Meest recent

    Hoe hard raakt de brexit de Britten in hun portemonnee?

    Vóór het referendum over de brexit werden we - maar vooral de Britten - om de oren geslagen met cijfers over hoe slecht - of hoe goed - die beslissing zou zijn voor hun economie. Wat klopt daar nu van, vlak voor de vervroegde verkiezingen?

    analyse
    Ton van Lierop
    Ton van Lierop is redacteur economie voor de VRT.
    AP2012

    De economische cijfers liegen er een kleine week voor de parlementsverkiezingen niet om. Na een opleving begin dit jaar, begint de Britse groei af te vlakken.

    Of Theresa May nu premier blijft of niet en hoe groot haar meerderheid ook mag zijn: de eerste gevolgen van de brexit lijken zichtbaar.

    De banken

    De overplaatsing van de eerste duizend bankiers uit de City of London is al aangekondigd. Grote spelers als JP Morgan, Goldman Sachs en Chase verwachten in totaal 15.000 banen te verschuiven naar Dublin, Luxemburg en Frankfurt.

    Verzekeringsbemiddelaar Lloyds gaat in Brussel een kantoor openen, waarvoor enkele honderden experts het financiële en economische hart van het Verenigd Koninkrijk moeten verlaten. De Nationale Bank van België zegt dat nog eens twee grote Britse financiële instellingen ook een verhuizing naar Brussel plannen.

    Als er een ´harde´ brexit komt, een vertrek uit de Europese Unie zonder handelsakkoord, staan volgens de Britse bankiersvereniging zelfs 100.000 banen in Londen op het spel.

    Economische groei

    Productiebedrijven stellen ondertussen investeringen uit. De economische groei zakte vorige maand terug tot 0,2 procent, in plaats van de 0,7 procent die was voorzien. De inflatie steeg wel van 2,3 tot 2,7 procent, vooral doordat de import in prijs steeg na de koersdaling van het pond van vorig jaar.

    Recent zakte het pond opnieuw, tot een koers van ongeveer 1,15 euro.

    De Britse baksten in de maag

    Misschien nog wel meer dan de Belg heeft de Brit een baksteen in de maag. De huizenmarkt liep afgelopen maand al wel met 0,2 procent terug, vooral in het brexit-gevoelige Londen.

    Verontrustend is de positie van enkele financieringsmaatschappijen, die door herverpakte en doorverkochte autoleningen in totaal voor zo´n 50 miljard euro aan risicokredieten uit hebben staan. De staatsschuld liep in zo´n tien jaar tijd op van iets meer dan 60 procent tot 89,1 procent. Het Britse begrotingstekort daalde wel, maar bedroeg vorig jaar nog altijd 3 procent.

    Paspoortrechten in bankenwereld

    Wat bij de kiezer kennelijk niet is aangekomen, is dat een vertrek zonder akkoord ook inhoudt dat banken geen zogeheten paspoortrechten meer hebben. Dat betekent dat een Britse bank niet ongehinderd zaken kan doen in andere Europese landen voor bijvoorbeeld klanten uit de VS, China of India.

    Volgens de bankwereld is een vertrek zonder paspoortrechten voor de financiële sector funest voor Londen. Daar is nu al een voorschot op genomen door geleidelijk banen te verplaatsen naar andere financiële centra. Hoe langer de onzekerheid duurt, hoe meer de economie erdoor zal vertragen.

    Recent onderzoek in opdracht van onder meer de Britse werkgevers stelt dat een vertrek zonder akkoord met Brussel leidt tot een economische krimp met 5,5 procent. Banken zouden namelijk niet alleen hun vleugels geknipt zien, ook komen er importheffingen op Europese producten, zoals voeding.

    Belofte aan Nissan

    De Britten moeten nu al een derde van hun levensmiddelen importeren uit andere EU-lidstaten. Die producten worden allemaal vervoerd in vrachtwagens uit andere Europese landen, waarop dus ook handelsheffingen komen, omdat het VK geen noemenswaardige truckproductie meer heeft.

    Auto´s produceren de Britten nog wel, maar de top van Nissan (gecontroleerd door Renault) trok al aan de alarmbel over de importheffingen op onderdelen en halffabrikaten die uit andere EU-landen komen.

    Nissan kreeg wel toezeggingen van de Britse regering, om nieuwe investeringen in de fabriek in het Noordengelse Sunderland veilig te stellen. Sunderland en omgeving stemde overigens met 61 procent vóór de brexit. Wat het akkoord met de regering-May inhoudt, is niet bekendgemaakt. Het leek ook eerder op een haastige toezegging van May dat Nissan geen schade zou ondervinden van de brexit, om sluiting van de fabriek te voorkomen.

    BMW

    Behoud van de auto-industrie is een prestigezaak voor Groot-Brittannië. Naast de farmasector en hoogtechnologische productie voor de luchtvaartsector, onder meer motoren van Rolls Royce, kennen de Britten ook niet echt een andere enorm grote prestigieuze industrie.

    Met spanning kijkt Londen dan ook uit naar een besluit van BMW over de bouw van elektrische Mini´s. De huidige, verouderde Mini-fabriek in Cowley bij Oxford concurreert daarvoor met Duitse vestigingen van BMW en de onafhankelijke en goedkopere Nederlandse producent Nedcar.

    Handelstekort

    Groot-Brittannië heeft een fors handelstekort met de rest van Europa. Over de laatste tien jaar gemeten importeren de Britten gemiddeld tien procent meer dan ze exporteren naar andere EU-landen.

    En een harde brexit zal ook de export hard treffen, omdat voor uitvoer eveneens handelsheffingen gelden. Verder zorgt een vertrek zonder akkoord voor veel administratieve rompslomp, tot ouderwetse douanecontroles op elke vrachtwagen aan toe. Ook dat leidt tot economische schade.

    Liever geen akkoord dan een slecht

    Een overeenkomst over een vertrek uit de EU is wenselijk, “maar liever geen akkoord dan een slecht akkoord” is haar mantra.
    May graaft zich in tegenover de kiezer, die getuige de peilingen toch niet helemaal van haar overtuigd is.

    Vooral een ondoordacht plan om ouderen veel te laten betalen voor zorg komt slecht aan bij de traditioneel conservatieve achterban. Ook haar afwezigheid bij televisiedebatten deed geen goed.

    Toch is niet helemaal te verwachten dat ze een smadelijke nederlaag zal lijden. Het alternatief van de oud-linkse Labour-leider Jeremy Corbyn is veel Britten te radicaal en de Liberaal-Democraten zijn nog op adem aan het komen na een electorale optater in 2015.

    Volgens opiniepeilingen - in dit land slaan die al eens de bal mis - steunt de Britse kiezer May wel als het gaat om de harde opstelling tegenover Europa. Iets meer dan de helft, 55 procent van de Britten, wil niet dat de regering zware eindafrekeningen (die op zouden kunnen lopen tot 100 miljard euro) aan de EU moet betalen, om de boedelscheiding formeel te regelen.

    Geloofwaardigheid van May?

    Als May toch een behoorlijke winst boekt en haar geloofwaardigheid daardoor in ieder geval voorlopig niet is aangetast, zullen de beurzen zeker opveren. Het beleid op de lange termijn blijft echter vaag, zolang er geen duidelijkheid is over een akkoord met de EU.

    De inzet van May om twee jaar na de laatste parlementsverkiezingen weer de stembussen te laten openen, was juist om een grotere meerderheid te krijgen en daardoor een beter onderhandelingsmandaat met Europa. Met meer zetels voor de conservatieven hoeft de premier minder rekening houden met de grillen van de felle eurosceptici in eigen rang.

    May speelt daarmee hoog spel. Na de parlementsverkiezingen van 2015, het brexit-referendum en de gemeenteraadsverkiezingen van vorige maand in een derde van het land lijkt de Britse kiezer uitgekeken op de stembus.

    Als veel trouwe aanhangers thuis blijven of toch overstappen naar Labour of de Liberaal-Democraten, heeft May geen steviger mandaat en is de hele verkiezingsoefening een maat voor niets. Dat versterkt de positie ten opzichte van Brussel niet en zal de economie verder vertragen. May wil het ongetwijfeld ´schaffen´, maar de cijfers zijn niet gunstig.