Meest recent

    Belgische paleontoloog graaft oudste voorloper van walvis op in Peru

    De Belgische paleontoloog Olivier Lambert heeft in Peru de oudste voorloper van de baleinwalvissen opgegraven. Het fossiel is 36,4 miljoen jaar oud en heeft nog duidelijk tanden. Het lijkt erop dat het een dier zijn prooi met zijn tanden naar binnen "zoog".

    "Moderne walvissen hebben baleinen, lange keratine repen waarmee ze kleine zeediertjes, zoals garnalen, uit het water filteren", zegt Olivier Lambert van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

    Het bijna 4 meter lange fossiel (Mystacodon selenensis) dat hij opgroef in het Pisco-bassin in het zuiden van Peru daarentegen, had nog tanden. "Veel tanden blijken bovenaan "afgetopt"", zegt de paleontoloog. "Dat wijst erop dat het dier zijn prooi naar binnen zoog. Met de prooi, die hij wellicht dichtbij de bodem vond, kwamen ook zand en keizels mee, waardoor de bovenkant van de tanden geleidelijk aan afsleet."

    Dat "zuigvoeden", dat Mystacodon illustreert, is een tussenfase, want een nog oudere groep (Basilosauridae), waaruit baleinwalvissen en tandwalvissen (zoals dolfijnen) zich afsplitsten, beet grote prooien nog in stukken. Dat is te zien aan slijtagesporen aan de zijkanten van tanden.

    Nog een verrassing

    Mystacodon leverde nog een andere verrassing op. Aan het bekken van het dier moeten kleine achterpoten vast hebben gezeten. "Paleontologen gingen er altijd van uit dat walvissen hun achterpoten al eerder in de evolutie hadden verloren", zegt Lambert. "Al van bij de "Basilosauridae", dus nog voor de baleinwalvissen en tandwalvissen van elkaar weg evolueerden". De achterpoten van Mystacodon bleken wel al sterk verkort en op weg om te verdwijnen. 

    De vondst van paleontoloog Lambert staat beschreven in Current Biology. Hij en zijn collega's plannen nog meer opgravingen in het Pisco Bassin in Peru.