel, waar hij vroeger heeft gewoond. Op zo’n momenten vergat hij echt dàt en hoè hij terug moest naar hier. Mensen moesten hem dan op tram 9 zetten. Dat is een heel moeilijk aanpassingsproces geweest. We hebben hem maar echt kunnen overtuigen als het sneeuwde."

    "Af en toe waren we hem eens kwijt. Dan was hij op congé: de laatste keer zat hij in Frankrijk. Of hij kreeg het, en dan moest hij per se weer eens buiten slapen. Maar hij keerde toch altijd terug. Het ging ook niet meer zo goed met zijn rug. Tja, als je 15 jaar lang geen vaste woonplek hebt gehad… Hij reclameerde wel, maar hij was hier toch graag. Spike, zijn hond, mocht hier mee binnen, dat deed veel. Hij had hier een klein kamertje, net als de andere bewoners. Hier wonen zo’n 50 dakloze mannen. Ze krijgen 3 maaltijden per dag, kunnen zich wassen, en hebben begeleiding.” Erna en Gerard lachen: Willy had een dikke boon voor zijn ‘engel’ Isabelle.

    Na 15 jaar terug een dak boven het hoofd

    In de Plataan krijgen de bewoners kost en inwoning aan 21,34 euro per dag. Dat is bij velen ongeveer hun hele leefloon. Voor mensen als Willy is dat een hele verandering in hun leven, want als je geen domicilie hebt, kun je geen leefloon krijgen. Jarenlang moest hij het hebben van het bedelen. “Dat kon hij goed,” zegt Erna, “en nooit agressief. Hij zette zijn potje gewoon voor zich neer. Dat was genoeg. Toch werd hij vaak weggejaagd door de politie. Bedelen is verboden door stedelijke reglementen.” 

    Isabelle lacht. “Je wil niet weten hoeveel GAS-boetes we hier hebben, van àl die mannen. Dat is onvoorstelbaar. En onbetaalbaar, sowieso. Wat is het nut van GAS-boetes bij mensen die niets hebben? Want als Willy zijn uitkering kreeg was het altijd enkele dagen feest. En daarna weer armoede. Hij was dat niet gewoon hé, een uitkering. Als ze hier komen wonen zorgen wij daarvoor. We hebben dan toch kunnen regelen dat wij zijn geld beheerden: de kost en inwoning en zijn ‘zakgeld’. Hij kreeg dan elke week wat geld, en dat liep veel beter, hij was er dan uiteindelijk ook blij mee.” 

    Een vaste route in de stad

    “Willy had een vast parcours in de stad", vertelt Erna. “Die heeft hij mij geleerd. Zo kon ik hem altijd vinden. Minstens één keer per week nam ik de tram naar het centrum om hem te bezoeken. Dan deden we een terrasje. Of we gingen een frietje steken en dat op een bankje opeten, een sigaretje roken en een drieëndertiger drinken, Willy toch. Hij was een alcoholist ja, maar hij dronk om te kunnen functioneren. Hij was nooit aanmatigend of agressief of stomdronken. Daarom vind ik het zo erg dat hij zo vaak respectloos werd weggejaagd. Hij kreeg dan pleinverbod. Ik heb altijd contact gehouden met hem, sommige periodes wat minder, maar toch. En ja, ik heb ook wel geprobeerd om hem in huis te krijgen, maar hij wilde dat niet. Onze Willy had een eigen willeke. Op het einde wilde hij wel mee, maar dan was ik te klein behuisd. Ik woon ook maar in een klein studiootje. Feitelijk was een woonhuis niets voor hem. Vroeger hadden wij een clubhuis in de tuin. Hij keek ook toen al naar de bomen.”

    Een moeilijk leven

    "Men hoort graag dat daklozen hun situatie zelf kiezen", zegt neef Gerard. Maar dat geloof ik niet. Toch niet dat het een initiële keuze is. Wèl dat ze de straat gewoon worden. Maar aan de basis is het geen keuze, wel een aaneenschakeling van tegenslagen. In het programma van Wannes ("Op straat", op Eén, nvdr) klonk het soms alsof de straat een feest was, Willy ook. Hij wilde entertainen, Willy, hij deed het ook goed bij vrouwen. Maar daarachter zat wel wat anders.” Erna knikt. “Wij hebben een moeilijk leven gehad, geen goede basis om te starten.“

    “Generatiearmoede, drank, huiselijk geweld, soms kwamen zij bij ons thuis om te schuilen", gaat Gerard verder, de enige van de familie die heeft kunnen studeren. “Willy is jarenlang sluiswachter geweest. Dan is hij zijn job verloren. Laatst zag ik nog een bruggenwachter, die zei dat hij - Willy bedoelde hij - het wel begaaid had. Dat zal wel, maar toch, hoe komt dat. Een neerwaartse spiraal: werkloos, achtergrond, ziek worden, echtscheiding… Als je een goed sociaal netwerk hebt, word je opgevangen. Maar als je de bus neemt uit het dorp en in de stad op straat gaat wonen, is het moeilijk om terug te keren. Hij zit in ‘t stad, zeggen ze dan. Punt. Vergeten.”

    Het afscheid

    Willy was gek op muziek. Hij had veel vrienden op straat. Liefde zelfs. Erna en Isabelle glimlachen naar elkaar. Hij heeft gereisd, geslapen, gedronken, ‘feest’ gevierd op straat. 

    De laatste weken bracht hij door in het ziekenhuis. “Ik ben vaak met hem naar dokters en specialisten gelopen de laatste maanden",zegt Isabelle met enige verontwaardiging in haar stem. Het heeft zo lang geduurd voor zijn klachten echt au sérieux zijn genomen. Ik moest bijna dreigen dat ik hem naar spoed zou brengen, hij had echt veel pijn. En toen we uiteindelijk weer bij de huisarts kwamen was het te laat. Dat doet mij echt pijn."
     
    Gerard had zijn neef na lange tijd terug gezien op tv, in het programma "Op straat". “Ik wilde opnieuw contact opnemen, ben dan naar het ziekenhuis gegaan. Maar hij kon niet meer spreken. Daar blijf ik wel mee zitten, dat ook ik niet meer heb kunnen doen.”
     
    Willy laat ook twee zonen na. Beiden hebben afscheid kunnen nemen van hun vader. “Hij had de foto’s in zijn jaszak gestopt,” zegt Erna, “alles ging in zijn jaszak".

    Het kamertje van Willy in de Plataan is nog intact. Zijn spullen, veel van wat hij op straat vergaarde, staan er nog. De befaamde jas ligt er, een paar foto’s en een krantenknipsel getuigen van zijn leven. “De medebewoners reageren heel verschillend", zegt Isabelle. “Vorige week is er ook al een medebewoner overleden. Dat confronteert hen met hun eigen sterfelijkheid, en dan kruipen ze in hun schulp. Ze verdwijnen een tijd, dat is klassiek."

    Erna en Gerard nemen afscheid in de Plataan, en trekken naar de Groenplaats om aan de straatvrienden te vertellen dat Willy is overleden. Maar ook de Groenplaats is in zijn schulp gekropen. De bank is leeg. Allicht een bezinning om Willy volgende week met de gepaste égards uit te strooien, met muziek, een blueske, op het Schoonselhof.