Meest recent

    Belgische pers niet welkom in Congo - Katrien Vanderschoot

    Collega's Katrien Vanderschoot en Mick Delbarre wonnen de Belfiusprijs voor Radiopers met "Einde mandaat Kabila in Congo: Belgische pers niet welkom". Tijdens die journalistieke reis kon Vanderschoot de eerste nacht niet slapen omdat angsten door het hoofd spookten. Ze schreef die ideeën toen neer.
    analyse
    Analyse

    Katrien Vanderschoot is buitenlandverslaggever bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in Afrika.

    Ik kan niet slapen, in deze hotelkamer in Kisoro op enkele kilometers van de Congolese grens. Het is nochtans veilig hier. Buiten beginnen de vogels te kwetteren, een auto rijdt voorbij. Maar de gedachte dat we straks de grens zouden kunnen of moeten of niet mogen oversteken maakt me onrustig.

    De hele nacht doken beelden op van de voorbije twintig jaar. Van grenzen, van vluchtelingen, van miserie, van hoop, van angst. Het rolde allemaal voor mijn ogen. Ik kon niet anders dan mijn laptop nemen en het van me afschrijven. Waarom zit ik nu met zoveel dilemma’s?

    Kabila en Mobutu

    Ik zie beelden voor me van november 1996, net twintig jaar geleden. Toen stond ik dagenlang in een gelijkaardige situatie aan de grens tussen Rwanda en wat toen nog Zaïre heette. Vader Laurent Kabila was aan zijn revolutie tegen Mobutu begonnen.

    Ik maakte me zorgen om de vele honderdduizenden Rwandese vluchtelingen die aan de andere kant in de kampen zaten. Af en toe hoorde ik ’s nachts geschut. Angstaanjagend voor hen, niet voor ons, hoe onvoorspelbaar ook de situatie was.

    We waren met vele journalisten en konden als waarnemers ongehinderd doorheen de massa terugkerende vluchtelingen stappen, terwijl de gewapende slungels met kalashnikovs aan ons voorbijliepen.

    Louise

    Ik zie de beelden van tien jaar later voor me. Ook daar aan de grens, in Goma. De twee burgeroorlogen waren voorbij, het was de dag van de hoop, de eerste vrije verkiezingen, de verhalen gingen over verandering, over wat de ‘vredesbrenger’ Joseph Kabila allemaal had gedaan om voor stabiliteit te zorgen. Ja, dat waren mooie dagen. Telkens weer zie ik Louise voor me, de jonge vrouw met haar baby aan de borst, hoe trots ze me haar kiezerskaart toonde.

    Die Louise was ik vandaag zo graag gaan opzoeken, in haar dorpje bij Rutshuru. Ze moet al zoveel hebben meegemaakt intussen. Rebellie na rebellie. Ja, ook toen ben ik gaan kijken, toen Nkunda en daarna de M23 de streek kwamen plunderen.

    Maar toen was ik niet echt bang. Het waren berekende risico’s. Als journalist kon je vrij bewegen, hartverscheurende situaties beschrijven, gaan praten met de Congolezen en overrompeld worden door hun optimisme en overlevingsdrang.

    Die verhalen hebben me telkens weer die grens over getrokken. Was het empathie? Beroepseer? Plichtsbesef? Avontuur? Wellicht een beetje van dat alles.

    Er bij zijn

    Maar vandaag twijfel ik, meer dan ooit. Het gaat heel diep. Ik had naar deze reis uitgekeken, ook al was de voorbereiding al een administratieve nachtmerrie.

    Veel Congolezen aan de andere kant staan op mij te wachten om hun verhaal te doen. Louise, als ze nog leeft. Mamas for Africa, de zachte beschermers van de verkrachte vrouwen in Bukavu. De enthousiaste jongeren van burgerbeweging La Lucha… Wat zou ik ze graag aan het werk zien in hun vreedzaam protest en zien of ze de wanhopige mensen kunnen overtuigen om voor hun basisrechten op te komen.

    Ik zou met politici allerhande willen praten, en vooral er morgen willen bij zijn, wanneer het mandaat van Kabila afloopt. Ik wil objectief verslag uitbrengen van wat er dreigt te worden toegedekt door de mediastilte van de overheid. De gedachte dat er dingen zullen gebeuren die niemand mag te weten komen, maakt me boos en machteloos.

    Onvoorspelbaar

    Maar tegelijk is er de angst voor de onvoorspelbaarheid. De weg naar de stad Goma is vrij lang en meestal veilig maar soms ook niet. Ik heb hem al een paar keer afgelegd, telkens met een dubbel gevoel.

    Je rijdt er doorheen het meest paradijselijke landschap ter wereld, terwijl er in al die dorpjes ’s nachts doodsangsten worden uitgestaan voor rebellen en bandieten. Overdag is het veilig, zei onze fixer. Maar hij is zelf wel eens bang. Er is daar de grootste vredesmacht ter wereld, MONUSCO. Maar ook dat zijn angsthazen als puntje bij paaltje komt.

    Als we in Goma aankomen, normaal gezien geen probleem – al weet je maar nooit – is er de angst voor de politie, eigenlijk nog de minste van mijn zorgen. Volgens mijn TV-collega’s die eergisteren werden weggejaagd, is alles redelijk beleefd verlopen. Het zou voor mij ook niet de eerste keer zijn dat ik door de Congolese of andere politie zou worden lastiggevallen, maar goed: prettig is anders en een kat in ’t nauw maakt rare sprongen.

    De Belgen

    Dan is er nog de onvoorspelbaarheid van het protest. In dit soort situaties weet je nooit wat er komt. De massa is een ongeleid projectiel, of het om betogingen gaat die uit de hand lopen, of om volkswoede die zich opeens tegen je keert.

    Hier komt daar ook nog de factor ‘Belg’ bij. Soms worden we aanbeden, op andere momenten uitgespuwd wanneer de perceptie ontstaat dat ‘de Belgen’ het zijn geweest. Zoals bij de volkenmoord in Rwanda, of bij de begrafenis van vader Kabila, in Kinshasa.

    Doodsangsten heb ik uitgestaan toen we in bussen van Sabena werden vervoerd en in de massa het gerucht opdook dat ‘de Belgen’ die man hadden laten vermoorden. Als bij wonder bleef het bij stenen en stokken op de ramen van de bus. Het had veel erger kunnen zijn. Zeker binnenblijven dus, morgen in Goma.

    Misschien ben ik te oud geworden? Denk ik meer aan mijn persoonlijke verantwoordelijkheden dan aan mijn journalistieke plicht? Dan is dat een afweging die ik wel mag maken, vind ik. Uiteindelijk blijf ik een mens en leef ik maar één keer en zijn er geliefden om wie ik geef.

    Ik moet straks beslissen of mijn technicus Mick en ik de grens zouden over gaan. Het dilemma is nog niet opgelost, maar alvast van me afgeschreven. Ik ga buiten nog wat naar de vulkanen kijken en hen om raad vragen. Zij kijken al miljoenen jaren neer op de mensen hier, met hun liefde, hun wreedheid, hun streven naar geluk.