Meest recent

    Nederland schiet België graan voor

    In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog deze week honderd jaar geleden. Nederland levert bezet België tarwe om een dreigend graantekort te voorkomen, zwaar Brits bombardement op de Duitse stellingen bij Mesen, nieuwe legerchef en muiterijen in het Russisch leger, ...

    De Nederlandse regering laat onmiddellijk 12.000 ton tarwe aan het bezette België leveren. Dit bericht zorgt voor grote opluchting onder de bevolking.

    Het Nationaal Hulpkomiteit, dat zorgt voor de voedselverdeling, zit al een paar weken te wachten op een levering van 80.000 ton graan door de hulporganisatie CRB, de ‘Commission for Relief in Belgium’. De 25 schepen die dit moeten vervoeren, daagden nog niet op.

    Met de dreiging van een graantekort dacht het Hulpkomiteit eraan het dagelijks broodrantsoen te verminderen van 330 tot 200 gram. Dat gaat gelukkig niet door.

    Via de Nederlandse vertegenwoordiger in Brussel, Maurits van Vollenhoven, heeft het Nationaal Hulpkomiteit de Nederlandse regering gevraagd om graan voor te schieten. In enkele dagen was de zaak geregeld.

    In Brussel wordt bloem naar de verschillende opslagplaatsen in de stad gebracht

    Nederland moet daarvoor geen graan voor eigen gebruik verliezen. De bedoeling is dat het de geleverde voorraad kan recupereren als de CRB-schepen in Rotterdam aankomen.

    De vreugde is groot. Het nieuws zal beletten dat woekeraars voorraden opslaan en de prijzen opdrijven.

    Kranten, die onder Duitse censuur verschijnen, beschuldigden Engeland ervan de graanschepen tegen te houden.

    In de haven van Rotterdam wordt graan door de 'stadsgraanzuiger' uit een vrachtschip gehaald

    Provincieraden weigeren te stemmen

    Opnieuw heeft de Duitse bezetter de Belgische provincieraden bijeengeroepen met als enig agendapunt een stemming over een oorlogsbelasting ten bate van de bezetter.

    Vorig jaar wezen de meeste provincieraden de maatregel af, omdat ze die als onwettig beschouwen.

    Dit jaar weigerden de meeste provincieraadsleden nog aan die “komedie” deel te nemen en bleven ze thuis. Er kon dus niet eens gestemd worden.

    De zaal van de Brabantse provincieraad bleef helemaal leeg. De voorzitter en de griffier bleven aan de ingang staan om formeel vast te stellen dat de vergadering niet had plaatsgevonden.

    Overigens waren de Brabantse provincieraadsleden uit het arrondissement Nijvel opgeroepen om deel te nemen aan de Henegouwse provincieraad, omdat dit arrondissement (Waals-Brabant) door de Duitse overheid bij Henegouwen is gevoegd. Maar ook in Henegouwen was er geen kat te zien in de vergaderzaal.

    Gouverneur-generaal von Falkenhausen heeft al besluiten uitgevaardigd waardoor – net als vorig jaar – de beslissingen van de provincieraden worden geannuleerd en de belasting toch kan worden geheven. Critici merken ironisch op dat er geen beslissingen zijn om te annuleren.

    Hoe dan ook gaat de Duitse overheid de banken opnieuw dwingen om het bedrag van de oorlogsbelastingen aan haar voor te schieten. De banken spreken van plunderen.

    De oproep van het Duitse bestuur aan de provincieraden ( Zwarte Doos, Stadsarchief Gent)

    Nieuwe bevelhebber en muiterij in Russisch leger

    De nieuwe Russische minister van Oorlog Kerenski heeft generaal Broesilov tot opperbevelhebber van het leger benoemd.

    Hij vervangt generaal Aleksejev, die sinds de val van de tsaar aan het hoofd stond van de Russische legers.

    Aleksej Aleksejevitsj Broesilov (63) is vooral bekend, ook buiten Rusland, van het succesvol offensief dat hij vorig jaar leidde aan het oostelijk front.

    Bovendien is Broesilov een van de weinige generaals die duidelijk de kant van de revolutie heeft gekozen. Hij erkent de democratische rechten van de soldaten en zelfs de vorming van “soldatencomités”. Hij slaagt er in familiair en respectvol met de soldaten om te gaan.

    De nieuwe opperbevelhebber zal de troepen moeten overtuigen dat  de oorlog nog niet voorbij is en er nog gevochten moet worden…. Kerenski hoopt dat de soldaten onder Broesilov als overtuigde patriotten zullen strijden voor een democratisch Rusland.

    Generaal Aleksej Broesilov met een lid van zijn staf

    Intussen zijn er overal muiterijen. Hele legereenheden erkennen geen enkel gezag meer.
     

    Op 6 mei kwam er een einde aan een rebellie van het garnizoen van de marinebasis Kronstadt.

    Kronstadt ligt op een eiland voor Petrograd. De basis is sinds maart in handen van (overwegend zeer jonge) matrozen, die hun officieren hebben verdreven of vermoord. Door haar ligging vormt de opstandige basis een bedreiging voor de hoofdstad.

    Op 29 mei proclameerde de sovjet van matrozen van Kronstadt zich tot een soevereine macht, onafhankelijk van de voorlopige regering. Alle politieke partijen, ook de bolsjewieken, keurden deze anarchistische daad af. Onder druk van de Petrogradse sovjet hebben de matrozen hun “onafhankelijkheid” weer ingetrokken.

    Opstandige matrozen in Kronstadt, voorjaar 1917

    De tekenaars van de Chicago Daily Tribune (16 mei 1917) en de Brooklyn Daily Eagle (15 mei 1917) maken zich zorgen over de losgeslagen Russische beer

    Spanning neemt toe rond Mesen en Wijtschate

    Er woedt een bijzonder zwaar artillerieduel in het West-Vlaamse heuvelland.

    De Duitse stellingen bij Wijtschate en Mesen worden al een maand beschoten, maar de laatste week waren meer dan Britse 2000 kanonnen en houwitsers actief. Meer dan 3 miljoen granaten van allerlei kaliber werden afgevuurd.

    Die Duitse stellingen vormen een kleine uitstulping of saillant tussen de twee grotere saillants: die rond Ieper en die rond Armentières, net over de Belgisch-Franse grens.Liefst drie Duitse divisies verdedigen de heuvelrug. De Duitse artillerie schiet verwoed terug.

     

    Zware Britse artillerie in actie

    Er zijn bijna voortdurend Britse vliegtuigen in de lucht, om als “ogen van de artillerie” de posities van Duitse kanonnen te melden. Door de radiocommunicatie tussen vliegtuigen en artillerie konden tientallen Duitse kanonnen worden uitgeschakeld.

    De Duitsers hebben een hele luchtvloot opgetrommeld om de Britse verkenningsvluchten te hinderen. Dat leidde tot ettelijke luchtgevechten.

    Britse vliegtuigen zijn ook in de omgeving actief geweest. Ze wierpen bommen af op treinen bij Rijsel, Kortrijk, Komen en Roeselare, om de Duitse aanvoerlijnen te hinderen.

    Dergelijke zware artilleriebombardementen zijn meestal de voorhoede van een zwaar offensief. De Duitsers zijn dan ook op hun hoede.

    Naast vliegtuigen, wiens rol almaar belangrijker werd, bleven ook observatieballons een grote rol spelen bij het sturen van artilleriebeschietingen.

    De Franse observator geeft links via de telefoon zijn bevindingen door, en kontroleert rechts of zijn parachute wel goed vastzit.

    Op 5 juni hebben Britse vliegtuigen voor het eerst dit jaar de haven van Oostende gebombardeerd. Er zou vrij veel schade zijn aan twee droogdokken en een drijvend dok die de Duitsers gebruiken om duikboten en torpedoschepen te herstellen.

    Doordat de sluisdeuren zijn geraakt krijgt het getij vrij spel en kunnen de droogdokken niet meer gebruikt worden.

    Op de luchtfoto die is gemaakt door de Britten is de schade in de haven nauwelijks te merken, maar met de publicatie wou de Britse overheid vooral bewijzen dat er geen burgerdoelwitten zijn geraakt.

    Op de tweede foto is de schade wel zeer duidelijk (met dank aan Erwin Mahieu)

    In het Karstgebergte nabij de Golf van Triëst, zijn de gevechten bijzonder hevig geworden.

    Sinds het begin van het nieuwe Italiaanse offensief bij de Isonzo wisten de Italianen veel vooruitgang te boeken door dit gebergte. De Oostenrijkers werden van de flanken van de Monte San Marco verdreven. Ten zuiden van het dorp Jamiano wisten de Italianen door te dringen tot vlakbij de kust.

    Het Oostenrijks-Hongaarse leger voert nu een zware tegenaanval uit. Daardoor zijn de Italianen teruggedrongen van de kust. Elders houden ze stand.

    Door de Italianen achtergelaten geschut (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek, Kriegsalbum)

    In Oostenrijk zelf heeft keizer Karel in Wenen de Reichsrat, het Oostenrijkse parlement, op 31 mei toegesproken. De Reichsrat was de dag voordien voor het eerst sinds het begin van de oorlog samengekomen.

    Toen de oorlog uitbrak was het parlement in Oostenrijk buiten werking gesteld en leefde het land feitelijk onder een militair en zeer repressief bestuur. Veertig van de 516 parlementsleden zitten in de gevangenis of leven in ballingschap. De jonge, nieuwe keizer wil daar verandering in brengen en de burgers opnieuw bij het bestuur van het land en de oorlogsvoering betrekken.

    Tijdens de openingszitting hebben de vertegenwoordigers van de minderheden in de Reichsrat, de Tsjechen, Slovenen, Kroaten en Serviërs politieke hervormingen en meer zelfstandigheid geëist, de Polen zelfs een zelfstandige staat. Tot ontzetting van de vertegenwoordigers van de Duitstaligen. In zijn toespraak bleef keizer Karel hierover zeer vaag.

    In het andere deel van het rijk, het koninkrijk Hongarije, is het parlement wel blijven functioneren, maar door het kiesstelsel vertegenwoordigt dat parlement maar een klein deel van de bevolking.

    Keizer Karel spreekt de Reichsrat toe

    De Franse socialistische partij SFIO krijgt geen toestemming van hun regering om deel te nemen aan een internationale conferentie in de Zweedse hoofdstad Stockholm.

    Op die conferentie zouden socialistische partijen van oorlogvoerende landen van beide kampen (Geallieerden, Centralen) en van neutrale landen zoeken naar mogelijkheden tot vrede.

    Het voorstel voor de conferentie werd in april gelanceerd door de secretaris van het Internationaal Socialistisch Bureau, de Belg Camille Huysmans. Hij kreeg daarvoor de steun van de socialistische partijen uit Nederland en Scandinavië.

    Aanvankelijk stonden de socialistische partijen uit de oorlogvoerende landen afwijzend. Dat veranderde na 8 mei. Toen deed in Rusland de Petrogradse sovjet een oproep om via deze conferentie te streven naar een “vrede zonder annexaties of herstelbetalingen”.

    Intussen zijn nogal wat prominente socialisten uit de Geallieerde landen Rusland gaan bezoeken. Ze raakten gewonnen voor het idee.

    Binnen de SFIO bestaat een pacifistische stroming onder leiding van Jean Longuet, een kleinzoon van Karl Marx. Op 28 mei besliste de partijraad van de SFIO met een grote meerderheid om aan die conferentie deel te nemen.

    Die beslissing is opmerkelijk omdat de SFIO de Franse oorlogsinspanning steunt en zelfs aan de regering deelneemt.

    De Socialistische Internationale vergaderde al in Stockholm van 10 tot 13 mei, maar alleen met vertegenwoordigers van de neutrale landen, behalve de secretaris, de Belg Camille Huysmans ( zesde van rechts)

    In het Franse parlement kwam meteen verzet tegen een deelname aan de conferentie. Veel patriottische Fransen willen dat er gevochten moet worden tot de eindzege.

    De regering vreest dat een Franse deelname aan de conferentie het moreel van de troepen zal aantasten om te blijven vechten. Premier Ribot zei in de Senaat: “De vrede zal er niet door Stockholm komen, maar door de overwinning.“

    De enige socialist in de Franse regering, Albert Thomas, verblijft op dit moment in Rusland en is wel voorstander van een conferentie.

    In de Britse regering is er intussen geen bezwaar dat de Britse Labourpartij aan de conferentie deelneemt. De toestand in Groot-Brittannië is zo belabberd, vooral vanwege de duikbotenoorlog, dat de nochtans keiharde premier Lloyd George die kans op voortijdige vrede alvast niet wil saboteren.

    In bezet België heeft de algemene raad van de Belgische Werkliedenpartij geweigerd om afgevaardigden naar Stockholm te sturen. De reden voor die weigering is niet ver te zoeken. De Duitse bezetter had het zelf voorgesteld en de raad kreeg uitzonderlijk toestemming om hierover te vergaderen.

    Voor het Duitse Lüstige Blätter (links) is het duidelijk: 'De Britse gouvernante wil niet dat haar bondgenoten de vrede in Stockholm gaan bezoeken' ( juni 1917).

    Volgens het Franse Le Rire zijn 'alle kameraden die naar Stockholm willen gaan versterkingen voor de Duitse keizer' (16 juni 1917)

    De Britse koning en koningin hebben tijdens een uitzonderlijke plechtigheid op 2 juni 351 oorlogs-eretekens uitgereikt, waaronder 11 Victoria Crosses, de hoogste Britse militaire onderscheiding. De plechtigheid vond plaats in het park bij de Albert Memorial.

    lees ook