Meest recent

    Na staatsgreep vragen meer Turken asiel in ons land: NAVO-militair getuigt

    Sinds de mislukte staatsgreep in Turkije vorige zomer en de daarop volgende repressie in dat land is het aantal asielaanvragen door Turken in ons land fors gestegen. Meer dan 700 mensen hebben dat nu al gedaan. Stefan Blommaert praatte met een van hen, een Turkse militair die gedetacheerd was naar het NAVO-hoofdkwartier in Brussel. De meeste Turkse officieren bij de NAVO-zetel zijn overigens ontslagen.

    Nog geen twee maanden na de mislukte staatsgreep van vorige zomer in Turkije kregen 49 van de 58 Turkse militairen die op de NAVO in Brussel werkten het bericht dat hun contract werd beëindigd. En dat ze ‘voor een gesprek’ even naar Ankara moesten komen. Een van hen was Arda (niet zijn echte naam). Hij was net een jaar aan de slag op de NAVO, na een loopbaan bij de Turkse marine. Een prestigieuze carrièrewending, te danken aan een geslaagd examen en een succesvol cv.

    Maar de coup van 15 juli vorig jaar veranderde dus alles. Arda wou niet naar Turkije terugkeren, want hij had van vrienden en collega’s vernomen dat dat grote risico’s inhield. “Zodra je op de luchthaven aankomt word je opgepakt en dertig dagen vastgehouden zonder contact met wie dan ook, ook niet met je familie.” Enkelen van zijn vrienden zaten zes maanden in de cel. Zelfs als hen niets concreets verweten kon worden. “Blijf hier weg,” zo luidde de goede raad.

    Arda ontkent ten stelligste dat hij wat dan ook met de coup te maken had. “Ik was gewoon hier in België. Met coupplegers of met de beweging van Fethullah Gülen (de islamprediker die volgens Erdogan de aanstichter was van de staatsgreep, foto in tekst) heb ik geen uitstaans.” Via vrienden bij de marine die zijn dossier konden inkijken vernam Arda dat zijn ontslag te maken zou hebben met zijn twee broers. Een van beiden had een jaar lesgegeven aan een Gülenschool (“Hij wou aan de slag bij een overheidsschool, maar slaagde daar niet voor een toegangsexamen, en kwam zo terecht bij de private Gülenschool,” zegt Arda). Zijn andere broer had ooit (“tien-elf jaar geleden”) een rekening gehad bij een Gülenbank, en was vergeten die op te zeggen.

    Ook negatief was dat Arda in Ankara – voordat hij naar de NAVO vertrok – drie jaar lang bij de militaire inlichtingendienst had gewerkt, en die dienst wordt nu beschouwd als een "Gülennest". “Maar ik had daar zelf niet voor gekozen, ze hebben me die job in Ankara opgedrongen, terwijl ik liever in Istanbul was gebleven, bij mijn familie.”

    "Erdogan is this crazy man"

    Arda mag dan niet betrokken zijn geweest bij de coup, hij heeft wel een uitgesproken mening over de leider van het land, president Recep Tayyip Erdogan. Hij noemt hem regelmatig “this crazy man”. “Als militair mag ik toch ook een politieke mening hebben,” zegt hij.

    Volgens hem heeft Erdogan gewoon vijanden nodig om politiek te kunnen overleven. Sinds hij vijftien jaar geleden aan de macht kwam, maakte hij stelselmatig gebruik van vijandbeelden om zijn populariteit te kunnen opkrikken. “Eerst was er de campagne tegen al wie niet te vinden was voor hoofddoeken in het openbare leven. ‘Mijn vrouw draagt een hoofddoek’, zei Erdogan tegen iedereen. Daarna keerde hij zich tegen het leger. Dan vond hij een andere vijand: het Koerdische volk. En nu is het dus de Gülenbeweging.”

    Dat leverde Erdogan bij opeenvolgende verkiezingen veel stemmen op van een bepaald deel van de bevolking. “Tegen 2019” – de presidentsverkiezingen ‘nieuwe stijl’ zoals goedgekeurd in het referendum van vorige maand – “vindt hij zeker alweer een nieuwe vijand”, zegt Arda smalend.

    Krijgt Arda politiek asiel in België of niet?

    De voormalige NAVO-medewerker heeft nu politiek asiel aangevraagd in België. Een beslissing daarover is er nog niet. “Landen als Noorwegen of Zweden hebben volgens mij wel al politiek asiel verleend aan ontslagen of vervolgde Turken, maar België, Duitsland of Nederland wachten nog. Ik kan dat in zekere zin begrijpen, want Erdogan zal misschien problemen maken voor landen die te makkelijk asiel geven.”

    Intussen kreeg Arda wel een arbeidsvergunning, en dat is goed, zegt hij, want nu leeft hij van zijn spaargeld en dat raakt op. Hij heeft naast zijn militaire achtergrond specifieke ervaring die hem makkelijk aan een job kan helpen. Dat is noodzakelijk om zijn gezin te onderhouden en het appartement te betalen (want zijn door het Turkse leger betaalde flat is hij uiteraard kwijt). Arda leert bovendien Nederlands en hoopt zo zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

    Op langere termijn droomt Arda ervan om naar zijn land terug te keren. “Ik heb 17 jaar lang in het leger gewerkt, maar ik heb nooit van wapens of oorlog gehouden. Mensen moeten samenwerken om problemen op te lossen. Ik hoop dat dat ook in Turkije gebeurt en dat mijn land ooit democratisch wordt en eventueel zelfs tot de Europese Unie toetreedt. Misschien binnen tien of twintig jaar. Dan kan ik samen met mijn vrienden naar Turkije terugkeren om het land weer groot te maken. Maar goed, voorlopig leef ik van dag tot dag, ik weet niet eens of ik hier kan blijven.”

    Arda is een van de weinige Turken in zijn situatie die met de pers durven te praten – zij het onder schuilnaam en op tv onherkenbaar gemaakt. Maar hij vond dat zijn plicht. “Ik woon hier, terwijl veel van mijn vrienden in Turkije zijn gearresteerd. Ik heb samen met mijn vrouw beslist om niet langer te zwijgen. Ik doe dat voor mijn vrienden. In Turkije is iedereen bang, ook journalisten zijn bang. België is een democratisch land en ik vind dat ik moet spreken als ik de kans krijg. Ik moet het verhaal van mij en mijn vrienden vertellen. We willen dat heel de wereld weet dat de mensen in Turkije moeten worden geholpen.”