Meest recent

    Een ziekenboeg vol jonge, uitgehongerde kinderen

    De extreme hongersnood in het verscheurde Jemen heeft er een naam en een gezicht bij. Jamila, een meisje van zeven, is bezweken aan ondervoeding. Ze is één van de miljoenen mensen in Jemen die getroffen worden, want daar speelt zich momenteel de ergste humanitaire crisis ter wereld af. En daar zijn vooral kinderen het slachtoffer van.

    Liggend op een hospitaalbed, luid ademend met haar vader aan haar zijde, het zijn de laatste uren van Jamila Al Abdu’s korte leven. Ze is zeven jaar en zwaar ondervoed. De voorbije drie jaar is Jamila’s vader met haar van hospitaal naar hospitaal gereisd om haar te laten behandelen voor ernstige diarree, zonder resultaat. Nergens kreeg ze een correcte diagnose.

    Kort daarna sterft het meisje. Nochtans deden de dokters in Hodeida alles wat ze konden om het kind te helpen, maar de behandeling sloeg niet aan. Haar magere lichaam wordt in een doek gewikkeld en naar het dorp gevoerd, waar ze begraven wordt.

    In de zuidelijke provincie Hodeida, waar Jamilia’s familie woont, zijn er heel weinig medische voorzieningen. Hoewel ze al hun bezittingen hebben verkocht om haar behandeling te kunnen betalen, konden Jamila’s ouders het zich niet veroorloven om naar een hospitaal in de hoofdstad Sana’a te reizen. Bovendien zouden ze daarvoor door oorlogsgebied moeten.

    Jamila is slechts één van de vele slachtoffers van de hongersnood in Jemen. De ziekenboeg waar Jamila verbleef ligt vol jonge, uitgehongerde kinderen. Volgens Unicef sterven wekelijks meer dan duizend kinderen onder de vijf jaar aan diarree, ondervoeding en luchtweginfecties. Aandoeningen die te voorkomen zijn, ware het niet van de extreme armoede en de oorlog die intussen al meer dan twee jaar aansleept.

    De vergeten oorlog

    In maart 2015 werd de Jemenitische president Hadi door sjiitische Houthirebellen verdreven uit de hoofdstad Sana’a. Als reactie daarop vormde Saudi-Arabië een coalitie van tien landen, om de rebellen te verdrijven en de internationaal erkende, soennitische regering terug aan de macht te brengen. Tot die coalitie behoren onder meer Egypte, Jordanië, Marokko, Soedan en een aantal golfstaten. Ze wordt ook gesteund door de Verenigde Staten.

    Twee jaar na de start van het offensief door de coalitie onder leiding van Saudi-Arabië lijkt de vrede verder weg dan ooit. De regering van Hadi vestigde zich in de havenstad Aden, die ze tot tijdelijke hoofdstad uitriepen. Het noordwesten van het land, waaronder de hoofdstad Sana’a wordt gecontroleerd door het zogenaamde Revolutionair Comité van de Houthi-rebellen. Zij worden gesteund door het sjiitische Iran.

    De oorlog heeft Jemen naar de rand van een hongersnood geleid, de gezondheidszorg vernietigd en de invoer van noodzakelijke voeding, grondstoffen en medicijnen belemmerd. Het oorlogsgeweld gaat gepaard met wijdverspreide schendingen van de mensenrechten. Tijdens het conflict zijn al meer dan tienduizend burgers omgekomen en bijna drie miljoen verdreven.

    Anders dan in Syrië heeft de oorlog in Jemen geen grote vluchtelingenstroom veroorzaakt. Het conflict krijgt daardoor ook veel minder internationale media-aandacht.

    De grootste humanitaire crisis ter wereld

    Jemen, het armste land in de Arabische regio, werd al jaren geteisterd door ondervoeding, maar de oorlog en de blokkade door de internationale coalitie hebben het land nog dieper de armoede en honger ingeduwd.

    Volgens VN-medewerkers heerst in Jemen de grootste humanitaire crisis ter wereld. Zeventien miljoen mensen worden bedreigd door voedseltekorten, waarvan zeven miljoen zeer ernstig. Volgens het OCHA, het agentschap voor de coördinatie van noodhulp van de VN, hebben zo’n 18.8 miljoen mensen er nood aan humanitaire hulp of militaire bescherming. Ter vergelijking: in Syrië zijn dat er zo’n 13,5 miljoen.

    “De situatie in Jemen is rampzalig”, getuigt ook Geert Cappelaere, Regionaal Directeur van Unicef voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika. “In geen enkel land ter wereld lijden kinderen meer dan in Jemen.” Jan Egeland, het hoofd van de Noorse vluchtelingenraad, waarschuwt dat de situatie enkel dreigt te verslechteren.

    Hoop voor de toekomst?

    In april hebben internationale donoren op een VN-conferentie in Genève beloofd om 1,1 miljard dollar aan noodhulp vrij te maken voor Jemen. De VN deed ook een oproep aan beide partijen in het conflict om toegang te verlenen aan hulpverleners en om tot een diplomatische oplossing te komen.

    De oproep staat in schril contrast met de miljarden dollars die de betrokken partijen de voorbije jaren in het militaire conflict hebben gepompt. Daartoe behoren ook de Verenigde Staten en Groot-Brittannië – twee van de grootste donoren voor het noodfonds – die in het verleden de verkoop van hoogtechnologische wapens aan Saudi-Arabië en andere regionale machten hebben toegelaten.