Meest recent

    Arabische prinsessen van Conrad-hotel staan terecht, hier gaat het over

    Vandaag start in Brussel het merkwaardige proces tegen een Arabische prinses, zeven van haar dochters en schoondochters en een vertrouwenspersoon van de familie. Ze worden vervolgd voor mensenhandel, onmenselijke behandeling en illegale tewerkstelling. Meer dan 20 dienstmeisjes zouden maandenlang in het toenmalige Brusselse Conradhotel zijn uitgebuit door de prinselijke familie.
    BELGA

    In 2008 huurde een steenrijke prinselijke familie uit de Verenigde Arabische Emiraten maandenlang de hele vierde verdieping van het chique Conradhotel aan de Louizalaan in Brussel omdat een van de dochters een ivf-behandeling onderging in een Brussels ziekenhuis. En ook het gevolg van de familie verbleef in het hotel: meer dan 20 meisjes en vrouwen van verschillende nationaliteiten werkten er als huispersoneel.

    "We moesten 24 uur op 24 beschikbaar zijn"

    Concreet vertaald: volgens enkele getuigenissen moesten de meisjes dag en nacht werken voor een hongerloon – 100 tot 150 euro per maand naar verluidt -, moesten ze op de grond slapen om ten allen tijde klaar te staan voor de prinselijke familie en mochten ze de vierde verdieping onder geen beding verlaten. Ze hadden geen contact met familie of vrienden, kregen geen verlof en hun paspoorten werden afgenomen. In 2008 vertelde een van de slachtoffers anoniem: "We mochten het hotel niet verlaten, we moesten 24 uur op 24 beschikbaar zijn. We mochten niet klagen, niets vragen. Alleen constant voor hen ter beschikking zijn."

    Begin juli van dat jaar vielen de sociale inspectie en de politie binnen in het prestigieuze hotel. De hele zaak was aan het rollen gegaan toen één van de dienstmeisjes van de sjeika’s toch kon ontsnappen. Ze vond haar weg naar een organisatie die slachtoffers van mensenhandel opvangt en kon zo haar verhaal aan de politie en het gerecht doen. Uiteindelijk werden 17 vrouwen uit het hotel gehaald. In totaal is er sprake van 23 slachtoffers.

    Van hen hebben er zich uiteindelijk 12 burgerlijke partij gesteld, die intussen ook allemaal een definitieve verblijfsvergunning gekregen hebben. Van de overige meisjes is weinig geweten: ze keerden terug naar de Verenigde Arabische Emiraten of naar hun thuisland. Myria, het Federaal Migratiecentrum, heeft zich eveneens burgerlijke partij gesteld. Daarnaast hebben ook Pag Asa en Payoke, twee organisaties die slachtoffers van mensenhandel opvangen, zich burgerlijke partij gesteld. Patricia Lecocq van Myria benadrukt het belang van het proces: "Het gaat niet alleen om belangrijke verdachten, het is ook een sensibilisering naar het algemeen publiek en naar de hotelsector."

    Waarom heeft het zo lang geduurd voor het proces kon beginnen?

    Het Brusselse arbeidsauditoraat was in 2010 klaar met zijn onderzoek, maar door een hele procedureslag duurde het nog enkele jaren voor het dossier naar de rechtbank kon worden gestuurd. Daarna is er nog lang onderhandeld over een minnelijke schikking, maar ook die onderhandelingen sprongen af toen de regeling rond de zogenoemde afkoopwet vernietigd werd.

    Hoewel het gerechtelijk onderzoek zich eerst ook toespitste op de directie van het Conradhotel en drie werknemers van een bewakingsfirma die de meisjes in de gaten hield, zullen zij zich niet moeten verantwoorden voor de rechter.

    En dus kan het proces nu, bijna 10 jaar en een heuse procedureslag later, dan toch beginnen voor de correctionele rechtbank. De negen verdachten staan terecht voor een resem inbreuken op de arbeidswetgeving, maar vooral voor mensensmokkel en onmenselijke en vernederende behandeling. Van de prinsessen die terechtstaan zal met zekerheid geen enkele opdagen in Brussel.

    Standpunt van de verdediging

    De verdediging is van oordeel dat het bedrijf 'Private Department', die arbeidsovereenkomsten met de slachtoffers had ondertekend, de verantwoordelijke zou moeten zijn voor de rechtbank. "Het is deze onderneming die de contracten heeft ondertekend en ook de ziekteverzekering voor deze werknemers afsloot," zei Stephen Monod van de Parijse balie.

    Daarnaast beweerden de advocaten van de verdediging dat de feiten van de zaak door bepaalde slachtoffers, op zijn minst, sterk overdreven waren. “Er zijn verhalen bij die geen steek houden. Wanneer men hoort dat werksters de lakens van de prinsessen moeten veranderen, denk je dan dat ander personeel en niet het hotelpersoneel de lakens verviengen en de was deden? Ze hebben er een verhaal van gemaakt”, zei Monod. "En als ik hoor dat hun paspoorten in beslag worden genomen om te voorkomen dat ze zich vrij konden bewegen, antwoord ik dat dit niet waar is. Denk je dat de familie bang was dat ze zouden weggaan? Het zou niet moeilijk geweest zijn om nieuw personeel te vinden voor dit soort werk ", zei de advocaat.