Meest recent

    Ik weet nu nog steeds niet wie ik ben - Amina Belorf

    "Ik weet nu nog steeds niet wie ik ben." Vertrouwde ik de dertig paar kinderogen toe. "Ik weet alleen een heel klein beetje meer waarheen."
    opinie
    Opinie

    Wie is Amina Belorf?

    Amina Belorf kijkt voor deredactie.be maandelijks met verwondering naar de wereld rondom haar. Ze is sociaal werkster, staat op de planken en schrijft poëzie en proza.

    Een tijdje geleden, op een zachte lentewoensdag vond een warme boekenavond plaats in mijn wijkbib. Als kind liep ik er graag verloren tussen de vele boekenrekken in die immense ruimte die voor mij een tweede thuis werd.

    Ik mocht er komen vertellen wat de bib en haar boeken voor mij hebben betekend. Er werd gesproken over de vele schrijvers die met hun pen mijn geheimen leken te decoderen. Laag voor laag leerde ik mezelf via hun boeken te begrijpen.

    Het werd me nog eens duidelijk wat voor onuitwisbare betekenis een bundel woorden voor me konden hebben. We hebben de luxe verhalen te kunnen lezen terwijl we genieten van het licht dat zorgeloos over en door de pagina’s heen schijnt. We kunnen ze bijhouden om ze thuis in alle rust te ontleden.

    Om ze in en uit elkaar te trekken en ze op te hangen aan de binnenkanten van onze huizen. Om ze tot in de eeuwigheid te blijven herlezen. Om bij het openen van onze ogen niet een lege kale muur maar dansende krullen die ons strelen te kunnen aanschouwen. Omdat het zo begeerlijk is, het daglicht in de haren.

    Twee vijftienjarige jongens

    Ik heb mogen vertellen hoe het voelt om de wereld in mijn handen te hebben gehad. Hoe geschreven creativiteit eindeloos mooi kan zijn. En hoe moeilijk ik afscheid kon nemen van een boek dat me geraakt had. Ik hou het graag nog in mijn handen, herbekijk en herlees treffende stukken opnieuw, hopend om daarin nog eens iets nieuws te vinden. En steeds het besef. Het besef hoe rijk we zijn.

    Na afloop kwamen twee vijftienjarige jongens die in de buurt wonen op me af. Ze vroegen me of ik hen schrijvers of boeken kon aanraden. Behendig haalden ze hun smartphone boven en typten ijverig de namen van enkele jeugdauteurs in. Ik had deze twee jongens zoveel meer willen geven dan enkel wat boekentips. Ik wilde hen zeggen hoe heerlijk het was: hun onbezonnen vraag. Maar ze waren alweer snel weg. Er was nog wat opruimwerk en ze hadden beloofd vandaag te vrijwilligen. Jeugd anno 2017.

    Keuzes en dromen

    Een dag later stond ik voor het eerst in mijn leven voor de klas. Een dertigtal zesdejaars uit de lagere school staarden me vol nieuwsgierigheid aan. Deze jongeren hadden iemand nodig met wie ze zich konden identificeren, vertelde de leerkracht me voordien. Ze stonden op de drempel van een nieuw hoofdstuk in hun leven. Ze moesten kiezen welke richting ze uit wilden op school en daarmee ook in hun leven.

    Het meest belangrijke dat ik hen probeerde mee te geven was dat er geen foute beslissingen bestonden. Dat keuzes kunnen veranderen en dat dat best oké is. Dat ik, net als hen, nog in volle groei ben. En dat als ze proberen luisteren naar zichzelf, angst niet meer baas zal zijn. Een gesprek over studiekeuzes mondde uit in een filosofisch uurtje over dromen.

    Ik maakte kennis met een rappende elektricien, een automonteur die geen kapotte auto’s wil herstellen, maar wel nieuwe modellen zal uitvinden, een dichtende tekenares en zoveel meer. Kleine mensen met grote doelen en ongelimiteerde dromen. Ik werd getroffen door de onstuimigheid en ambitie die hier in de lucht hing. Hun vuur werd mijn vuur.

    Geremd

    Het zou normaal moeten zijn maar dat is het niet. Veel te vaak worden we afgeremd of de pas afgesneden. Als we lopen worden we gewaarschuwd over hoe pijnlijk een val kan zijn. Als we staan te trappelen om te springen wordt ons gevraagd of we nog steeds niet volwassen zijn. Als we luidop spreken wordt ons verzocht om te fluisteren. Als we huilen worden we eraan herinnerd dat we geen kind meer zijn.

    En als we lachen worden we erop gewezen om ernstig te zijn. We dragen dromen richting slachtbank en stelpen het bloeden enkel om onszelf te troosten.

    We redeneren veel te vaak in twee termen: geslaagd versus niet geslaagd. Terwijl wegen als boomwortels kunnen zijn. Ze gaan alle kanten op en elke ingeslagen weg is er één die zich vestigt in de aarde om zo zuurstof omhoog te pompen die zich een weg baant richting boomstam. Takken die zich als wijd gespreide armen ten hemel richten. En hun handen en vingers klaar om te ontvangen en door te geven. Omdat gedeelde schoonheid duurzaam en krachtig is. En nieuwe zaadjes plant voor meer kleurrijke paden richting morgen.

    Waakvlam

    Een vogel is zoveel mooier met gespreide vleugels in het volle schijnsel van het licht. We zijn bang om die jonge, kwetsbare versie van onszelf los te laten. We willen onszelf behoeden voor al het voelen en vallen.

    Maar de enige manier is er recht doorheen. Net als de koude golven van de zee op een vroege lentedag. En als de kou onder je huid, tot in je botten kruipt en je had gewild dat je nooit van de golven had geproefd, dan moeten we ons herinneren dat we vandaag een geheim meer over de zee hebben ontdekt.

    “Ik weet nu nog steeds niet wie ik ben.” Vertrouwde ik de dertig paar kinderogen toe. “Ik weet alleen een heel klein beetje meer waarheen.” Een aanzet, een richtpunt dat overdag licht geeft en ‘s nachts de kaars aansteekt. Zodat de contouren van de vlam als dansende krullen de lege muur belichten wanneer het donker denkt alles te kunnen uitdoven.

    Maar dat zal moeilijk zijn, met al die lichtjes in hun ogen. Ik prent ze in en neem ze mee om altijd te blijven herinneren: onze jeugd anno 2017.