Meest recent

    Wat weten Amerikanen over ons? "België is een mooie stad, toch?"

    Ooit, lang geleden, in de verkiezingscampagne, noemde Donald Trump Brussel nog een "hellhole", een hellegat. Hoe kijken Amerikanen eigenlijk naar België? Onze correspondent in de VS, Björn Soenens, legde zijn oor te luisteren.
    expert
    Björn Soenens
    Björn Soenens is Amerikacorrespondent voor VRT NWS. Hij woont in New York City. U kan hem volgen op zijn journalistenpagina op Facebook en op Twitter (@bsoenensvrt).

    “You go to Brussels – I was in Brussels a long time ago, 20 years ago, so beautiful, everything is so beautiful – it’s like living in a hellhole right now…”.

    Zo zei hij het toen. This is now! De realiteit roept, tot de orde van de dag. Trump is intussen een dag of 125 president. België is slechts een kort intermezzo op de eerste buitenlandse reis van Trump.

    In de ogen van de president en van Amerika komt hij niet naar België, maar naar de NAVO in Brussel, en die bevindt zich toevallig in België. Tussendoor ontmoet de heer Trump ook de Belgische koning en de eerste minister.

    Kort samengevat: een meet-and-greet met de koning, en met premier Michel en de lidstaatvertegenwoordigers van de NAVO.

    Muscles from Brussels

    Met Trump is het zoals met het gros van de Amerikanen: waar ligt België eigenlijk? Klein-Azië, right? In Germany, right? Of is het Tsjechië? Op een verkiezingsbijeenkomst in Atlanta in juni 2016 noemde kandidaat Trump België nog een prachtige stad. Het gebeurt hier wel vaker dat je erop moet wijzen dat België ook min of meer een land is. Het is waar: sommige Amerikanen vinden België geen land, maar eerder een verschijnsel.

    “If I grew up on a farm, and was retarded, Bruges might impress me, but I didn’t, so it doesn’t…”

    Zo oneerbiedig beschreef het personage van acteur Colin Farrell een van onze mooiste kunststeden, Brugge, in de film 'In Bruges', uit 2008. Ja, België zegt de Amerikanen ‘iets’. Ja, er is altijd onze fictieve held Kuifje (Tintin), er is (werkelijk) altijd Jean-Claude Van Damme (niemand die weet dat de man eigenlijk Jean-Claude Van Varenberg heet). Maar hey, Van Damme is vooral altijd de in Amerika beroemde Muscles from Brussels. Onze onverwoestbare actieheld uit de jaren 90 van de vorige eeuw.

    Mayonaise

    Als ik België te berde breng in gesprekken hier met Amerikanen, en ze beginnen tegen mekaar te discussiëren over mensen die ze kennen die mogelijkerwijs een reis naar België willen maken, komt altijd die ongemakkelijke vraag: Why?

    Waarom België?

    Helaas, dit is het beeld over België, ingesleten zoals een eeuwenoude kloof in de Grand Canyon: België is saai, België is niet eens een echt land. Belgen willen bovendien ook mayonaise op hun frieten: “They fuckin’ drown em in that shit, man!”, zegt het filmpersonage Vincent (John Travolta) in Pulp Fiction.

    Als ik in mijn buurt wel eens een frietje steek, moet ik inderdaad elke keer vriendelijk vragen of er mogelijk nog mayonaise komt (want ketchup is de Amerikaanse standaarddip).

    Volkslied

    Nog een diep geërodeerd beeld over de Belgen: ze haten zichzelf. En ze kennen zichzelf niet. Sommigen hebben het verhaal horen waaien over onze voormalige premier Yves Leterme die het eigen volkslied niet bleek te kennen.

    Conclusie die ze daaruit trekken: mocht iemand een documentaire maken over België, dan zou de vertelstem enkel geleverd kunnen worden door de belachelijke Inspecteur Clouseau uit de Pink Panther-films.

    Wat nog over België? De rechttoe-rechtaan-Amerikanen vinden dat we ons wel een beetje mogen schamen over de kolonisering van Congo, en over onze toenmalige koning Leopold II: iemand die handen liet afhakken op de rubberplantages, toch?

    Eén enkele onverlaat heeft zich nog méér ingelezen en geeft wat goede raad mee aan collega-Amerikanen die naar ons land willen reizen: check het nieuws voor je de trein of de bus neemt: er wordt in België om de haverklap gestaakt.

    Het moet gezegd: België is stukken bekender dan pakweg Costa Rica of Liechtenstein, dat wel. Maar we hangen in de beeldvorming aaneen van de vaste waarden, de hardnekkige clichés: ons bier, onze chocola, onze wafels, een enkele keer onze architectuur. Iemand zei me dat hij van onze typische pretzels hield (echt waar!).

    Dutch Fries

    In New York is er ook nog eens het grote (Belgische) succesverhaal van Alain Coumont, de man uit Hoei die Le Pain Quotidien uitvond. Intussen zijn er tientallen vestigingen. En onze nationale trots, de friekotcultuur? Helaas: onze frieten (toch echt wel iets Belgisch) kennen ze totaal niet, en onze frietcultuur al evenmin.

    In mijn buurt, in Brooklyn, dicht bij de wijk Bedford Stuyvesant, ging onlangs een frituur Belgische stijl open. Weet u wat ik er kon bestellen? Dutch Fries, alstublieft! Hollandse frieten. Ze snapten mijn protest niet.

    Ach, er is zoveel onwetendheid. In Brussel waarschuwden ze Trump maanden geleden al: “We forgive your ignorance and invite Mr. Trump to see Brussels is beyond your imagination.” Veel Amerikanen lijden aan onwetendheid op steroïden. U heeft er geen idee van wat er aan foute kennis over ons land wordt verspreid, zonder enig checkwerk.

    Bron van vermaak

    Ja, er doen veel alternatieve feiten over ons land de ronde in de States.

    België ligt in Engeland. België heeft twee officiële talen (Duits en Tsjechisch). België is het derde grootste land ter wereld. België werd ooit veroverd door buurland Italië. België is ooit genoemd naar zijn belangrijkste uitvoerproduct, de bel. Of België bestaat uit twee delen: Flanders en Wales.

    Voor mij is het een bron van vermaak om al dat soort fake facts te aanhoren. Vreemd toch dat sommigen nog durven te beweren dat Amerikanen niet sterk zouden zijn in kennis over de wereld.

    En toch herinneren enkelingen zich nog vrij goed hoe ons kleine landje het grote Amerika uitschakelde op het WK voetbal in 2014. Al hebben ze ook vragen.

    Het fascineert een aantal Amerikanen hoe voetballers uit België met mekaar communiceren, als ze twee talen moeten spreken. Verstaan ze mekaar wel bij een pass? O ja, Marouane Fellaini is ook erg bekend in mijn buurt. Dat komt ook omdat de barman uit het restaurant achter mijn hoek als twee druppels op Fellaini lijkt.

    Ook een Big Fella, en al zeker een Hairo. Kijk maar naar de foto, ik overdrijf niet. Mijn lookalike Fellaini heet eigenlijk Obash, en hij is een sympathieke jongeman die ooit uit Iran naar de VS emigreerde.

    We zouden eigenlijk ook nog beter ons best kunnen doen om onszelf in de VS kenbaar te maken. In New York ontplooien heel veel dynamische mensen een pak fijne initiatieven om ons land op de kaart te zetten.

    Maar, één puntje van kritiek: ons ingewikkelde staatsbestel leidt tot versnipperd zoeken naar aandacht. Vlaanderen promoot zich autonoom, Wallonië en Brussel zetten zichzelf in de markt, en ook België hengelt voor zichzelf naar aandacht.

    Veel – soms elkaar beconcurrerende – initiatieven om een land van een lapje groot (vele keren kleiner dan een ministaat als pakweg Iowa) bekend te maken.

    We verwarren de Amerikanen, en maken het hen dus lastig om ons te herkennen, soms. Wie zijn wij nu eigenlijk echt? België is klein, en toont net –vanuit zijn structuren - iets te veel verschillende gezichten. Ze herkennen ons zo moeilijk, meneer.

    Om u een idee te geven: alleen al de gemeente Brooklyn (deel van New York City) telt 2,6 miljoen inwoners, dat zijn er anderhalf miljoen méér dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    Wat weet de Amerikaan nog over ons land? Soms kent een enkeling wel eens de Belgische detective Hercule Poirot uit de reeks van Agatha Christie. Iemand vroeg me enigszins bedeesd of wel meer Belgen drager zijn van zo’n raar snorretje.

    Onvermijdelijk is er ook onze Stella (Artois). That’s the real Belgium, right? Vergeet echter niet dat het hoofdkwartier van brouwerijreus AB-InBev zich eigenlijk niet (echt) in Leuven bevindt, maar op 250, Park Avenue in New York City.

    Brussels sprouts vind je hier op steeds meer hippe menukaarten terug van farm-to-table-restaurants: spruitjes zijn hier een delicatesse, en dat is helemaal terecht overigens.

    Over het algemeen is België voor Amerikanen wat Missouri is voor Belgen:

    No Belgian ever thinks about Missouri. Most don’t even know it exists.

    Tegelijk zijn er ook grote kenners van ons bier. Ik ontmoette zo’n Amerikaanse Belgischebierenexpert in een prachtige bar in een buitenwijk van Montgomery in Alabama in het Diepe Zuiden. Bartender Sarah was hooguit een jaar of 25.

    Zonder aarzeling, zonder twijfel kon ze ons een lekker biertje aanbevelen uit Esen in West-Vlaanderen. Een Dulle Teve, een lekkere tripel uit de buurt van Diksmuide. 11 dollar voor een glas (slik!). Niet toevallig noemen ze de Dulle Teve hier ook een ‘Mad Bitch’.

    Donald Trump zal nooit van zijn leven nippen aan een ‘Mad Bitch’. De president is een geheelonthouder, dat weet hier iedereen.