Meest recent

    "Ik ben geboren... in de klas"

    Kennis van het Nederlands blijkt cruciaal voor de integratie van vluchtelingen. Dat blijkt uit een rondvraag van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG). Maar de VVSG vindt dat vluchtelingen te lang moeten wachten op lessen Nederlands en wil meer flexibiliteit in het aanbod. VRT-journalist Marjan Temmerman ging kijken hoe het er in zo'n les Nederlands aan toe gaat.

    “Goeiemorgen”, met een onnavolgbare dosis energie gaat Hilke Andries er weer tegenaan op maandagochtend. “Goeiemorgen mevrouw” galmt de klas in koor. Een tiental mannen en vrouwen staren hoopvol naar juf Hilke. En dan begint de routine van elke schooldag. “Welke dag is het vandaag?”, “Kijk naar buiten, is er sneeuw?” (nee, er is zon, sneeuw is in het seizoen de winter), “Wat staat er op deze foto?” (een tomaat)

     Zwaaiend met handen en voeten walst de lerares onvermoeibaar door de klas, trekkend en sleurend om deze ongeschoolde groep mensen een basiskennis Nederlands aan te leren. “Waar ben je geboren?” leest Oulematou van een strookje papier. Abdullah probeert te antwoorden, in een zin “Ik ben geboren… in de klas”.
    Dat is een grappig misverstand, maar zit dichter bij de waarheid dan het op het eerste gezicht lijkt.

    Mensen die op de vlucht zijn voor oorlog, of voor vervolging omdat ze niet het juiste geloof of de correcte seksuele geaardheid hebben, laten ook hun identiteit achter. Ze worden in het gastland een asielzoeker. En hier weet niemand wie en wat ze achter lieten, of ze graag zwommen, waar ze om moesten lachen, of dat ze misschien een krak waren in tomaten kweken. De identiteit moet beetje bij beetje weer opgebouwd worden. En dat gebeurt voor een groot deel door communicatie. Taal dus.

    Ze worden (opnieuw) geboren in de klas Nederlands.

    Les kan niet snel genoeg starten

    “De motivatie is bijna altijd heel groot” vertelt Quirien, maatschappelijk assistente in Maldegem. Samen met twee collega’s begeleidt ze een mix van 71 asielzoekers, erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden.

     Maar soms is het wachten op beschikbare taallessen. Een 19-jarige Afghaan die in januari aan Maldegem werd toegewezen moet nog tot september wachten voor hij kan starten. “Dat is eindeloos voor zo’n jongen, zo lang wachten. Je ziet dan dag na dag de moed verder wegzakken”.

    De VVSG vraagt daarom om sneller de vraag en het aanbod van taallessen op elkaar aan te sluiten.

    Taal is nodig voor alles

     Uit de rondvraag van de VVSG blijkt hoe cruciaal taal is. Het komt in alle aspecten van integratie terug:

    • Woning zoeken (hoe bel je naar een huisbaas zonder woorden?)
    • Werk vinden
    • Medische hulp (keelpijn is te gebaren, maar een blaasontsteking? Of psychologische problemen?)

    Meer dan de helft van de gemeenten vindt het problematisch als mensen langer dan 2 maanden moeten wachten om te kunnen starten met taallessen. 1 op de 5 gemeenten beoordeelt dit zelfs als zeer problematisch.

    Pas vanaf 6 maanden wachtlijst

    Dat is niet hoe de overheid er naar kijkt. Het agentschap integratie en inburgering beschouwt langer dan zes maanden wachten pas als problematisch.

    “Iedereen krijgt uiteindelijk een plaats” zegt Leen Verraest van het agentschap. Eerst screenen we elke persoon individueel. Met een uitgebreid arsenaal aan testen krijgt die dan een profiel: snel of traag lerend, de scholingsgraad en welke competenties heeft hij of zij al heeft.

    Op basis daarvan krijgt de vluchteling een traject op maat. Concreet: een analfabeet komt niet in dezelfde klas terecht als een ingenieur die naast Pasjtoe al een mondje Engels spreekt. En soms is het wachten tot de les op maat in een welbepaalde regio weer begint.

    “De Vlaamse overheid investeerde vorig jaar in een pak extra taallessen” voegt Leen Verraest eraan toe. Ongeveer een 10 miljoen euro extra werd vrijgemaakt. 

    Taallessen in cijfers:

    In 2016 volgden 359 803 personen taallessen NT2 (Nederlands als tweede taal). Dat is 13 procent meer dan in 2015. Pas op! Dat cijfer zegt niks over wanneer ze in Vlaanderen of Brussel zijn komen wonen.

    Gemiddeld is één derde van de leerlingen NT2 niet-Europeaan. De anderen zijn bijvoorbeeld Fransen, Finnen of Roemenen die zich in Vlaanderen vestigden.

    Als asielzoekers erkend worden als vluchteling of subsidiaire bescherming krijgen, horen de lessen bij een verplicht traject inburgering. Ze kunnen ook al vrijwillig inschrijven na 4 maanden asielprocedure.

    Ongeveer een kwart van de vluchtelingen is laaggeletterd of ongeschoold en volgt een zeer intensieve lessenreeks bij de centra voor basiseducatie (CBE).

    De overigen volgen Nederlands bij de centra voor volwassenonderwijs (CVO).

    Een kandidaat-leerling komt pas op een wachtlijst als hij of zij niet binnen de zes maanden kan starten. Wachtlijsten zijn officiëel zo goed als onbestaande. Dat staat in contrast met hoe de gemeenten het wachten ervaren. Meer dan de helft vindt dat de taallessen vaak niet snel genoeg starten.

    3 op de 4 gemeenten werkt met vrijwilligers die helpen bij de integratie. De vrijwilligers worden voor uiteenlopende zaken ingeschakeld, maar het oefenen van Nederlands staat met stip op 1.