Meest recent

    Sociale onrust in de Franse hoofdstad Parijs

    In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week honderd jaar geleden. In Parijs staken duizenden arbeidsters, bij een onverwachte Duitse luchtaanval op Engeland vallen veel burgerslachtoffers, munitiefabriek in Bohemen ontploft, ....

    Frankrijk en vooral Parijs  zijn getroffen door sociale onrust. Duizenden arbeiders, bijna allen vrouwen staken en ze hebben deze week betoogd.

    De meest opvallende betoging was die van de naaisters. Door de oorlog zijn er weinig bestellingen bij de Parijse modehuizen. Daarom worden de naaiateliers ’s zaterdags een halve dag gesloten. De arbeidsters worden dan ook maar voor een halve dag betaald.

    De “midinettes” aanvaarden dat niet. Ze eisen een betaalde vrije zaterdagnamiddag, zoals in Engeland.

    De honderden elegant geklede, vastberaden vrouwen konden in hun optocht door de Parijse boulevards op veel sympathie rekenen. Het parlement zou een debat beginnen over de “Engelse week”.

    Vrouwen die werken in juwelenateliers en bloemenzaken hebben het voorbeeld van de “midinettes” gevolgd en zijn in staking.

    Op 25 mei betoogden in Parijs meer dan 15.000 stakende vrouwen. Deze dames zijn bediendes bij de Societé Générale, die verzamelden op de Place de l'Opéra

    Door de oorlog zijn steeds meer vrouwen gaan werken. Dat de meesten niet bij een vakbond zijn aangesloten, belet hen niet op te komen voor hun eisen.

    Ook op andere plaatsen in Parijs is betoogd, maar niet overal even vrolijk en vreedzaam. In volkse wijken werden cafés geplunderd en auto’s aangevallen. Door de censuur rept de pers niet over de rellen.

    Net als in andere oorlogvoerende landen is het aantal stakingen in Frankrijk de laatste weken sterk toegenomen. Ook onder de troepen zou er steeds meer ongenoegen zijn. De invloed van de Russische revolutie is duidelijk, maar patriottische commentatoren zien er ook de hand van de Duitsers in.

    Dit is een groep arbeidsters die in de wapenindustrie werken. Ook het personeel van cafés en restaurants, bloemenwinkels, lingerie, naai  en bretellen-ateliers, de zijde, papier en leer-industrie, modistes, ..... zijn in staking en hebben betoogd.

    Niet alleen de arbeidsters laten zich horen, ook de huisvrouwen. Hier protesteren ze tegen het te dure leven bij de slagerijen in de Rue de Belleville.

    Grote luchtaanval op Engeland

    Totaal onverwacht hebben Duitse vliegtuigen bij klaarlichte dag het zuidoosten van Engeland aangevallen.

    Op 25 mei staken 22 Duitse bommenwerpers van een nieuwe type (Gotha IV) vanuit België de Noordzee over. Ze vlogen eerst naar Londen, maar gingen zuidwaarts toen er wolken boven de hoofdstad bleken te hangen.

    Uiteindelijk lieten ze bommen vallen het stadje Ashford in Kent en vooral op de belangrijke havenstad Folkestone aan het Nauw van Calais. Daar vielen de bommen terwijl veel mensen op straat aan het winkelen waren. Niemand zocht dekking bij de eerste explosies, want men dacht dat het ging om kanonschoten van een oefenterrein. De gevolgen waren verschrikkelijk.

    Nadat ze nog een naburige kazerne hadden gebombardeerd, keerden de Gotha’s huiswaarts.

    De begrafenis van enkele slachtoffers in Folkestone (GettyImages)

    Al die tijd was er geen reactie van het Britse luchtafweer of Britse vliegtuigen. De Britten verwachtten zich enkel aan aanvallen met zeppelins, en die laten zich sinds de herfst van vorig jaar niet meer zien. In maart probeerden nog vijf zeppelins Engeland te bereiken, maar die kantten met hevige tegenwind. Bombardementen door vliegtuigen zijn voor de Britten iets nieuws.

    Pas toen de Gotha’s op de terugweg waren, werden ze boven de Noordzee door jachtvliegtuigen van de Britse marine aangevallen. Eén bommenwerper werd geraakt en stortte in de golven neer.

    Een andere Gotha ontplofte in de lucht boven Beernem en viel op een huis. De drie bemanningsleden kwamen om, net als drie inzittenden van het huis.

    Familieleden kijken toe terwijl een van de jonge slachtoffers in Folkestone wordt begraven (GettyImages)

    In Folkestone zelf zijn 71 mensen omgekomen, waarvan 28 vrouwen en 27 kinderen. Er vielen meer dan honderd gewonden. In het naburige legerkamp stierven er 2 Britse en 16 Canadese soldaten, terwijl er nog eens 90 werden gewond.

    De Gotha’s waren vertrokken vanuit de vliegvelden van Gontrode en Sint-Denijs-Westrem bij Gent. In Gontrode maken ze gebruik van de reusachtige hangar die voor Zeppelins werd aangelegd.

    Een Gotha IV op het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem. Collectie Thomas Genth, Erfgoedbank Land van Rode

    Bij een vergeldingsactie op 28 mei hebben Britse vliegtuigen geprobeerd het vliegveld in Sint-Denijs-Westrem te bombarderen. Daarbij zijn 1 burger gedood en enkele burgers gewond, laat de Duitse militaire overheid in Gent weten ( Zwarte Doos, Stadsarchief Gent)

    Munitiefabriek in Oostenrijk-Hongarije ontploft

    Ongelukken in fabrieken en depots van oorlogsmunitie blijven een zware tol eisen.

    In Bolevec, een voorstad van Pilsen in Bohemen, is grootste munitiefabriek van Oostenrijk-Hongarije verwoest. De fabriek, die tot het bekende Skoda-concern behoort, lag op een zwaarbewaakte site van 60 ha. Er werkten 3000 mensen, voornamelijk vrouwen en jongeren.

    Op middag van 25 mei deed zich de eerste van een twintigtal explosies voor die het complex volledig verwoeste. De zwaarste ontploffing veroorzaakte een enorme paddenstoelvormige wolk. Duizenden mensen vluchtten in bossen, weiden en steengroeven.

    Er vielen meer dan 200 doden en 700 gewonden. De hele omgeving, ook het centrum van Pilsen, is beschadigd.

    De ontploffing van de munitiefabriek gezien vanuit Pilsen (links) en de schade

    Een deel van de slachtoffers is in een massagraf begraven

    Geallieerden verhogen druk op Griekenland

    In Londen is een Brits-Franse conferentie gehouden over de situatie in Griekenland. Behalve de premiers Lloyd George en Ribot nemen er verscheidene ministers en hoge officieren aan deel.

    De conferentie heeft de Franse senator Charles Jonnart, een gewezen gouverneur-generaal van Algerije, gemachtigd om het lot van Griekenland te regelen. Als “hoog commissaris” mag hij gebruik maken van de Geallieerde strijdkrachten om koning Constantijn en zijn regering op de knieën te dwingen.

    Het noorden van Griekenland is voor een groot deel bezet door de Geallieerden, die opereren vanuit Saloniki. Daar zetelt ook een pro-Geallieerde tegenregering onder leiding van de liberale staatsman Eleutherios Venizelos. Die heeft intussen al een strijdmacht van 60.000 man verzameld, waaronder 2000 officieren, die aan Geallieerde zijde in Macedonië vecht.

    In Saloniki hebben deze week ook 30.000 aanhangers van Venizelos betoogd. Volgens hen heeft koning Constantijn het recht om te regeren verloren.

    De regering van van Venizelos heeft ook de controle verworven over de meeste Griekse eilanden.
    De rest van het land, inclusief de hoofdstad Athene, ondervindt zware druk omdat de Geallieerde vloten de havens blokkeren. De regering van koning Constantijn is zo goed als machteloos.

    De aanhangers van Venizelos in binnen- en buitenland eisen het vertrekt van koning en zelfs de invoering van de republiek. In het begin steunde alleen Frankrijk die eis. De Russische tsaar wilde daarvan niet weten, maar nu hij zelf is afgetreden, maakt Rusland geen bezwaar tegen een verdwijnen van Constantijn. Ook de Amerikanen zullen de Griekse monarchie niet verdedigen.

    Alleen de Britten maakten nog bezwaren, maar ook zij willen dat de kwestie wordt opgelost. Het lot van Constantijn, de schoonbroer van de Duitse keizer, lijkt daarmee bezegeld.

    Het “nationaal schisma” in Griekenland zorgt voor allerlei vreemde situaties. In de door de koninklijke regering gecontroleerde zone zijn de postzegels bedrukt met een kroontje en de letters “ET” (Ellenikon Tachidromeion : Griekse Post). De regering van Venizelos gebruikt zegels die er hetzelfde uitzien, maar met de vermelding “PROSORINI KYBERNISIS” (Voorlopige Regering).

    Grote veenbrand in Nederland

    In de Nederlandse provincie Drenthe heeft een enorme veenbrand gewoed.

    Honderden hectare zeer brandbaar turf stonden in brand. Het vuur woedde acht dagen en verwoestte een honderdtal huizen. Ook veel schepen die turf vervoeren zijn in de vlammen opgegaan. Er zijn 16 doden geteld.

    De brand brak uit tijdens een grote staking van de veenarbeiders die turf winnen. Door de oorlog is er een groot tekort aan steenkool in Nederland, omdat Duitsland er geen meer kan uitvoeren. Turf is een belangrijke brandstof geworden. Maar de arbeiders nemen het niet dat de verveners (de exploitanten van de turfwinning) grote winsten maken terwijl zijzelf in armoedige omstandigheden leven.

    De stakers krijgen nu het verwijt dat de brand nooit zo’n omvang zou hebben gekend als iedereen aan het werk was geweest. De brand zelf lijkt het gevolg te zijn van meerdere ongelukken.

    Een vrouw bij de schamele huisraad die ze uit haar door de brand verwoeste huis heeft kunnen redden.

    Nadat de brand bedwongen was heeft Koningin Wilhelmina  het getroffen gebied bezocht.

    Spaans passagiersschip gezonken

    Nabij de kust van Zuid-Afrika is het Spaanse passagierschip ‘Carlos de Eizaguirre’ vergaan.

    Het stoomschip was op weg van Spanje naar de Filippijnen. Het had net de haven van Kaapstad verlaten toen het bij Robbeneiland door een explosie werd getroffen. De ‘Carlos de Eizaguirre’ brak in twee en zonk binnen de vijf minuten.

    Slechts 24 opvarenden konden tijdig een reddingsboot bereiken. Een bemanningslid wist zich met een geïmproviseerd vlot te redden.

    In totaal zijn 134 mensen, waaronder 50 passagiers, omgekomen. 12 van de slachtoffers zijn vrouwen, 5 kinderen. Voor het neutrale Spanje is het verreweg de grootste zeeramp in de oorlog.

    De oorzaak is niet zeker, maar niemand geloofd dat het om een ongeluk gaat. In de buurt van Kaapstad zijn eerder zeemijnen waargenomen. Blijkbaar moet een Duits schip erin geslaagd zijn om zo ver in het zuiden van de Atlantische Oceaan door te dringen.

    Het schip was aanvankelijk een Belgische Congoboot onder de naam ‘Léopoldville, maar werd al gauw Brits en daarna Spaans.

    De ‘Carlos de Eizaguirre’

    Nieuwe Geallieerde bevelhebber in Oost-Afrika

    De Zuid-Afrikaanse generaal Jacob van Deventer wordt bevelhebber van de Geallieerde strijdkrachten in Duits Oost-Afrika.

    Hij volgt de meer bekende Zuid-Afrikaanse generaal Jan Smuts op, die naar Groot-Brittannië is vertrokken. Hij vertegenwoordigt de Unie van Zuid-Afrika op de Britse Rijksconferentie.

    Behalve de legers van het Britse Rijk (Britse, Zuid-Afrikaanse, Brits-Indische en ook Afrikaanse troepen uit de Britse kolonies) zijn ook troepen van de Belgisch-Congolese Weermacht actief in Duits Oost-Afrika, onder bevel van kolonel Huyghé. Deze hebben onlangs een van de Duitse aanvoerders, majoor Max Wintgens, gevangen genomen.

    Van Deventer (42) streed in de Boerenoorlog tegen de Britten en werd een specialist in guerrilla. Nu moet hij optreden tegen de guerrilla van de Duitse kolonel von Lettow-Vorbeck. Deze voert een troepenmacht aan die wellicht tien keer kleiner is dan de meer dan 200.000 man Geallieerde legers. Een aantal Boeren die vroeger al tegen de Britten streden, adviseren nu de Duitsers. De strijd is een kat-en-muisspel.

    Jaap van Deventer is groot en fysiek zeer sterk. Tijdens de Boerenoorlog werd zijn keel en tong door een kogel getroffen, zodat hij nu maar moeizaam kan spreken. Hij geeft zijn bevelen vaak via iemand die hem verstaat, ook al omdat hij nauwelijks Engels spreekt.

    Veel Britse officieren zijn dan ook onaangenaam verrast door zijn benoeming.

    Jacob van Deventer (in het midden)