Meest recent

    Ik had geen halal nodig om naar de unief te gaan - Abdelkarim Bellafkih

    Abdelkarim Bellafkih heeft met succes universitaire studies gevolgd hoewel leerkrachten hem eerst niet slim genoeg vonden voor een aso-richting. Uiteindelijk kwam het toch goed, maar niet omdat een unief halal aanbood. Hij vertelt zijn ervaring.
    opinie
    Opinie

    Abdelkarim Bellafkih is projectingenieur, oprichter van Free Hand, een vereniging die jongeren wil ondersteunen, en voorzitter van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen.

    Men zegt vaak dat de liefde van de man door de maag gaat. Maar met halalmaaltijden alleen zou ik er niet geraakt zijn. Rolmodellen daarentegen, mensen naar wie je kunt opkijken; ja, die zijn nodig.

    Door te veel op te kijken, kun je wel nekpijn krijgen. Je hebt dus ook iemand nodig die naar je omkijkt en een gewoon gesprek met je kan voeren, die je motiveert en aanspoort om samen je talenten te ontdekken.

    Al in het het eerste middelbaar

    Leraar 1 Mijn in- en doorstoomverhaal begint in het 1ste middelbaar, het eerste jaar Latijn aan het Koninklijk Atheneum te Berchem. De leerkracht Nederlands vond na het eerste kwartier les dat ik mij moest inschrijven voor de bijlessen Nederlands, aangezien mijn ouders in Marokko geboren zijn.

    Leraar 2 De leerkracht aardrijkskunde liet mij na een maand weten dat er voor mij geen gepaste scholen meer bestaan, er zijn namelijk geen scholen waar je niets moet doen.

    Leraar 3 Maar er was gelukkig ook meneer Gommers, de leerkracht wiskunde die ervan overtuigd was dat ik een wiskundeknobbel had. Als 12-jarige dacht ik dat zo’n knobbel fysiek echt aanwezig was. Geloof mij, ik heb mijn wiskundeknobbel – een gezwollen kliertje achter mijn rechteroor - altijd gerespecteerd en aan iedereen zo voorgesteld.

    Verkeerde rolmodel

    Aan het einde van dat eerste jaar veranderde ik van richting: mijn rolmodel achterna: mijn oudere zus die handel studeerde aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen. Voor mij een rolmodel want ze was mijn oudere zus, zat 2 jaar hoger en ze wist zeker wat ze wou.

    Wat heb ik daar toch spijt van gehad. Na 2 maanden verveelde ik me dood – wat we nu een serieuze bore-out zouden noemen. Ik trok me op aan het verhaal van Mevrouw De Vos:

    “Abdelkarim, zie dat je slaagt zonder één tekort over je gehele rapport en ga terug naar een aso-richting.”

    Er moest wel nog een drempel overwonnen worden, de directrice mevrouw Heremans genaamd.

    Mevrouw Heremans vormde totaal geen drempel, ze geloofde erin en bood me een kans onder contractuele voorwaarden. Ik mocht van het 2de jaar Handel overstappen naar het 3de jaar Economie-Wiskunde, op voorwaarde dat ik na de eerste rapportperiode geen tekorten had en een gemiddelde van 70% kon halen.

    Zo kwamen er jaarlijks leerkrachten voorbij die ook fungeerden als talentfluisteraar en waaraan ik mij kon optrekken.

    Talentfluisteraars

    Mevrouw Pattyn en meneer Audiens hebben mij kennis doen maken en liefde doen krijgen voor de wetenschap. Door mijn leefwereld, en die van mijn klasgenoten, te verwerken in hun lessen, werd kennis opdoen leuker en leuker en de toekomst begon scherper in beeld te komen. Gaandeweg begon ik na te denken over “mogelijk” verder studeren. Maar wat? En waar?

    De SID-in beurs was een saaie bedoening: allerlei instellingen die zichzelf kwamen verkopen, maar er was totaal geen link tussen mij en de aanwezige instellingen.

    Op een dag kregen we ingenieurs op bezoek vanuit de VUB. De professoren Lefeber en Lacor kwamen ons uitleggen wat een ingenieur eigenlijk doet. Het waren gewone mensen, heel normaal, die mij kwamen vertellen dat ik ook ingenieur kon worden, net zoals zij. Ingenieurs lossen problemen op en vergemakkelijken eenieders leven. Ingenieur worden, ja dat zaadje werd geplant.

    In mijn laatste jaar wist ik dat ik ingenieur wilde worden. Nu nog een instelling kiezen. Overal liep ik verloren, het gevoel een nummertje te zijn. Vaak vertelde men ook het verhaaltje: “als je hier met 100 start, dan zullen slechts 30 onder jullie slagen.”

    Een wereld van gelijken

    Op de VUB was het anders, het was een mini-maatschappij in een grote stad. Als student werd je onderdeel van dat maatschappijtje, je werd VUB’er. De praktische opleidingen waren op maat en in kleine groep. De kloof tussen student, assistent en professor leek onbestaande.

    Ja, ik wou tot deze wereld van gelijken behoren en zo belandde ik op een universiteit. Hier ontdekte ik pas mijn rolmodellen, studenten waar ik naar opkeek, bij wie ik terechtkon en die een weerspiegeling waren van mijzelf.

    Aan de VUB was er geen aanbod aan halalmaaltijden om mij daarheen te lokken. De keuze om al dan niet verder te studeren, wordt niet gemaakt op basis van het voedingsaanbod. Alles wordt op de middelbare schoolbanken bepaald, en een grote rol daarin is weggelegd voor de leerkrachten.

    Door mij op te trekken aan talentenfluisteraars, leerkrachten die in mij geloofden, en een realistisch toekomstbeeld mee te krijgen van rolmodellen.

    De universiteiten zijn aan het zoeken, misschien niet direct in de juiste richting, maar het wordt tijd dat vooral de middelbare scholen zich gaan bekommeren over doorstroming van hun leerlingen naar het hoger onderwijs.