Meest recent

    Wat stond er ook weer in het klimaatakkoord van Parijs?

    Op 12 december 2015 engageerden 195 landen, waaronder de VS, zich in Parijs om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar wat hield het akkoord juist in? We frissen even uw geheugen op.

    In het akkoord erkenden de 195 landen dat de klimaatverandering een dringende en mogelijk onomkeerbare bedreiging vormt voor de mensheid en de planeet en dus de grootst mogelijke samenwerking tussen alle landen vereist. De volgende 3 maatregelen werden beslist:

    1. Temperatuur mag niet meer dan 2 graden stijgen

    De meest opvallende maatregel van het klimaatakkoord is de 2 graden grens. De 195 landen verbinden zich ertoe om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde tegen 2100 "duidelijk onder" de 2 graden Celsius te houden, in vergelijking met de pre-industriële periode. Bijkomende inspanningen zullen worden gedaan om de temperatuurstijging zelfs tot 1,5 graden te beperken.

    In het akkoord klonk dat zo: "We houden de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur duidelijk onder de 2 graden Celsius in vergelijking met pre-industriële hoogtes. We streven inspanningen na om de temperatuurstijging tot 1,5 graden Celsius te beperken. We erkennen dat dit de risico's en gevolgen van de klimaatverandering significant zou reduceren."

    Belangrijk om weten: de gemiddelde temperatuur op aarde ligt nu al 1 graad hoger dan die in de pre-industriële periode, waarmee de industriële revolutie in de tweede helft van de 18e en eerste helft van de 19e eeuw wordt bedoeld. In de komende 85 jaar zou de gemiddelde temperatuur op aarde met andere woorden niet sneller mogen stijgen dan ze de afgelopen 150 à 200 jaar heeft gedaan.

    2. Zo snel mogelijk naar piek in uitstoot van broeikasgassen

    Om die temperatuurstijging onder de 2 graden te houden, kwamen de 195 landen overeen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Om dat te bereiken, moeten ze zo snel mogelijk het keerpunt bereiken:

    "We mikken erop om de wereldwijde piek van broeikasgasemissies zo snel mogelijk te bereiken ... en die daarna snel te verlagen, in overeenstemming met de op dat moment beschikbare wetenschappelijke kennis."

    De landen erkenden dat het voor de ontwikkelingslanden langer zou duren om bovengenoemde piek te bereiken. Ergens tussen 2050 en 2100 zou de verlaging ingezet moeten worden.

    De uitstoot van broeikasgassen zou tot zo'n niveau verlaagd moeten worden dat bomen, de aardbodem en de oceanen die gassen op een natuurlijke manier kunnen absorberen.

    Alle landen moeten om de vijf jaar over hun nationale emissieplannen communiceren. Vanaf 2023 zullen de collectieve inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen ook geëvalueerd worden.

    Van emissieneutraliteit was, in tegenstelling tot in eerdere teksten op de klimaattop, geen sprake meer in het finale ontwerpakkoord. Landen zoals China hadden zich daartegen verzet.

    3. Geld voor ontwikkelingslanden

    In het akkoord werd ook opgenomen dat de rijke, westerse landen vanaf 2020 elk jaar samen 100 miljard euro in het klimaatfonds zullen storten. Dat geld is bedoeld voor ontwikkelingslanden, die er de gevolgen van de klimaatopwarming mee kunnen aanpakken en hun eigen strijd tegen verdere klimaatopwarming mee kunnen financieren.

    De 100 miljard euro werd als een absolute ondergrens beschouwd. Vanaf 2025 zou dat bedrag verhoogd worden. Andere landen zouden worden "aangemoedigd" om op vrijwillige basis geld in het fonds te storten. Een poging van westerse landen om al redelijk ontwikkelde groeilanden als China aan te zetten ook een financiële bijdrage te leveren.