Meest recent

    Advocaat over vaste prijzen: "Voetballers verdienen toch ook niet evenveel?"

    Eén van de 28 maatregelen van de “superministerraad” van zondag is het invoeren van een fiscaal aftrekbare rechtsbijstandsverzekering. Het systeem bestaat al sinds 2007, maar zou nu worden uitgebreid. Er moet ook een nomenclatuur komen voor advocaten. En dat vindt niet iedereen een goed idee.
    BELGA/DOPPAGNE

    Het was Laurette Onkelinx die in 2007 als minister van Justitie de rechtsbijstandsverzekering lanceerde. Voor 12 euro per maand kon iedereen zich verzekeren voor rechtsbijstand en de bijdragen waren in kleine mate aftrekbaar. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) pleitte al lang voor een uitbreiding van deze verzekering. In 2015 liet de minister zelfs vallen dat hij ze wou verplichten, maar dit zagen de coalitiepartners niet zitten. Nu komt er dan toch een uitbreiding van de verzekering, maar het blijft weliswaar nog altijd een vrijblijvende verzekering.

    Wat verandert er? De fiscale stimulans voor de verzekering vergroot en de nieuwe verzekering zal ook meer geschillen dekken. Ze zal vooral van toepassing zijn in echtscheidingszaken en bouwgeschillen. Het is nog niet duidelijk wat er nog allemaal wordt verzekerd en hoe groot het fiscaal voordeel zal zijn. Wat er wel al zeker is: er komt een nomenclatuur voor advocaten. Net zoals bij artsen, wordt de kostprijs van alle mogelijke advocatenkosten opgelijst. Advocaten moeten vervolgens aangeven of ze de overeengekomen tarieven al dan niet zullen respecteren en de overheid zal een lijst opstellen met advocaten die zich willen conventioneren. “Uiteraard zullen ook de prestaties van advocaten die niet bereid zijn aan de afgesproken tarieven te werken, binnen de grenzen van die tarieven, voor terugbetaling in aanmerking komen”, klinkt het bij het kabinet Geens. Daar zien ze de verzekering als een ideale manier om de toegang tot justitie uit te breiden en dus te verbeteren.

    Dat de minister inspanningen doet om de toegang tot justitie te verbeteren, wordt gewaardeerd. “Want er is al lang een groot probleem”, klinkt het bij advocaat Hugo Lamon. “Door de invoering van de BTW is de factuur van advocaten 21 procent hoger, maar ook de rolrechten zijn fors gestegen. Voor de middenklasse die zich niet kan beroepen op de juridische tweedelijnsbijstand (de vroegere “pro deo”-advocaten) zorgt een rechtszaak echt voor slapeloze nachten”. Maar is de nomenclatuur wel de goeie oplossing om justitie toegankelijker te maken? In “De Wereld Vandaag” op Radio 1 legt Lamon uit waarom hij vreest van niet. “Het is alsof de overheid zou bepalen hoeveel een voetballer mag verdienen. De prestatie is toch altijd dezelfde: 2 keer 45 minuten op een veld tegen een bal trappen en proberen te winnen. Waarom verdient een topvoetballer dan meer dan iemand uit de lagere reeksen? Leeftijd, ervaring, inzicht en allicht ook talent bepalen dat. Waarom mogen die elementen bij advocaten dan niet meespelen?” Lamon benadrukt dat het invoeren van een nomenclatuur voor advocaten erg revolutionair is. “De overheid geeft hiermee aan dat ze advocaten niet vertrouwt en daarom ingrijpt in de wijze waarop ze zich laten vergoeden. Bovendien kan de minister zo bepalen wanneer mensen snel naar de rechter kunnen stappen.”

    Volgens Lamon gaat de vergelijking met de geconventioneerde artsen ook niet op. Ten eerste omdat de overheid zélf het overgrote deel van de erelonen van artsen betaalt en ten tweede omdat niet alles onder de rechtsbijstandsverzekering valt. “Als u problemen hebt met uw baas of uw tweedehandsauto blijkt niet in orde, zal u dat geschil volledig zelf moeten betalen. De nieuwe verzekering is dus niet neutraal”, aldus Lamon.