Meest recent

    Zes dagen oorlog, vijftig jaar bezetting

    De Zesdaagse Oorlog tussen Israël en de Arabische buurlanden was onverwacht en voorbij voor je wist wat er gebeurde. Maar de gevolgen zijn vandaag nog even tastbaar als in die eerste ontnuchterende uren na het staakt-het-vuren, zo blijkt uit een analyse van Rudi Vranckx.
    expert
    Rudi Vranckx
    Rudi Vranckx is journalist bij VRT NWS, gespecialiseerd in conflictjournalistiek.

    Maandag 5 juni 1967. De verrassingsaanval vindt plaats in de vroege uurtjes. Israëlische piloten stijgen op en vernielen de Egyptische luchtmacht op de grond. Ook Jordaanse, Iraakse en Syrische vliegtuigen worden uit de lucht geschoten. De sterke Egyptische verdedigingslinies in de Sinaï-woestijn worden overrompeld. De strijd gaat dinsdag onvermoeid verder. Op woensdag valt de oude stad van Jeruzalem, tot dan in Jordaanse handen. Joodse paracommando's bidden voor het eerst aan de Klaagmuur en wenen. Op donderdag bereiken ze het Suezkanaal. ‘s Vrijdags bestormen ze de Golanhoogte en tijdens de sabbat hebben ze de vlakte van Damascus in het vizier. Die avond wordt een staakt-het-vuren afgekondigd. Op de zevende dag rusten de Israëlische soldaten. Van 5 tot 10 juni 1967: in amper een week tijd wordt met de wapens een nieuw Midden-Oosten gecreëerd.

    De jonge staat Israël bestaat nog geen twintig jaar en de Holocaust ligt nog vers in het geheugen van elke Joodse burger. Velen vreesden de vernietiging door de militaire overmacht van de gezamenlijke Arabische legers. Maar het tegenovergestelde werd werkelijkheid onder leiding van militaire leiders Moshe Dayan en Yitshak Rabin. Sommigen zien hierin de hand van God zelf. Generaals en krijgers uit de special forces en de Mossad zijn sindsdien de helden van Israël, voorbestemd om het land ook politiek te leiden. Een golf van optimisme overspoelt het land en de immigratie van Joden uit de hele wereld, de zogenaamde alia - of terugkeer naar Israël - neemt toe. De economie boomt. Israël geniet bovendien de onvoorwaardelijke militaire en diplomatieke steun van de VS. David verslaat Goliath en de wereld juicht. Of toch een deel van de wereld. Israël boekt in 1967 een van de meest spraakmakende overwinningen uit de militaire geschiedenis, maar wint het ook de oorlog?

    Bezetting en terreur

    De grootste verliezers zijn de plaatselijke Arabische bevolking, ze worden nu Palestijnen genoemd. Honderdduizenden werden vluchteling bij de oprichting van Israël in 1948 en daar komen er opnieuw honderdduizenden bij. Het Israëlisch leger verovert de Golanhoogvlakte op Syrië, Gaza en de Sinaï op Egypte en vooral de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op Jordanië. Hun gebied wordt in een klap verdrievoudigd. Israël wordt een bezettingsmacht. En zoals iedereen weet: bezetting corrumpeert onvermijdelijk de bezetter en diegene die bezet wordt.

    De Arabische landen voelen zich vernederd en zinnen op wraak. Een nieuwe oorlog zal volgen, in 1973 al, met bijna dramatische gevolgen voor Israël. Later volgen de oorlogen in Libanon en Gaza elkaar met regelmaat op. Na jaren komen er weliswaar vredesverdragen met Egypte in ruil voor de Sinaï en met Jordanië, maar de overheersing van vooral Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever worden een open wonde in de internationale politiek. Terreuraanslagen zoals die op de Olympische Spelen in München in 1972 en vliegtuigkapingen, onder meer van een Sabenatoestel, zetten de Palestijnse strijd, Yasser Arafat en de PLO op de kaart. Twee intifada's, een harde repressie en de steeds weerkerende - bijna rituele - vredesonderhandelingen kunnen de lont niet uit het kruitvat trekken. Israël trekt zich terug uit de Gazastrook - maar Gaza blijft vooral een openlucht gevangenis voor anderhalf miljoen Palestijnen, bestuurd door het islamitische Hamas. De landsgrenzen, de kust en het luchtruim worden afgesloten en gecontroleerd door Israël, in samenwerking met Egypte. De Palestijnse strijd wordt een symbool wereldwijd dat mee de identiteit bepaalt van jonge moslims, tot in onze wijken toe. Bij elke oorlog nemen ook daar de frustratie en haat toe, vaak met een antisemitisch randje.

     Foto: Rudi Vranckx en correspondent Ankie Rechess in gesprek met  vredesonderhandelaar Yossi Beilin.

    Extreem optimisme

    Onlangs was ik op de koffie bij Yossi Beilin, Israëlisch architect van de vredesakkoorden van Oslo en onvermoeibaar onderhandelaar voor een tweestatenoplossing, een Joodse staat naast een Palestijnse. De grenzen van voor de oorlog in 1967 zijn voor hem het uitgangspunt van elke regeling. Land voor vrede ruilen en de erkenning door de Arabieren van de Joodse staat Israël zijn de bouwstenen. Hij was zelf een jonge soldaat in de Zesdaagse Oorlog. De bezette gebieden werden toen nog beschouwd als een pasmunt voor vrede. Maar steeds nieuwe - honderden intussen - Joodse kolonies in de bezette gebieden maken de werkelijkheid op het terrein steeds meer onomkeerbaar. Religieus zionisme in het 'historische Joodse hartland Judea en Samaria' is het cement van rechts politiek Israël. Bij elke verkiezing wordt het vredeskamp kleiner. Nationalisme en religie overheersen het debat bij Israëli’s en Palestijnen. Als tegengif droomt een jonge generatie Palestijnen en linkse Israëli zelfs van één gelijke staat waarin Joden en Palestijnen samenleven, met gelijke rechten voor iedereen. “Misschien over nog eens vijftig jaar”, zeggen de ouderen zuchtend.

    Toch is Yossi Beilin optimist, uit noodzaak. Er is geen andere rationele oplossing, vindt hij. Israël staat voor een fundamentele keuze. Wil het land een democratie blijven met een Joodse meerderheid binnen de oude grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog of een bezettingsmacht zonder rechten voor miljoenen Palestijnen? De regio moet vooruit. De Israëlische generaal van ’67, Yitzhak Rabin, besefte dat en sloot toen hij premier was de Osloakkoorden met aartsvijand Arafat. Die akkoorden bezorgen Rabin, Peres en Arafat de Nobelprijs voor de Vrede. Maar Rabin wordt erna vermoord door een Joods extremist - een terrorist zeg maar. Aanslagen door islamitische terroristen de jaren daarna deden het tij snel keren. Ook Arafat werd allicht vermoord.

    Vrede en een einde aan de bezetting lijken vijftig jaar later verder weg dan ooit. Nochtans is er niet veel nodig, zegt Beilin me: leiders met visie en moed, die bereid zijn om te sterven, aan beide kanten. Want vrede sluit je met je vijanden, niet met je vrienden. Dan pas is de Zesdaagse Oorlog van ‘67 voorbij en gewonnen.