Meest recent

    Gezond gewicht of niet: vaarwel BMI, hallo BVI?

    Wetenschappers denken een betere methode te hebben gevonden om te bepalen of mensen een gezond gewicht hebben: de Body Volume Indicator. Die kijkt niet alleen naar lengte en gewicht, maar ook naar onder meer vetpercentage, leeftijd en lichaamsbeweging.
    ADAM GAULT/SCIENCE PHOTO LIBRARY

    De Body Mass Index (BMI) werd in de 19e eeuw ontwikkeld door de Gentse professor Alphonse Quetelet en wordt sinds jaar en dag wereldwijd gebruikt als een graadmeter om te bepalen hoe gezond je gewicht is. Eenvoudig zelf te berekenen: je deelt je gewicht (in kilogram) door het kwadraat van je lichaamslengte (in meter). De uitkomst bepaalt in welke categorie van gezond of ongezond gewicht je valt.

    • < 18,5: ondergewicht
    • 18,5 - 24,9: normaal gewicht
    • 25 - 29,9: lichte obesitas
    • 30 - 34,9: matige obesitas
    • 35 - 39,9: ernstige obesitas
    • > 40: morbide obesitas

    Als je bijvoorbeeld 70 kilogram weegt en 1,75 meter groot bent, deel je 70 door 3,0625, en krijg je een BMI van 22,8. Dat betekent dat je een gezond gewicht hebt. Volgens je BMI, althans.

    Slank en toch obesitas

    De laatste jaren heeft de BMI enigszins aan betekenis verloren als indicator voor een gezond gewicht en een gezond lichaam. Het cijfer kijkt enkel naar je lengte en gewicht, het zegt bijvoorbeeld niks over het vetpercentage en in je lichaam en hoe vet over je lichaam verspreid is.

    Slanke mensen met veel spiermassa kunnen volgens hun BMI wel obesitas hebben, omdat spieren meer wegen dan vet. Of een slank iemand met vooral veel buikvet kan een gezond BMI hebben, terwijl lichaamsvet rond de buik veel meer en gevaarlijke gezondheidsrisico's inhoudt: meer kans op hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk en diabetes.

    De BMI kan handig zijn voor een eerste analyse of je te veel weegt of niet, maar er is meer nodig om je gewicht en je gezondheid correct te beoordelen. Hebben we nu de opvolger gevonden? Wetenschappers van de Mayo Clinic (Verenigde Staten) en de University of Westminster (Groot-Brittannië) hopen alvast van wel. Zij hebben tien jaar gewerkt aan de Body Volume Indicator (BVI), vrij vertaald, de lichaamsvolume-meter.

    3D-foto's vertellen hoe je ervoor staat

    De BVI kijkt niet alleen naar lichaam en gewicht, maar ook naar -onder meer- de verdeling van het gewicht over het lichaam en de hoeveelheid vet in de buikstreek. Bovendien houdt BVI ook rekening met leeftijd, geslacht en de mate waarin iemand fysiek actief is. Het laat zich raden dat de BVI niet zo eenduidig te berekenen valt als de BMI.

    De wetenschappers hebben samen met Select Research, een Brits marktonderzoeksbedrijf gespecialiseerd in 3D-lichaamsbeelden, de BVI Pro app ontwikkeld. De app is in eerste instantie bedoeld voor artsen en fitnesstrainers. Zij nemen twee foto's van je lichaam, voor- en achterkant, en laten die via de app omzetten in 3D-beelden. Die kunnen je vertellen hoe je ervoor staat.

    De onderzoekers (en het bedrijf, uiteraard) hopen dat de BVI tegen 2020 de BMI definitief heeft vervangen.