Meest recent

    20 jaar geleden was de strijd van de "oude luipaard" Mobutu gestreden

    Mei 1997. Het waren bewogen weken in Kinshasa. Amper vier maanden tevoren was president Mobutu Sese Seko teruggekeerd naar zijn Zaïre, zoals het land toen nog heette, na een maandenlange behandeling voor kanker in Europa. Dat was een kortstondig triomfmoment geweest. Tegelijk voelde iedereen aan dat de strijd van de oude luipaard gestreden was.

    Hijzelf vertoonde zich nauwelijks nog in het openbaar. Zijn zoon Nzanga voerde het woord namens zijn zieke vader, grotendeels verlamd door de stilgehouden prostaatkanker. En intussen rukten de rebellen van Laurent-Désiré Kabila en vooral de Rwandese regeringssoldaten op vanuit het oosten.

    De ochtend van 16 mei 1997 stoof het presidentiële konvooi door de stilgevallen stad richting luchthaven. De dag erna marcheerden de kadogo's (kindsoldaten) van Laurent-Désiré Kabila over de Boulevard du 30 Juin, de hartslagader van Kinshasa, aangevoerd door Rwandese en Oegandese commandanten. Het rijk van Mobutu stortte in elkaar. Het was afgelopen.

    Niet eens zeven maanden eerder was de strijd begonnen in Oost-Congo. De voormalige rebellen van het Rwandees Patriottisch Front die de oorlog in Rwanda gewonnen hadden in 1994, nu het regeringsleger van Paul Kagame, staken de grens met Zaïre/Congo over om de Rwandese vluchtelingenkampen rond Uvira, Bukavu en Goma te vernietigen. Daarin huisden nog altijd zo’n 1,5 miljoen Rwandezen, gevlucht tijdens en na de tragedie van voorjaar 1994, de genocide op de Tutsi’s en de massamoorden, ook door diezelfde RPF-rebellen.

    (lees verder onder de foto)

    Enkele maanden tevoren, blijkt uit het nieuwste academisch onderzoek, hadden de Rwandese machthebbers ene Laurent-Désiré Kabila gezocht en gevonden in Tanzania, een gevluchte tegenstander van Mobutu uit de vroege jaren zestig, prima geschikt om als Congolees uithangbord te dienen voor hun militaire operatie op Congolees grondgebied.

    Terwijl de Rwandese regeringssoldaten vele tienduizenden, mogelijk tot een half miljoen, Rwandese vluchtelingen opjagen en afslachten in het Congolese regenwoud, rukken de onderweg gerekruteerde kindsoldaten van Laurent-Désiré Kabila mee op richting Kinshasa. Het gedemotiveerde want onbetaalde en verwaarloosde leger van Mobutu vlucht sneller weg dan de rebellen aankomen. De ene stad na de andere valt. Ook de jonge zoon van Laurent-Désiré, Joseph Kabila, strijdt mee, onder de hoede van de ervaren Rwandese generaal James Kabarebe.

    Van een echte oorlog is nauwelijks sprake. Veel Congolese slachtoffers vallen er niet in die zeven maanden. De Rwandese vluchtelingen sterven wel massaal, vermoord door wapens, of omgekomen door ontbering want voor hen komt er geen enkele hulp. Intussen worden de journalisten weggehouden van het strijdtoneel en de moordpartijen.

    Samen met honderden collega’s zat ook ik geblokkeerd in Kinshasa, wachtend op wat komen zou: de val van de stad, de kroniek van een aangekondigd "fin de régime".

    Het Journaal, 17 mei 1997 - De val van Kinshasa

    Over het einde van het regime van Joseph-Désiré Mobutu treurt op dat moment nauwelijks iemand, behalve uiteraard zijn eigen naaste familie en zeker zoon Nzanga, de woordvoerder van zijn vader in die laatste maanden van zijn macht. Hij woont nu, met de familie, in Rabat, Marokko, waar vader Mobutu ook begraven ligt, op het Europees kerkhof. Niet eens vier maanden na zijn vlucht is hij daar gestorven, bezweken aan kanker en onmacht.

    Zoon Nzanga Mobutu bij het graf van zijn vader in Rabat, Marokko.

    Twintig jaar na de val van Mobutu zit het grote Congo alweer in een diepe politieke en economische crisis, met alweer een leider die de macht niet uit handen wil geven terwijl het volk nog verder verarmt. Cynisch, want nu gaat het om de zoon van de man die destijds als een bevrijder werd ingehaald, zoon Joseph van vader Laurent-Désiré Kabila.

    Twintig jaar na Mobutu stevent Congo alweer af op een "fin de régime", al kan zo’n doodstrijd lang duren en nog veel slachtoffers maken…