Meest recent

    Deontologische commissie: "Laat Kamerleden inkomen alle nevenactiviteiten bekendmaken"

    De Federale Deontologische Commissie vindt dat Kamerleden de inkomsten moeten bekendmaken uit al hun "relevante" nevenactiviteiten. Bovendien komt daar best ook een plafond op én de parlementsleden zouden best vooraf om toestemming vragen, zo luidt het in een advies. De commissie was om dat advies gevraagd in nasleep van het bijbaantje van Kamervoorzitter Siegfried Bracke bij Telenet.

    De deontologische commissie spreekt zich niet uit over de kwestie-Bracke, want daar is ze niet voor bevoegd. Niettemin laat ze in algemene termen verstaan dat de Kamervoorzitter best "in nog hogere mate" dan de andere Kamerleden "omzichtigheid" aan de dag legt bij het aanvaarden van nevenfuncties.

    De Kamervoorzitter kan immers vooreerst "op grond van zijn institutionele positie" op een indirecte manier heel wat invloed uitoefenen op de parlementaire werking. Bovendien speelt ook de beeldvorming, waarbij strijdige belangen in hoofde van de voorzitter "de hele procedure voor de Kamer onder verdenking" dreigen te brengen.

    Best zou de Kamervoorzitter dus niet alleen signaleren wanneer een kwestie aan bod komt waar sprake kan zijn van een belangenconflict, maar zich bovendien "laten vervangen bij elke fase van de behandeling van het onderwerp", zo stelt de deontologische commissie. Tegelijk geeft ze wel aan dat er op dit moment geen speciale regels gelden voor de parlementsvoorzitter, in België noch elders in Europa.

    Concrete aanbevelingen om huidige regels aan te scherpen

    De commissie onder leiding van professor en voormalig N-VA-Kamerlid Danny Pieters merkt voorts op dat de samenleving tegenwoordig "veeleisender geworden (is) inzake de transparantie en de integriteit van het openbare leven". Ze doet daarom een reeks concrete aanbevelingen om de huidige regels aan te scherpen.

    Zo zouden de parlementsleden best verplicht worden tot transparantie over "alle nevenactiviteiten en belangen die redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd". Ook eerdere functies of aanzienlijke belangen in vennootschappen horen daar voor de commissie bij.

    Maar meer in detail gaat ze niet. Of bijvoorbeeld ook activiteiten als advocaat, fiscalist of arts onder de regeling moeten vallen, is volgens Pieters aan de Kamer zelf om uit te maken. Niet weinig Kamerleden zitten vandaag in die situatie.

    "Maat houden bij het nastreven van extra geldelijke voordelen"

    De aanbevelingen stoppen trouwens niet bij de transparantieplicht. De commissie stelt ook voor dat Kamerleden die bijklussen elk jaar zouden bekendmaken hoeveel ze daarmee verdiend hebben. Commissievoorzitter Pieters hecht veel belang aan dat punt, omdat geld voor hem een belangrijke indicator is van de werklast. Primordiaal is immers dat parlementsleden voldoende beschikbaar zijn om hun taken als volksvertegenwoordiger uit te oefenen, beklemtoont hij.

    "Alle parlementsleden worden vergoed en genieten bepaalde materiële voordelen die in principe begrepen moeten worden als vergoeding voor een voltijdse beschikbaarheid voor het vervullen van de functie, in haar volle breedte", zo verwoordt de deontologische commissie het in haar verslag. "Het past niet dat de parlementsleden en a fortiori de voorzitter een nevenfunctie zouden aannemen die hen meer dan occasioneel in de onmogelijkheid zou stellen deze verplichtingen te vervullen."

    De deontologische commissie vindt ook "om ethische redenen" dat politieke mandatarissen best "maat houden bij het nastreven van extra geldelijke voordelen", luidt het voorts. "Dat geldt zeker voor de inkomsten uit de publieke mandaten."

    De commissie stelt bovendien voor om de inkomsten uit nevenactiviteiten te plafonneren. Ze oppert daarvoor de uitbreiding van de huidige regels voor Kamerleden die ook een lokaal uitvoerend mandaat hebben, waarbij de totale bezoldiging "de helft van het bedrag van de parlementaire vergoeding niet (mag) overschrijden".

    Tot slot vindt de commissie dat een parlementaire wedde "per definitie" moet worden uitbetaald aan een natuurlijk persoon, en dus niet aan een door het parlementslid opgerichte vennootschap of aan een gezinslid. Van geheimhoudingsclausules in contracten met derden kan uiteraard ook geen sprake zijn, noch over het contract zelf, noch over de bijhorende inkomsten.

    Groen: "Gesterkt in pleidooi voor invoering transparantiesysteem"

    Oppositiepartij Groen is blij met het advies. De groenen hebben heel wat moeite moeten doen om aan de vijftig handtekeningen te komen die nodig waren opdat de deontologische commissie zich over de kwestie kon buigen.

    "Voor ons is vooreerst belangrijk dat de commissie stelt dat de voorzitter toch een belangrijke rol speelt. Ze maken toch wel duidelijk dat wat gebeurd is in de toekomst niet meer door de beugel kan", zo besluit fractieleider Kristof Calvo, terugblikkend op het zitje van Siegfried Bracke in een adviesraad van Telenet.

    De groenen voelen zich ook gesterkt in hun pleidooi voor de invoering van het transparantiesysteem van het Europees Parlement, "waar je per categorie transparant bent over al wet je doet en de inkomsten daaruit".