Meest recent

    Afscheidsgedicht voor Marie, straatdode in Brussel

    Vandaag herdenkt Brussel in het stadhuis straatdoden, gestorven in 2016. Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat liep verkeerd? Straathoekwerker Filip Keymeulen vertelt hun verhaal en eindigt met een gedicht dat werd geschreven toen Marie stierf.
    opinie
    Filip Keymeulen
    Filip Keymeulen is straathoekwerker bij de Brusselse vzw Diogenes. De namen van personen in deze tekst zijn gewijzigd omwille van hun privacy.

    Filip Keymeulen is straathoekwerker bij de Brusselse vzw Diogenes. De namen van personen in deze tekst zijn gewijzigd omwille van hun privacy.

    Met Tweeënzeventig zijn ze! De mensen die we vandaag in het Brusselse stadhuis gaan eren en herinneren. Straatdoden noemen we ze. Of in het Frans: les Morts De La Rue, in de dood zijn het allemaal Brusselaars, Ketjes.

    Veertig onder hen, leefden op het moment van overlijden nog op straat. De anderen hadden onlangs de straat ingeruild voor iets stabieler: een woning, een rusthuis, een ziekenhuis…

    Zeventien mensen van de tweeënzeventig zijn letterlijk op straat gestorven.

    Laat de cijfers maar eens goed binnen komen.

    Tweeënzeventig, veertig en zeventien.

    Meer dan één per week: iemand die gedurende zijn leven een parcours op straat heeft ervaren.

    Meer dan één per maand: iemand die sterft letterlijk op de straatstenen, banken, station, park, …

    Overloop ze allemaal en je vindt geen enkele persoon die van de koude is omgekomen. Deze aantallen, tweeënzeventig, veertig en zeventien, zijn verdeeld over het ganse jaar, zijn maanden en weken.

    Elk seizoen heeft zijn deel van de doden. Dat maakt hun overlijden natuurlijk niet minder erg en dramatisch. Ze sterven misschien niet van de weerkundige kou, de structurele kou nekt hen wél. Moeilijke toegang tot huisvesting en een complex administratief parcours alvorens je toegang hebt tot medische hulp, medicatie, substitutie… Hun vragen werden niet aanhoord, omdat ze niet volgens de regels van de kunst op de juiste plek gesteld zijn geworden. Afgelopen jaar kenden we een primeur: het eerste straatslachtoffer van terrorisme.

    Het zijn geen vluchtelingen

    Ik wil jullie nog een illusie armer maken… Dit aantal heeft niets, maar dan ook niets, met de vluchtelingen te maken. Het gros van deze tweeënzeventig mensen zijn Belgen. Een andere grote meerderheid zijn Europeanen, waaronder twintig Polen.

    De Europeanen maken dan wel weer de meerderheid uit van de mensen die letterlijk op straat sterven. Sociale dumping geeft sociaal gedumpten als effect. Daarnaast waren er negen mensen van buiten de Eurozone.

    De jaarlijkse ceremonie, zoals die van vandaag, willen we ontdoen van beleid en politiek, en ruimte geven om degenen die ons zijn ontvallen, te herdenken. De cijfers spreken voor zich, ze vormen een barometer die op slecht weer staat.

    Het beleid, de politiek moet iets doen met deze trieste feiten. Men zou er meerdere concrete beleidspunten kunnen uitfilteren. Vereenvoudig de toegang tot zorg. Zorg voor betaalbaar wonen. Doe iets voor de Europese burgers die in een ander Europees land dan hun thuisland uit de boot vallen. Voilà een kant-en-klaar to-do-lijstje.

    Ik werd er niet vrolijker van toen ik de lijst namen zag aandikken. Het Collectief Straatdoden turft niet alleen doden en organiseert niet alleen ceremonies. Ze zorgen er ook voor dat vrienden, familie en werkers de kans krijgen om te rouwen wanneer ze geconfronteerd worden met een overlijden.

    Stel dat er niemand is of de mensen, rond de overleden persoon, zijn om één of andere reden niet in staat om de organisatie van de begrafenis in handen te nemen, dan neemt het collectief die zorg graag over. Zijn er geen financiële middelen, dan neemt het OCMW de kosten op zich en zorgt het dat we met een beperkt budget toch nog een degelijke menswaardige begrafenis kunnen organiseren. Mooi!

    Het Collectief Straatdoden is een vereniging van mensen die werkzaam zijn of waren in de daklozensector, mensen die dakloos zijn of geweest zijn, vrijwilligers en sympathisanten. Er zijn vertegenwoordigers van de verschillende geloofsovertuigingen. Deze groep mensen wordt gecoördineerd door Florence, een collega van de VZW DIOGENES. Het Collectief bestaat nu meer dan tien jaar. Voordien verdwenen dakloze mensen plots. Nu sterven ze en zorgen we voor een menswaardige uitvaart.

    Ik heb het afgelopen jaar meermaals de pech gehad om samen met dit collectief begrafenissen te mogen organiseren. Mensen met wie ik jaren een mooi traject heb afgelegd, als plots of min of meer aangekondigd, er een einde komt aan de samenwerking tussen hen en mezelf.

    Mijn lijstje: Willy, rusthuis, hartfalen; André, straat, leverfalen; Irène, rusthuis, mondkanker; Roger, woning/palliatieve, longkanker; Marie straat/palliatieve, onduidelijk, vermoedelijk kanker; Michel, straat/squat/intensieve, verkommerd; Said, straat, slagen en verwondingen.

    Met uitzondering van Marie heb ik met iedereen diverse watertjes doorzwommen. Ik heb ze allemaal een bepaalde periode op straat gekend en heb met hen de overstap gemaakt naar een woning, onthaaltehuis, rusthuis, met sommigen ben ik uiteindelijk terug op straat beland. Tot 2016. Hun traject mag dan nogal divers geweest zijn, de bestemming was universeel.

    Samen met het collectief, collega’s van andere diensten, kennissen en familieleden, hebben we telkens een mooie dienst in elkaar gestoken. Er waren bloemen, muziek en teksten. Er wordt altijd rekening gehouden met de geloofsovertuiging van de persoon die overleden is.

    Marie

    Met Marie had ik die voorgeschiedenis niet. Ik heb haar pas na haar overlijden leren kennen toen ik tijdens de vakantie van Florence de dagelijkse werking van het Collectief even overnam. Mevrouw was overleden in een Brussels Ziekenhuis. Ze was naar daar doorgestuurd door Samusocial en viel dus onder de criteria van "straatdode".

    Jammer genoeg leek niemand haar te kennen, ook in de Samu van waaruit ze naar het ziekenhuis was gegaan, kende men haar niet echt. Te kort verblijf, niet echt spraakzaam,... Ze zou al ernstig ziek geweest zijn bij haar aankomst. Ook haar familie liet verstaan dat ze noch aanwezig wilden zijn op de begrafenis, noch wilden delen in de kosten.

    Ook voor haar schreven we een tekst, kochten we bloemen en organiseerden we met een priester (gezien haar naam gingen we ervan uit dat ze katholiek was of op zijn minst christelijke roots had) een afscheidsplechtigheid. Op de begrafenis waren naast de priester, een collega en een vrijwilliger aanwezig.

    Dat is niet veel, maar dat is niet niemand. Het was geen dienst met veel toeters en bellen, toch was het persoonlijk. Ingetogen. Waardig was het zeker. En daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Ook voor haar brengen we vandaag hulde in het Brusselse Stadhuis.

    Afscheidsgedicht:

    Madame Dupont,
    j’espère quelque part,
    pour certaines, Marie,
    n’est plus.

    Je ne sais même pas si on se connait,
    si nous avons partagé une table au bistro,
    si nous avons bu un café ensemble,
    si nos regards sont croisés.

    Pourtant, voilà, quelques mots vagues, désolé.
    Parcours inconnu. Destin clair et universel.

    Active ou passive, on ne sait pas,
    Madame a quitté son logement,
    Madame a quitté ses connus,
    Madame a quitté de la famille,
    Madame entrait les Rues de Bruxelles.

    Personne a expliqué où exact,
    Ni quand.

    Les Rues bouffent,
    Les Rues cachent,
    Cachée par le brouillard Urbain,
    Mailles du filet trop grand.

    On vient de faire connaissance mais vous étiez déjà partie.

    Bon route,
    Bon rêve éternel